Over de geheimhouding die sinds 2009 heerst rond Chinese leningen aan Ecuador, wilde Rivera alleen zeggen dat China daarom heeft gevraagd, "omdat de leningen aan Ecuador onder gunstiger voorwaarden zijn verstrekt dan aan andere landen." De Chinese regering zou de details daarover niet openbaar willen maken. De Ecuadoriaanse economie zal naar verwachting dit jaar met 6 procent groeien en in 2012 met 4,2 procent, zei Correa.
Door recente vondsten beschikt Latijns-Amerika nu over een vijfde van alle olievoorraden ter wereld. Vaandeldrager is Venezuela, dat sinds februari het land met de grootste oliereserves ter wereld is.
Sinds 2009 nam het aantal olievondsten in de hele wereld toe met 20 procent, in Latijns-Amerika en de Caraïben was dat 40 procent. Alleen in het Midden-Oosten is meer olie te vinden. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de Latijns-Amerikaanse Organisatie voor Energie (Olade), die deze week in het Ecuadoraanse Quito vergaderde.
Het grootste deel van de Latijns-Amerikaanse olie, ruim 85 procent, bevindt zich in Venezuela. Sinds februari is de voorraad in de Venezolaanse bodem op 297 miljard vaten vastgesteld. De totale wereldvoorraad bedraagt 1,7 biljoen vaten.
"Ik weet niet of het 85 procent is maar de stijging van bewezen reserves betekent dat ons land nog vele decennia een van de vier of vijf belangrijkste spelers ter wereld blijft op het vlak van olie", zegt Nelson Martínez, directeur van PDVSA América, een afdeling van het staatsbedrijf Petróleos de Venezuela.
Brazilië en Mexico
Brazilië heeft de laatste jaren belangrijke onderzeese olievelden aan zijn Atlantische kust ontdekt, zoals het Tupi-olieveld in 2007, met mogelijk 33 miljard vaten, en het Jupiter-veld in 2008, met 12 miljard vaten. Daardoor heeft Brazilië 5 procent van de Latijns-Amerikaanse voorraden.
De derde in de rangschikking is Mexico. Dat zag zijn bewezen voorraden de laatste vijftien jaar dalen maar heeft nog altijd 4 procent van de regionale voorraad.
Ecuador volgt, met 3 procent van de regionale voorraad, en een stijging van 63 procent van zijn voorraad in 2008 ten opzichte van 2007.
De andere Latijns-Amerikaanse landen, samen goed voor het resterende 3 procent, zijn ook nog op zoek naar nieuwe oliebronnen. In Argentinië bijvoorbeeld is het Spaans-Argentijnse bedrijf Repsol YPF bezig met een onderzoek naar de totale oliereserve van het land, zegt geoloog Ramón Martínez, adviseur van het ministerie van Energie.
Op basis van de gegevens van 2009, en zonder rekening te houden met toekomstige ontdekkingen, kan Venezuela nog 201 jaar voort, Ecuador nog 34 jaar, Brazilië nog 18 jaar, Mexico en Argentinië elk nog 11 jaar, zegt Olade.
Orinoco
Venezuela heeft zijn leidersplaats te danken aan de zogeheten Franja Petrolífera del Orinoco (FPO), de enorme olievelden in het Orinoco-gebied. Sinds 2005 is de hoeveelheid bewezen reserves in die zone 34 keer groter geworden, via het project Magna Reserva.
Om de FPO te ontwikkelen moet 10.500 putten wordt geboord, twee raffinaderijen worden gebouwd, een nieuwe zeeterminal worden aangelegd en een andere worden aangepast.
Venezuela heeft de andere Latijns-Amerikaanse landen en ook multinationals uitgenodigd om te participeren in de exploitatie van de nieuwe zones. Tegen 2015 "zal Venezuela 4,5 miljoen vaten petroleum produceren, zolang dat niet ten koste gaat van de infrastructuur voor oliewinning en de prijzen op wereldschaal, en zal het 3,6 miljoen vaten raffineren", zegt Martínez.
Aguaraguë: Een vergeten stukje pachamama in Bolivia
Suzanne Kruyt
Op het Meer van Maracaibo in Venezuela, het grootste meer van Zuid-Amerika, drijven regelmatig olievlekken. Ze zijn afkomstig van lekken bij de oliewinning in het meer.
De olievlekken op het Meer van Maracaibo drijven van het midden van het meer naar de stranden, draslanden en kades. Ze komen in de vissersnetten terecht en vermengen zich met de tonnen afval die op het water drijft. Ze jagen oeverbewoners en toeristen op de vlucht.
