Gebruikerslogin

ongelijkheid

Ingezonden door LA Ruta op 31/03/2011 - 15:31

Het ministerie van Binnenlandse Zaken in Mexico heeft vandaag een handleiding gepubliceerd met adviezen over hoe het seksistische taalgebruik verminderd kan worden in een land dat bekend staat om het machismo.

De handleiding voor het gebruik van non-seksistische taal is geschreven door een instantie die geweld tegen vrouwen aanpakt (de Nationale Commissie voor het Voorkomen en Uitroeien van Seksueel Geweld tegen Vrouwen, Conavim), en wordt verspreid binnen alle federale overheidskantoren in Mexico. Het doel van de handleiding is het verminderen van commentaar of opmerkingen waarin genderstereotypes versterkt worden. De inleiding beschrijft hoe deze handleiding kan dienen als een instrument om de alle werknemers van de federale overheid vertrouwd te maken met het gebruik van non-seksistische opmerkingen in de Spaanse taal. Het ontmoedigt bijvoorbeeld zinnen als: “Als je wil werken, waarom ben je dan aan kinderen begonnen?” en: “Je bent een stuk mooier als je je mond houdt.” Ook adviseert de handleiding niet naar vrouwen te refereren als bezit, in zinnen als “Pedro’s vrouw”.

Werknemers moeten proberen om het macho-taalgebruik te vermijden in gevallen waar dit ongepast is. “Het is voor ons heel gebruikelijk om de mannelijke vorm te gebruiken zonder dat we weten of we verwijzen naar een man of een vrouw, of – nog verwarrender - door mannelijke professionele titels te gebruiken, zelfs als we wel weten dat we over een vrouw praten”, aldus de handleiding. Op 8 maart, de Internationale Dag van de Vrouw, erkende de Mexicaanse regering dat beledigingen en pesterijen jegens vrouwen nog altijd een probleem zijn. Op diezelfde dag protesteerden vrouwen tegen de toename van het aantal vrouwenmoorden op grond van hun geslacht (ook bekend onder de term femicide).

 
 
Bron: BBC
Ingezonden door LA Ruta op 23/03/2011 - 12:09
Van 15 tot en met 17 maart brengt Secretaris-Generaal van de VN Ban Ki-Moon een bezoek aan Guatemala. Tijdens zijn bezoek zal hij met de presidenten van de Centraal-Amerikaanse landen een aantal problemen bespreken waar de regio mee kampt, zoals geweld, drugshandel en veiligheid.
 
Centraal-Amerikaanse organisaties die opkomen voor de rechten van vrouwen, maken van de gelegenheid gebruik om een brief te overhandigen aan Ban Ki-Moon. Hierin benadrukken zij de toename van het aantal vrouwenmoorden en het geweld tegen vrouwen in El Salvador, Honduras en Guatemala. Met de brief hopen zij dat dit thema meer politieke aandacht krijgt in de regio.
 
Volgens gegevens van het Centraal-Amerikaanse Parlement zijn alleen al in 2010 meer dan 1500 vrouwen vermoord in El Salvador, Guatemala en Honduras. Het grootste aantal moorden vond plaats in Guatemala; 658 vrouwen werden daar vorig jaar om het leven gebracht. In El Salvador werden 580 vrouwen vermoord, 31 procent van deze vrouwen was jonger dan 25 jaar. Volgens de vrouwenrechtenorganisaties steeg het aantal vrouwenmoorden in Honduras na de staatsgreep in 2009 met 160 procent. Er wordt geschat dat tussen 2000 en 2009 meer dan 5 miljoen vrouwen vermoord zijn in Guatemala.
Het grootste gedeelte van de moorden werd voorafgegaan door seksueel geweld. De organisaties stellen dat de veiligheid voor vrouwen geen prioriteit is geweest voor de regionale politiek. “De situatie waarin de Centraal-Amerikaanse vrouwen leven wordt gekenmerkt door onzekerheid en hoge risico’s, alleen omdat zij vrouw zijn”, aldus de organisaties.

