Gebruikerslogin

Indianen

Ingezonden door LA Ruta op 10/10/2011 - 11:50

Het noorden van de Colombiaanse provincie Cauca is in korte tijd gemilitariseerd door het regeringsleger en de FARC-rebellen. De inheemse bevolking organiseert woensdag een vredesmars om alle militaire bases te ontmantelen.

Met de mars, in juli al officieel aangekondigd, protesteren de Nasa-indianen tegen de militarisatie van hun gebied. Ze zullen alle versterkingen ontmantelen, maar ook de kampen van de linkse rebellenbeweging de FARC, om niet beschuldigd te worden van partijdigheid.

Strategisch gebied

Het territorium van de Nasa-indianen is een strategisch gebied voor de strijd tussen de Colombiaanse regering en de FARC. In het gebied, dat wordt bestuurd door de Organisatie van Inheemse Raden van Noord-Cauca, wonen ruim honderdduizend mensen, waaronder ook een deel Guambiano-indianen, zwarten en mensen van gemengd ras.

Het tropische gebied grenst aan de provincie Tolima, een ondoordringbaar Andesgebied, waar volgens de regering de leider van de FARC, Alfonso Cano, zijn hoofdkwartier heeft.

De militarisatie vindt plaats in een duizelingwekkend tempo. Het leger heeft zelfs nog geen eigen gebouwen. In Buena Vista, een hooggelegen dorp met een goed uitzicht naar alle kanten, is een contrarevolutionair bataljon neergestreken. De bevolking is tegen, want precies in dat dorp is ook een humanitaire schuilplaats voor mensen die zijn ontheemd door het geweld.

Humanitaire zones

De humanitaire schuilplaatsen en zones, die mede mogelijk worden gemaakt door de Europese Commissie, zijn overal te vinden. Het is een belangrijke strategie van de indianen om te voorkomen dat hun mensen ontheemd raken.

"Soms wordt er een paar uur lang gevochten, soms een paar dagen", zegt Albeiro Quihuanáz, minister in de autonome inheemse regering. Als een van de strijdende partijen het de mensen onmogelijk maakt om te bewegen of bij voedsel te komen, trekt de bevolking naar deze zones. "Er is zorg aanwezig, maar ook goederen zoals matrassen, zout, hout en lucifers. We hebben er levens mee gered, de minga (een traditionele gezamenlijke activiteit) blijft doorgaan, en onze mensen zijn niet ontheemd geraakt. Dat hebben we bereikt."

Volgens de indianen wordt hun recht op autonomie niet gerespecteerd. Quihuanáz: "Elke dag worden er meer mensen vermoord, gerekruteerd, verkracht. De militaire aanwezigheid wordt groter en het gebied wordt steeds meer vervuild. Er is geen respect voor heilige plaatsen en de mijnindustrie komt ook naar binnen. Dit is militaire bezetting van ons gebied."

Aangekondigd

De mars van woensdag 12 oktober - in de vorm van een traditionele minga - is al lang van tevoren aangekondigd. Dat deed de bevolking ook in 2000 en in 2009, toen de drugslaboratoria uit het gebied werden verjaagd, vorige maand, toen mijnbouwmachines in brand werden gestoken, en bij de verschillende malen dat wegversperringen zijn verwijderd.

Quihuanáz: "De gemeenschap zegt: wij gaan actie ondernemen. Het is te ver gegaan, we willen vrede. Maar wat is vrede? Vrede is leven op een land zonder vervuiling. Werken op het land, voor voedsel zorgen. De gewapende groepen maken het ons onmogelijk. Wanneer de gewapende groepen er niet meer zijn, dat is vrede."

Bron: IPS

Ingezonden door Ikram Cakir op 18/01/2011 - 14:15

De plattelandsregio's in Peru ontvangen miljoenen uit de exploitatie van mijnen. Toch blijven inheemse jonge kinderen er aan chronische ondervoeding lijden. Dat blijkt uit nieuwe VN-studies.

Twee nieuwe studies die Unicef, het VN-kinderfonds, de komende weken publiceert, laten zien dat de chronische ondervoeding bij kinderen op het Peruaanse platteland aanzienlijk gedaald is tussen 2005 en 2009, van 40 naar 33 procent.

Maar bij inheemse kinderen, die nochtans voorrang krijgen in het overheidsbeleid, is die daling veel minder groot. De regio Cusco bijvoorbeeld kreeg 160 miljoen euro uit de mijntaks, maar het peil van chronische ondervoeding blijft er hoog: 45 procent van de kinderen onder vijf jaar is er inheems, een derde lijdt aan chronische ondervoeding, zegt Unicef.

De Andesregio's Ancash en Puno kregen 900 en 179 miljoen euro uit de mijntaks, maar de impact daarvan op inheemse kinderen is klein. In Puno bijvoorbeeld is de helft van de kinderen inheems; een vijfde lijdt aan chronische ondervoeding.

"Als we kijken naar de zes regio's waar een kwart van de inheemse kinderen woont, dan ligt het aandeel van de kinderen onder vijf jaar die aan chronische ondervoeding lijden, hoger dan het nationale gemiddelde van 18 procent", zegt Lena Arias van Unicef Peru.

Door chronische ondervoeding lopen kinderen een groeiachterstand op, met mogelijk blijvende gevolgen.

Bron: www.ipsnews.be
Ingezonden door Ikram Cakir op 18/01/2011 - 14:10

Een overgrote meerderheid van de Brazilianen kijkt tevreden terug op het achtjarige presidentschap van Luiz Inácio Lula da Silva dat vorige maand ten einde liep. Maar de Braziliaanse indianen hebben reden tot klagen. De afbakening van inheemse gebieden vertraagde en er was meer geweld tegen indianen dan de decennia voordien. Brazilië telt meer dan 190 miljoen inwoners. Bijna 736.000 Brazilianen behoren tot een van de 242 indianenstammen die het land rijk is.

