Gebruikerslogin

biodiversiteit

Ingezonden door Lien De Coster op 29/09/2010 - 15:45
De Chileense regering heeft een decreet voorgesteld dat de exclusieve economische zone, het gebied dat zich tot 200 zeemijl buiten de kust uitstrekt, uitbreidt van 0,03 procent naar 12 procent. Met die actie komt ze tegemoet aan de Conventie van Biodiversiteit.
 
Het geplande park zal 114.764 vierkante kilometer groot zijn en moet bescherming bieden aan het ecosysteem dat de eilanden Salas en Gómez omringt. Het zal op een afstand van 3.220 kilometer van het continent liggen en op 415 kilometer van het eiland Pascua. Het park wordt wereldwijd één van de drie grootste in zijn soort. 
 
Zowel de senaat als verschillende milieuorganisaties – waaronder Oceana – vragen dat de zone ook bescherming zou bieden aan het totaal van 200 zeemijl (zo’n 370 kilometer) die het eiland Pascua omringen. Zoals het voorstel nu voorligt, zou maar de helft daarvan beschermd worden. 
 
Álex Muñoz, uitvoerend directeur van Oceana, steunt het idee van de regering voor het oprichten van een natuurreservaat op zee. Maar beveelt aan ‘om ook de 200 mijl te overspannen. In heel de regio zijn er haaien met een groot territorium en onderzeese bergketens die het wensbaar maken de complete regio te beschermen.’   
 
Toerisme
 
Volgens de wet op de Visserij mag er in natuurreservaten op zee enkel aan observatie en wetenschappelijk onderzoek gedaan worden om de biodiversiteit te garanderen. De voorzitter van de Commissie van Visserij van de senaat, Antonio Horvath, ziet mogelijkheden voor toerisme, onder meer onder de vorm van duiken en observatie van diersoorten uit de regio. Dit zou vooral ten goede komen aan het eiland Pascua.
 
Met het scheppen van het reservaat komt Chili tegemoet aan zijn plichten als ondertekenaar van de Conventie voor Biologische Diversiteit. Die vraagt dat staten tien procent van hun exclusieve economische zone beschermen voor 2012. Vandaag beschermt Chili slechts 0,03 procent.
Bron: www.diario.elmercurio.com
Ingezonden door Manuel Beterams op 22/09/2010 - 13:19

De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties buigt zich vandaag (woensdag) over de achteruitgang van de natuurlijke rijkdom op aarde, maar de harde onderhandelingsnoten worden elders gekraakt.

In Canada slaagde een internationale vergadering over de toegang tot biodiversiteit en de verdeling van de opbrengsten ervan, er niet in de grote meningsverschillen uit de weg te ruimen.

Kunnen bedrijven vrij planten en dieren commercialiseren die ze uit de bossen van andere landen halen, en hoe moeten de bewoners van die wouden vergoed worden? Die vraag staat centraal bij de discussie over het zogenaamde Access and Benefits-Sharing ('toegang en het verdelen van de opbrengsten' - ABS). De internationale gemeenschap werkt aan een protocol over de kwestie, dat een onderdeel zou moeten worden van de Conventie over Biodiversiteit. Die conventie uit 1993 moet helpen de natuurlijke rijkdom op aarde te bewaren.

Contracten

Een driedaagse vergadering in Montreal over het ABS-protocol bracht geen eensgezindheid. Canada, dat samen met Colombia de vergadering voorzat, blijft zich verzetten tegen algemene afspraken rond de toegang tot biologische rijkdommen en de verdeling van de opbrengst ervan. Het land pleit voor contracten die geval per geval onderhandeld worden, afhankelijk van de grondstoffen waarom het gaat en de partijen die erbij betrokken zijn. Veel ontwikkelingslanden en actiegroepen vrezen dat inheemse volken en andere minderheden die in de rijkste natuurgebieden leven, daar de dupe van zullen worden.