Bron: www.adital.com.br
Ingezonden door LA Ruta op 09/12/2010 - 12:42

In de Latijns-Amerikaanse landen wordt al jaren een debat gevoerd over onderwijshervorming "maar kwalitatief gezien is er niets bereikt", zegt Martin Hopenhayn, hoofd van de divisie sociale ontwikkeling van de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en het Caraïbisch  gebied (ECLAC).

ECLAC presenteerde deze week het Sociaal Panorama van Latijns-Amerika 2010, waarin ook aandacht is voor het onderwijsbeleid in de regio. Regeringen in Latijns-Amerika zijn er niet in geslaagd om de "onderwijskloof" tussen arme en rijke gezinnen, plattelandsbewoners en stedelingen en inheemse en niet-inheemse gezinnen te dichten, zegt Hopenhayn.

Gemiddeld heeft 49 procent van de mannen en 55 procent van de vrouwen tussen 20 en 24 jaar secundair onderwijs afgerond. Op het platteland gaat het om 26 procent van de mannen en 31 procent van de vrouwen, en onder inheemse bewoners om respectievelijk 22 en 20 procent, blijkt uit het rapport.

Ongelijkheid

ECLAC noemt onderwijs "een van de belangrijkste factoren om oorspronkelijke ongelijkheid (op grond van afkomst en regio) op te heffen en gelijke kansen te bieden op welzijn en een productief maatschappelijk leven.

De commissie pleit voor uitbreiding van het onderwijs voor jongere kinderen, langere schooldagen op het primair onderwijs en het introduceren van digitale technologie, zodat kinderen voldoende computervaardig worden.

Het verbeteren van het openbare onderwijs en het dichten van de kwaliteitskloof met het particuliere onderwijs is ook een urgente zaak, zegt de ECLAC.

De commissie pleit voor betere toegang van het hoger onderwijs voor studenten uit gezinnen met een laag inkomen en financiële steun aan gezinnen met kinderen. Die steun zou ervoor moeten zorgen dat de kinderen hun opleiding kunnen afmaken.

Bron: IPS
Ingezonden door LA Ruta op 29/09/2010 - 13:05

Het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (PNUD) heeft op 8 september jl., een regionaal rapport over de menselijke ontwikkeling gepresenteerd.
Het rapport laat zien dat Latijns-Amerika en het Caraïbisch Gebied de gebieden zijn met de grootste verschillen tussen arm en rijk ter wereld. In landen met meer inkomsten is de ongelijkheid zo’n 65% hoger. De ongelijkheid is ook 36% hoger dan in Oost-Azië en 18% hoger dan in Afrika, ten zuiden van de Sahara.
De landen waarnaar in het rapport verwezen worden, zijn Nicaragua, Bolivia, Honduras, Colombia, El Salvador en Guatemala. Op de zevende plaats staat Perú, het land met de grootste ongelijkheid voor wat betreft de toegang tot drinkwater. Perú heeft ook een kloof van 55% met betrekking tot de elektriciteitsvoorziening.
Het recht op onderwijs wordt steeds minder voor de inheemse en uit Afrika afkomstige bevolking. De ongelijkheid treft generatie op generatie van dezelfde families. Een voorbeeld is dat als het scholingsniveau van de ouders minder is dan lager onderwijs, dan heeft de volgende generatie slechts 3% kans dat zij universitaire studies behalen.
Het ontwikkelingsprogramma van de VN gelooft dat het mogelijk is om met deze situatie af te rekenen. Daarom vinden zij dat naast maatschappelijke investeringen het ook nodig is dat het ontwikkelingsbeleid van de armoede expliciet deel moet uitmaken van het algemeen beleid.

Bron: Noticias
Ingezonden door Ineke Kraus op 25/09/2010 - 11:04
Latijns-Amerika en het Caribisch gebied zijn de regio’s met de grootste verschillen in welvaart en inkomen. Tien van de vijftien landen met de hoogste ongelijkheid ter wereld bevinden zich in deze regio.
Deze ongelijkheid bestaat al heel lang en houdt zichzelf in stand in gebieden waar de sociale mobiliteit laag is en een obstakel vormt voor vooruitgang in menselijke ontwikkeling.
 