De Missionaire Inheemse Raad (CIMI) telde tussen 2003, toen Lula aan de macht kwam, en 2010 437 moorden op indianen. Van 2003 tot 2006 waren dat er bijna 45 per jaar, van 2007 tot 2010 steeg dat aantal tot 60 per jaar.

Tussen 2003 en eind 2010 werden er volgens de CIMI in Brazilië ook amper 88 inheemse gebieden gehomologeerd, met een totale oppervlakte van 14,3 miljoen hectare. De president voor Lula, Fernando Henrique Cardoso (1995-2003), haalde 147 gebieden met een totale oppervlakte van meer dan 36 miljoen hectare. Een van diens voorgangers, Fernando Collor de Mello (1990-1992), kon in amper drie jaar tijd een bijna even grote oppervlakte homologeren.

Landconflicten

Het geweld tegen Braziliaanse indianen heeft vaak te maken met landconflicten die op het scherp van de snee worden uitgevochten. Volgens sommige experts zijn die conflicten toegenomen omdat de indianen nu meer opkomen voor hun rechten.

"Er was geen uitgewerkt beleid om inheemse gebieden af te bakenen en de indianen te beschermen en bij te staan", zegt de vice-voorzitter van de CIMI (Missionaire Inheemse Raad), Roberto Antonio Liebgott. "De oplossing van de landconflicten was geen prioriteit voor de regering van Lula".

Homologatie is de laatste stap in de afbakening van gebieden die van oudsher bewoond werden door de oorspronkelijke inwoners van Brazilië. Het geeft hen het recht andere Brazilianen als goudzoekers, veetelers en medewerkers van mijnbouwbedrijven buiten te houden. De eerdere stappen van het proces, het vaststellen van de precieze grenzen en de vergoeding van boeren en bedrijven die onteigend moeten worden, slepen soms decennia aan.  

"Het hele proces zou niet meer dan anderhalf jaar mogen duren, maar ik heb nog nooit een geval gezien dat ook maar in de buurt daarvan kwam. Normaal hebben we het over vijftien tot dertig jaar", zegt Liebgott.

Raposa

De meest omstreden afbakening tijdens de regeerperiode van Lula was die van het reservaat Raposa Serra do Sol in de Amazonestaat Roraima. In het gebied van 1,7 miljoen hectare leven ongeveer twintigduizend indianen van vijf verschillende etnieën. De strijd voor de erkenning van Raposa begon in de jaren zeventig. Plaatselijke boeren vochten een lange juridische strijd uit, die pas in maart 2009 eindigde.

Lula krijgt lof van experts omdat hij met Raposa uiteindelijk aandurfde wat zijn voorgangers altijd angstvallig uitstelden. Grootgrondbezitters zijn immers een machtige belangengroep in Brazilië. Maar van een beleid dat het ondubbelzinnig opnam voor de gemarginaliseerde inheemse bevolking, was geen sprake, zegt de antropoloog Marcos Braga, een docent aan een instelling voor hoger onderwijs voor indianen aan de Federale Universiteit van Roraima. "Het beloofde ministerie voor Inheemse Aangelegenheden is er niet gekomen", stelt Braga vast. "Er waren alleen geïsoleerde initiatieven in verschillende ministeries."

Bron: www.ipsnews.be
Ingezonden door LA Ruta op 19/10/2010 - 15:15

MEXICO-STAD (ANP) - Mexico moet veel meer werk maken van het verbeteren van de positie van de inheemse bevolking. Inwoners van inheemse gebieden verdienen zeventien keer zo weinig als inwoners van de hoofdstad Mexico-Stad. Dat staat in een rapport van de VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP, aldus de Mexicaanse krant El Universal dinsdag. Volgens de UNDP heeft 90 procent van de inwoners van de inheemse gebieden in Mexico geen toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en andere basisvoorzieningen.

Als voorbeeld noemt de VN-organisatie de positie van de Tarahumara's, een indiaanse bevolkingsgroep in de noordelijke deelstaat Chihuahua. De Tarahumara's leven in slechtere omstandigheden dan de inwoners van Niger. Dat Afrikaanse land is volgens een lijst van de UNDP een van de slechtste landen om te wonen.

Bron: RNW
Ingezonden door LA Ruta op 13/11/2009 - 12:00
De Mexicaanse griep heeft dodelijke slachtoffers geëist onder geïsoleerde Amazone-indianen. Mensenrechtenorganisatie Survival International uit haar zorgen over het effect van de Mexicaanse griep op inheemse volken, die extra vatbaar zijn voor uitheemse ziekten. Landen moeten snel maatregelen treffen om volksstammen te beschermen, zo blijkt uit een rapport.
 
Zeven Yanomami-indianen in Venezuela zijn de afgelopen weken dodelijk getroffen door de Mexicaanse griep. Gevreesd wordt dat duizend indianen de griep inmiddels onder de leden hebben. De WHO heeft inmiddels bevestigd dat het om de Mexicaanse griep gaat. De Venezolaanse regering heeft het grensgebied tussen zuid-Venezuela en noord-Brazilië, het grootste inheemse gebied ter wereld, waar ongeveer 30.000 Yanomami leven, afgesloten. Er zijn medische teams gestuurd om de grootste geïsoleerde volksstam van het Amazonegebied te behandelen tegen de griep.
 
Lees verder op: One World
 
Bron: One World
Inhoud syndiceren