Gedurende drie jaar krijgen meer dan 80.000 kleine en middelgrote plattelandsondernemers in Centraal-Amerika een bijzondere opleiding. Het moet hen makkelijker toegang bieden tot de internationale markten, een andere manier om de armoede in de regio te bestrijden.
Het opleidingsprogramma in Honduras, El Salvador, Nicaragua en Guatemala wordt gefinancierd door het Internationaal Fonds voor Landbouwontwikkeling (IFAD), een organisatie van de Verenigde Naties. Het initiatief ging in maart van start en zal 2 miljoen euro kosten.

Uitgebuite paprika’s en asperges op ons bord
Talinay Strehl
“Wij willen ons loon! Wij willen ons loon!”, klinkt het op zaterdagmiddag in koor vanachter de gesloten poorten van het exportbedrijf Agrícola Jasmin. Gelegen in een groene vallei te midden van de droge zandwoestijn in het departement Ica, worden hier tonnen parika’s verbouwd voor de internationale markt. Net als in veel van de andere agro-industriële bedrijven in dit gebied, waaronder die van de asperges, uien, avocado’s en artisjokken, laten de werk- en woonomstandigheden van de arbeiders op de plantages veel te wensen over. Terwijl wij in Nederland heerlijk goedkope paprika’s en asperges op ons bord hebben liggen, werken de arbeiders in Ica zich kapot voor een onzeker hongerloon.
Het vrijhandelsverdrag tussen Peru en China treedt volgende week al in werking.
De bedoeling was dat het op 1 februari van kracht zou worden. Maar omdat alle voorbereidingen vlot zijn verlopen, is het vervroegd naar 15 januari, maakte de Peruaanse minister van Buitenlandse Handel Martín Pérez bekend. Het verdrag werd vorig jaar april gesloten tijdens een bezoek van de Peruaanse vice-president Luis Giampietri aan China.
Ook zonder verdrag was China het afgelopen jaar al de op een na grootste handelspartner van Peru, na de Verenigde Staten. Het Zuid-Amerikaanse land exporteert vooral mineralen naar China, met name koper, ijzererts en zink. Omgekeerd vindt veel Chinese elektronica zijn weg naar Peru.
Bron: RNW
De Europese Unie en Latijns-Amerikaanse landen hebben hun geschil over invoertarieven voor bananen bijgelegd. Hiermee komt na decennia een einde aan de zogenoemde bananenoorlog. Landen in Latijns-Amerika hebben zich jarenlang verzet tegen de bevoordeling door de EU van Afrikaanse en Caribische bananenexporteurs, die minder invoerrechten hoeven te betalen. Afgesproken is nu dat de importbelasting voor Latijns-Amerikaanse exporteurs in ongeveer zes jaar met ruim eenderde wordt verlaagd. In ruil daarvoor worden klachten ingetrokken die bij de Wereldhandelsorganisatie WTO zijn ingediend tegen de EU. Het akkoord leidt er in de Europese Unie waarschijnlijk toe dat bananen goedkoper worden.
bron:www.rnw.nl