Het eerste ‘Human Development Report’ dat verscheen over Latijns-Amerika en het Caribisch gebied werd begin september gepubliceerd door de United Nations Development Programme (UNDP). Het is getiteld: "Een actie naar de toekomst: het doorbreken van de cyclus van intergenerationele ongelijkheid". Dit rapport concludeert dat de ongelijkheid in de regio 65% hoger is dan in landen met een hoog inkomen, 36% hoger dan in het Verre Oosten en 18% hoger dan in het zuidelijke deel van Afrika.
 
Het rapport stelt vast dat Uruguay de kleinste verschillen in inkomen heeft en Bolivia de grootste. Wat betreft de toegang tot diensten en infrastructuur zijn er vooral in Peru grote verschillen. Zo is er een verschil van 57% tussen arm en rijk in de toegang tot diensten en infrastructuur, tegenover Chili, 5%; Argentinië, 4%, Costa Rica, 4% en Uruguay, 2%. Ook toont Peru grote verschillen in de toegang tot het elektriciteitsnet: 55% in vergelijking met 1% in Chili.
 
Volgens UNDP zijn deze verschillen in Latijns-Amerika niet alleen groot, maar ze bestaan ook al lang; ze zijn sinds de zeventiger jaren vrijwel gelijk gebleven. In Midden-Amerika lijkt de mate van ongelijkheid sinds de jaren negentig licht af te nemen, maar in het Zuidelijke deel en in het Andesgebied is de ongelijkheid in de jaren negentig sterk toegenomen en neemt zij pas de laatste jaren weer af.
 
Het rapport constateert dat het mogelijk is om de ongelijkheid in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied te verminderen. Om de regio te bevrijden van de ‘ongelijkheidsvalkuil’ is ontwikkeling en implementatie van overheidsbeleid op drie fronten nodig. Het beleid moet een impact hebben op mensen ("bereik"), moet de beperkingen aanpakken die armoede en ongelijkheid bestendigen ("breedte") en mensen macht geven waardoor ze greep krijgen op mogelijkheden om hun eigen lot te beïnvloeden ("eigenaar zijn").
 
Dit rapport bevestigt opnieuw het cruciale belang van de strijd tegen de armoede maar wijst er ook op dat het noodzakelijk is om verder te gaan ", aldus de regionale Directeur van de UNDP Heraldo Muñoz. "Ongelijkheid is een inherente belemmering voor vooruitgang op het gebied van menselijke ontwikkeling en de inspanningen om de ongelijkheid te verminderen moeten expliciet in de publieke agenda opgenomen worden." Hij voegt er aan toe dat voor UNDP "gelijkheid noodzakelijk is opdat mensen essentiële vrijheden verkrijgen; dat wil zeggen dat ze toegang krijgen tot zinvolle opties in hun leven zodat ze tot autonome keuzes kunnen komen”.
 
Vrouwen, inheemse bevolkingsgroepen en mensen van Afrikaanse afkomst worden het hardst getroffen door ongelijkheid. Vrouwen in de regio worden minder betaald dan mannen voor hetzelfde werk, ze maken vaker deel uit van de informele economie en worden geconfronteerd met een dubbele werklast. Vergeleken met mensen van Europese afkomst leven twee keer zoveel leden van inheemse en Afrikaanse afkomst van gemiddeld 1 US $ per dag.
 
Het rapport toont aan dat de hoogte van het inkomen en het niveau van opleiding belangrijke factoren zijn voor de continuering van ongelijkheid tussen mensen. Toch zijn er andere structurele politieke en sociale oorzaken die historische factoren weerspiegelen zoals het ontbreken van gelijke kansen en macht, die leiden tot marginalisering, onderdrukking en overheersing.
 
"Om de voortdurende cyclus van ongelijkheid te doorbreken is het noodzakelijk om een alomvattend sociaal beleid te implementeren dat gefinancierd moet worden met een meer progressieve belastingheffing" zegt Luis Felipe Calva López, econoom voor Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, bij het UNDP.
 
Het verminderen van de ongelijkheid is noodzakelijk om een samenleving te creëren waarin mensen met elkaar verbonden zijn en waarin economische groei en sociale cohesie versterkt worden. Anders, concludeert het rapport, zullen de ongelijke kansen blijven bestaan, zowel om economische redenen als om redenen van politieke economie.
 
 

  

Bron: www.Mercopress.com
Inhoud syndiceren