Er wordt al sinds maart hard onderhandeld over het ABS-protocol. "Het is een heet onderwerp geworden", zegt Jane Smart van de milieuorganisatie IUCN. "Aan een akkoord hangen belangrijke geldstromen vast. We roepen de regeringen op leiderschap te tonen en hun meningsverschillen te overwinnen."

Het principe is dat universiteiten, onderzoeksinstellingen en bedrijven die geld verdienen met stoffen of genen die ze uit boomschors, slangengif of exotische bacteriën hebben gehaald, die opbrengst delen met de bewoners van de natuurgebieden waar die nuttige planten en dieren voorkomen. Inheemse volken en andere bewoners van die streken spelen immers een belangrijke rol bij de bescherming van de natuur, en moeten daarvoor vergoed worden. De eerlijke verdeling van de opbrengsten is dan ook een van de drie hoofddoelstellingen van de Biodiversiteitsconventie. Het verdrag moet er verder voor zorgen dat de natuurlijke rijkdom op aarde bewaard blijft en duurzaam gebruikt wordt.

Biodiversiteitstop

In oktober vindt in het Japanse Nagoya een grote biodiversiteitstop plaats. "Het is cruciaal dat het ABS-regime tegen dan rond is. Dat zou de weg vrijmaken voor de volledige uitvoering van de drie doelstellingen van de conventie", zegt Cyriaque Sendashonga van de IUCN.

Maar of dat lukt, is dus verre van zeker. "We gaan naar Nagoya met een aantal essentiële zaken die nog moeten worden afgerond", verklaarden de twee voorzitters van de vergadering in Montreal, de Canadees Timothy Hodges en Fernando Casas uit Colombia. Volgens hen zijn de landen die de conventie hebben ondertekend het erover eens dat de onderhandelingen over het ABS-protocol zo snel mogelijk klaar moeten zijn, ten laatste in Nagoya.

Het tegengaan van het verlies aan biodiversiteit is één van de Millenniumdoelstellingen waarover momenteel in New York op topniveau wordt vergaderd. Het doel was om tegen 2010 het tempo van dat verlies gevoelig in te dammen. Dat is niet gelukt. De VN schatten dat er tegenwoordig honderd keer sneller dier- en plantensoorten verdwijnen dan wanneer de natuur ongestoord haar gang zou kunnen gaan. Volgens de IUCN is 21 procent van de zoogdiersoorten, 30 procent van de amfibieën en 12 procent van de vogels op aarde met uitsterven bedreigd. Arme mensen zullen daardoor het hardst getroffen worden, want ze zijn voor een groot deel rechtstreeks van de natuur afhankelijk voor hun levensonderhoud.

Bron: IPS: www.ipsnews.be
Ingezonden door LA Ruta op 29/07/2010 - 10:01

Klimaatopwarming zal er voor zorgen dat tegen 2080 er 7 miljoen Mexicanen naar de Verenigde Staten emigreren vanwege mislukte oogsten. Dat beweren vooraanstaande wetenschappers van de Princeton University.

Michael Oppenheimer, een van de wetenschappers, voorspelt dat een merendeel van de Mexicaanse migranten uit boeren zal bestaan. 'Volgens de Mexicaanse census data met betrekking tot klimaatverandering en oogstproductie vertrekken boeren als hun grond onvoldoende landbouwproducten oogst om van te leven", verklaart Oppenheimer.

Oppenheimer vervolgt: "Rekening houdend met de verschillende scenario's rond de opwarming en de verschillende niveaus van aanpassing, denken we dat de opwarming van de aarde 1,4 tot 6,7 miljoen Mexicanen, ofwel 2 tot 10 procent van de bevolking tussen 15 en 65 jaar, zal doen emigreren vanwege de dalende landbouwproductiviteit."

Oppenheimers onderzoeksteam roept beleidsmakers op onder ander meer te investeren in technieken die de landbouw weerbaarder maken tegen eventuele temperatuurstijgingen. Indien de gemiddelde seizoenstemperatuur de komende tijd met 1 a 3 graden stijgt en er geen maatregelen worden genomen, zal het rendement van Mexicaanse gewassen met 39 tot 48 procent dalen.

