Theo Beusink, beter bekend als Padre Theo, werd in de jaren zestig door de Rooms Katholieke Kerk gevraagd pastoraal werk te verrichten in de Spaarndammerbuurt, Amsterdam. Beusink zag al snel dat de nieuwe bewoners, voornamelijk Spaanse gastarbeiders, behoefte hadden aan Nederlandse taallessen en stichtte Casa Migrante op. Dit jaar bestaat het pastoraal centrum vijftig jaar.

Nederland brengt het aantal landen waarmee het een vaste ontwikkelingsrelatie heeft, terug van 33 naar vijftien. Het kabinet heeft dat vrijdag besloten op voorstel van staatssecretaris Ben Knapen voor Ontwikkelingssamenwerking.
De gedachte achter het lagere aantal 'partnerlanden' is dat de effectiviteit van de hulp omhooggaat. Een kwart van het geld dat Nederland aan ontwikkelingshulp uitgeeft, ging naar dit soort landen. Verder blijft Nederland ook geld geven aan andere landen, onder meer via de internationale fondsen van de Verenigde Naties, de Europese Unie en niet-gebonden hulporganisaties. Nederland behoudt een bilaterale hulprelatie met Afghanistan, Bangladesh, Benin, Burundi, Ethiopië, Ghana, Indonesië, Jemen, Kenia, Mali, Mozambique, Oeganda, Palestijnse Gebieden, Rwanda en Sudan. Drie landen krijgen een overgangsregeling naar economische samenwerking: Colombia, Vietnam en Zuid-Afrika.
Volgens Knapen krijgen de afgevallen landen een zorgvuldige afbouw, die wordt afgestemd met andere donorlanden. Twee opmerkelijke landen die afvallen, zijn Egypte en Pakistan. Egypte speelt een strategische rol in het Midden-Oosten en Pakistan is belangrijk voor de situatie in Afghanistan.
Andere afvallers zijn Bolivia, Tanzania, Zambia, Suriname, Burkina Faso, de Democratische Republiek Congo, Georgië, Guatemala, Kosovo, Moldavië, Mongolië, Nicaragua en Senegal.
Hoewel de hulporganisatie Cordaid in een reactie betreurt dat zo veel landen zijn afgevallen, vreest ze nog geen gevolgen voor de landen waar ze nu werkzaam is. Volgens een woordvoerder is bij de subsidieaanvraag voor 2010 door Ontwikkelingssamenwerking bepaald dat hulporganisaties minimaal 60 procent van wat ze van de overheid krijgen, moeten besteden in de landen die het ministerie heeft aangewezen. De andere 40 procent mogen de organisaties naar eigen inzicht besteden.
Bron: RNWDe regering vindt het rapport Minder pretentie, meer ambitie; ontwikkelingshulp die verschil maakt waardevol en de aanbevelingen zeer nuttig. De WRR schetst de belangrijkste mondiale uitdagingen als: grondstoffen- en energieschaarste, grensoverschrijdende ziektes, klimaatverandering, grensoverschrijdende criminaliteit en de noodzaak te komen tot internationale handelsafspraken.
Centrale thema’s van Nederlandse buitenlands beleid zijn: stabiliteit, rechtsorde en welvaartsverbetering. Effectieve ontwikkelingssamenwerking draagt daar aan bij.
Voor die effectiviteit zijn duidelijke keuzes nodig:
* Verschuiving van sociale naar economische sectoren.
* Nadruk op zelfredzaamheid, geen ongewenste afhankelijkheid creëren.
* Van hulp naar investeren. Geen marktverstoring maar wel publiek private samenwerking.
* Tegengaan fragmentatie: minder thema’s en minder partnerlanden
* Betere aansluiting op Nederlandse kennis, kunde en gemeenschappelijke belangen.
* NGO’s die actief zijn op het gebied van ontwikkelingssamenwerking spelen een belangrijke rol. Zij dienen hun ankers in de samenleving te versterken en hun afhankelijkheid van overheidsfinanciering te verkleinen.
Staatssecretaris Knapen wil Nederlandse bedrijven meer betrekken bij ontwikkelingssamenwerking. Vandaag sprak hij daarover met voorzitter Wientjes van VNO-NCW.Knapen zet economische groei in ontwikkelingslanden centraal in zijn nieuwe agenda voor internationale samenwerking en wil daarbij meer gebruik maken van Nederlandse kennis en kunde, juist ook van het bedrijfsleven.
Wientjes en Knapen spraken af de komende periode de samenwerking tussen ontwikkelingssamenwerking en bedrijfsleven vorm te geven.
Door middel van publiek private partnerschappen, bedrijfsleveninstrumenten en economische diplomatie is er winst te behalen, zowel voor bedrijven als ook voor armoedebestrijding. Een groter deel van het budget voor ontwikkelingssamenwerking zal aan dit soort instrumenten worden besteed. Daarbij zal extra nadruk liggen op de economische topgebieden waar Nederland in uitblinkt, zoals water en voedsel.
Staatssecretaris Knapen stelt vanuit de begroting voor ontwikkelingssamenwerking 500 miljoen euro per jaar beschikbaar ter bevordering van economische samenwerking met ontwikkelingslanden.
Bron: Ministerie van Buitenlandse ZakenGENOEG=GENOEG komt in actie tegen de buitensporige bezuinigingsplannen van het Kabinet op ontwikkelingssamenwerking. Het kabinet wil dubbel zo hard snijden in de hulp die direct terecht komt bij ondernemende mensen in ontwikkelingslanden en hun organisaties. De Tweede Kamer beslist maandag 6 december over deze dubbele korting.
Lees meer over deze actie.