Het Meer van Maracaibo, in het noordwesten van Venezuela, is 12.800 vierkante kilometer groot en bevat 245 miljoen kubieke meter water. Sinds de jaren 1910 wordt er intensief olie gewonnen. Volgens het staatsoliebedrijf Petróleos de Venezuela (Pdvsa) telt het meer 6000 actieve putten, die dagelijks 700.000 vaten van 159 liter produceren en met elkaar verbonden zijn door 45.000 kilometer leidingen.
Vis met olie erop
Er zijn altijd olie- en gaslekken geweest in deze gigantische spaghetti van buizen, zeggen zowel industriebronnen, milieuactivisten als streekbewoners. Maar sinds mei van dit jaar is de hoeveelheid olievlekken aanzienlijk toegenomen.
"Het wordt steeds moeilijker vissen boven te halen waar geen olie op zit", zegt visser Javier Araujo. "Vijftien jaar geleden haalde ik nog 90 kilogram per dag boven, vandaag nauwelijks 10 kilogram." Elke namiddag moet hij nu de netten schoonmaken, omdat ze onder de olie zitten.
"Zo'n 13.000 vissers zijn het zwaarst getroffen door deze ramp, die niet alleen 8 procent van de oppervlakte van het meer treft maar gevolgen heeft voor onze hele relatie met dit water en zelfs voor de olieproductie ", zegt oppositielid Eliseo Fermín, voorzitter van het deelstaatparlement van Zulia.
Chronisch probleem
Minister van Energie en Petroleum Rafael Ramírez ontkent dat er sprake is van een ramp. "Het is een chronisch probleem. Er is geen permanent lek, het gaat om kleine hoeveelheden die ontsnappen, niet meer dan acht vaten per dag. Het uitzonderlijke aan deze situatie is dat men het nu onder de aandacht brengt."
De laatste maanden "hebben we een gemiddelde van 117 lekkages per week gerepareerd" in het meer en zo'n drieduizend vissers zijn gecontracteerd om te helpen bij de schoonmaakwerken, zegt de minister.
Volgens visser Adelso Silva krijgen vissers die lid zijn van de regerende Verenigde Socialistische Partij van Venezuela (PSUV) de voorkeur. Fermín zegt dat de vissers ook niet de kennis, ervaring en middelen hebben om de olie goed op te ruimen.
Geen onderhoud
"Of er nu één vat lekt of honderd vaten, de schade en haar oorzaken blijven voortduren", zegt ingenieur Diego González, die 38 jaar in de olie-industrie gewerkt heeft en nu doceert aan diverse universiteiten in Caracas. "En het probleem kunnen we in één woord samenvatten: onderhoud. Er zijn altijd lekken geweest in het meer maar de bedrijven hebben die telkens meteen gerepareerd. Nu doen ze dat niet meer." Ook de schadevergoeding die de vissers vroeger kregen, wordt niet meer uitbetaald, zegt hij.
"Er wordt geïmproviseerd, de leidingen, die vijftig jaar of meer oud zijn, worden verwaarloosd", zegt Gustavo Carrasquel van de plaatselijke milieuorganisatie Azul Ambientalistas.
Volgens Fermín heeft het probleem rechtstreeks te maken met de onteigening van tientallen bedrijven, anderhalf jaar geleden bevolen door president Hugo Chávez. Het waren die bedrijven die de installaties in het meer onderhielden en herstelden, zegt hij.

In een historisch akkoord heeft Ecuador beloofd niet naar olie te boren in Yasuní, een ongerept natuurgebied in het Amazonewoud en een van de meest biodiverse gebieden ter wereld. Het land verzaakt zo aan de 846 miljoen vaten olie, een vijfde van de totale oliereserve in het land.
Ecuador krijgt er wel wat voor terug: volgens het akkoord krijgt het land 3,6 miljard dollar, de helft van de geschatte opbrengst van de olie. Dat geld komt van een fonds dat opgezet zal worden door het ontwikkelingsprogramma van de VN (UNDP). De middelen voor het fonds komen van verschillende landen, niet-gouvernementele organisaties en bedrijven, zegt María Fernanda Espinosa, de Ecuadoraanse minister Cultureel en Natuurlijk Erfgoed.
Rebeca Grynspan van het UNDP benadrukt de originaliteit van het akkoord. "Het akkoord breekt met het paradigma van Noord-Zuid relaties", zegt ze, omdat "de belangrijkste bijdrage komt van het Ecuadoraanse volk, dat afziet van de olieontginning ten voordele van een heel nieuw model van ontwikkeling."
Het initiatief is zo baanbrekend omdat het niet alleen meer dan 400 miljoen ton CO2 uit de atmosfeer houdt, maar ook omdat het een nieuw voorbeeld is van gedeelde sociale verantwoordelijkheid, zegt Grynspan. De opbrengst van het fonds zal geïnvesteerd worden in het natuurgebied en 43 andere nationale parken in Ecuador, naast projecten rond energie, gezondheidszorg en onderwijs voor de inheemse bevolking in het land.






