
Ruim de helft van Peru bestaat uit bossen, de meeste maken deel uit van het Amazonegebied. Maar de instanties die deze moeten beschermen, hebben geen middelen en te weinig personeel. Dat staat in een rapport van de ombudsdienst van de Peruaanse overheid.
Van de 68 miljoen hectare Amazonebos op Peruaans grondgebied gaat jaarlijks 150.000 hectare verloren. Toch tellen de plaatselijke controlediensten nauwelijks personeel. Dat is onder meer het geval in de zuidoostelijke regio Madre de Dios, waar maandelijks 200 tot 350 vrachtwagens met hout vertrekken en 3 ambtenaren moeten controleren of het hout wettelijk gekapt werd. In de centrale regio Ucayali verwerken ze zelfs duizend tot zevenduizend vrachtwagens per dag: zeven ambtenaren moeten die allemaal controleren.
Volgens het rapport van de ombudsdienst is het aantal doodsbedreigingen en daden van agressie tegen deze ambtenaren het laatste jaar met 10 procent gestegen. De bosafdeling van het ministerie van Landbouw steunt die klachten niet altijd, stelt het rapport.
Ook op logistiek vlak schiet te controle tekort, aldus het rapport. Van de 38 onderzochte controlekantoren zijn er slechts 3 met voertuigen in goede staat en is er slechts 1 met een boot, ook al is het watertransport van essentieel belang in het Amazonegebied.
"De laatste jaren heeft de staat getoond dat het de normen en het beleid voor de bossen wil verbeteren, maar het beheer en de schaarse faciliteiten voor de betrokken kantoren op het terrein blijven een probleem", zegt Iván Lanegra van de ombudsdienst.
Bron: IPSnews.beIn een historisch akkoord heeft Ecuador beloofd niet naar olie te boren in Yasuní, een ongerept natuurgebied in het Amazonewoud en een van de meest biodiverse gebieden ter wereld. Het land verzaakt zo aan de 846 miljoen vaten olie, een vijfde van de totale oliereserve in het land.
Ecuador krijgt er wel wat voor terug: volgens het akkoord krijgt het land 3,6 miljard dollar, de helft van de geschatte opbrengst van de olie. Dat geld komt van een fonds dat opgezet zal worden door het ontwikkelingsprogramma van de VN (UNDP). De middelen voor het fonds komen van verschillende landen, niet-gouvernementele organisaties en bedrijven, zegt María Fernanda Espinosa, de Ecuadoraanse minister Cultureel en Natuurlijk Erfgoed.
Rebeca Grynspan van het UNDP benadrukt de originaliteit van het akkoord. "Het akkoord breekt met het paradigma van Noord-Zuid relaties", zegt ze, omdat "de belangrijkste bijdrage komt van het Ecuadoraanse volk, dat afziet van de olieontginning ten voordele van een heel nieuw model van ontwikkeling."
Het initiatief is zo baanbrekend omdat het niet alleen meer dan 400 miljoen ton CO2 uit de atmosfeer houdt, maar ook omdat het een nieuw voorbeeld is van gedeelde sociale verantwoordelijkheid, zegt Grynspan. De opbrengst van het fonds zal geïnvesteerd worden in het natuurgebied en 43 andere nationale parken in Ecuador, naast projecten rond energie, gezondheidszorg en onderwijs voor de inheemse bevolking in het land.

In de laatste drie jaar wordt het park met name bedreigd door de drugshandel: het kanaal dat het park verbindt met de zee wordt als transportroute voor drugs gebruikt en in het park zelf liggen een aantal illegale landingsbanen voor drugsvliegtuigen. Drugshandelaren kopen zelfs gebieden op rondom het park, zodat ze een betere controle kunnen uitoefenen op de handel. Overwegingen als natuurbehoud en waterzekerheid voor omwonenden spelen geen rol in hun wereldje.
De organisatie verantwoordelijk voor het beheer van het park, La Fundación Calentura y Guaimoreto (Fucagua), heeft recentelijk met de garifunas, een bosbeheerprogramma opgezet dat voedselzekerheid moet bewerkstelligen voor dit volk. Het goede nieuws is dat weer vruchtbare oogsten worden binnengehaald hierdoor, maar tegelijkertijd zijn waardevolle soorten, zoals mahonie en jaguars, verdwenen.
Een groter probleem vormt echter het gebrek aan bekrachtiging van de grenzen van het park. In 1992 werd bij het oprichten van het park vastgelegd dat de overheid zorg zou dragen dat binnen de grenzen geen economische activiteiten zouden plaatsvinden. Maar, de overheid bekrachtigde dit niet wettelijk en ze geeft landrechten uit aan mensen die in de bufferzone van het park (opgericht om menselijke invloeden weg te houden) willen ondernemen. Een negatieve rol van de overheid hier dus, leidend tot een afname van het oppervlak van het natuurgebied. De organisaties van de overheid belast met het beschermen van het gebied ontbreekt het aan geld en kennis. Daarnaast heeft de overheid het mogelijk gemaakt dat toeristische projecten op korte afstand van het gebied worden ontwikkeld.