Bron: Llink
Ingezonden door LA Ruta op 28/07/2010 - 15:54

 Mexicaanse boeren in het noorden van de staat Querétaro verdienen meer geld met natuurbescherming dan met de traditionele veeteelt en houtkap. Via een unieke samenwerking tussen plaatselijke overheden en milieuorganisaties stroomt er geld binnen voor elke hectare bos die ze ongemoeid laten.

"Ik heb alle bomen op dat hele perceel omgehakt", zegt Esteban Martínez en wijst op een open plek in het bos in het noorden van Querétaro. "Ik ging ook achter de jaguars aan die mijn vee opaten, en ja: ik heb er één geschoten. Maar nu beschermen we de jaguars. Het loont niet langer het bos schade toe te brengen."

Martínez is een van de zestien boeren van San Juan de los Durán, een landbouwcoöperatie die overgeschakeld is op ecotoerisme. De boeren beheren nu een kampeerplaats voor bezoekers die de rijke natuur in de omgeving willen bewonderen.

Biosfeerreservaat
San Juan de los Durán ligt in de Sierra Gorda, een uitgestrekt natuurgebied dat in 2001 door de Unesco werd uitgeroepen tot wereldbiosfeerreservaat. De Sierra Gorda omvat halfwoestijnen, hooggelegen nevelwouden en dichte laaglandjungle. Er leven 360 vogelsoorten, 130 soorten zoogdieren en 71 verschillende reptielen.

De natuurpracht van de Sierra Gorda werd bewaard dankzij jarenlange inspanningen van Mexicaanse milieuorganisaties. In 1997 erkende de Mexicaanse regering het gebied als reservaat. De erkenning door de Unesco vier jaar later maakte internationale financiering van het beheer mogelijk. De Global Environment Facility (GEF), een internationaal fonds dat onder meer projecten tegen de klimaatverandering financiert, pompte tussen 2001 en 2009 5,3 miljoen euro in het reservaat.

Het beheer van de Sierra Gorda is dan ook uniek voor Mexico. De regering, milieuorganisaties en de plaatselijke bevolking werken samen aan het behoud van het natuurgebied. En die aanpak levert steeds meer op. De organisatie Bosque Sustentable (Duurzaam Bos) zorgde ervoor dat het reservaat via de internationale koolstofmarkt aanspraak kan maken op uitstootcertificaten voor meer dan 28.000 ton CO2. Zoveel CO2 werd immers al geabsorbeerd door de herbebossing van kaalgekapte delen van het reservaat. Met de opbrengst zal verder beschermingswerk door lokale gemeenschappen gefinancierd worden.

Prijs
Martha Isabel Ruiz Corzo, de directeur van het reservaat, ontwikkelt samen met haar medewerkers ook economische, sociale en ecologische indicatoren die moeten toelaten te meten hoeveel de bescherming van het gebied nu eigenlijk waard is. Ook op de bescherming van de natuurlijke rijkdom en op de successen in de strijd tegen de armoede kan immers een prijs worden gekleefd. "De mensen die hier wonen moeten vergoed worden voor de bescherming", zegt Ruiz Corso. "Hoe kunnen we van mensen die tot de allerarmsten van de wereld behoren, vragen dat ze hun omgeving in stand houden?"

De natuurrijkdom van de Sierra Gorda wordt bedreigd door veranderende neerslagpatronen, insectenplagen en ontwikkelingsprojecten.  De elektriciteitsmaatschappij CFE zou bijvoorbeeld 47,5 kilometer hoogspanningsleidingen doorheen het gebied willen leggen, en is er al mee begonnen langs het traject gronden op te kopen.

Het is dus belangrijk zoveel mogelijk boeren deel te laten hebben aan de opbrengst die ongeschonden wouden kunnen opleveren. De meeste boerengemeenschappen zijn te klein en te slecht georganiseerd om de weg naar dat geld te vinden. Medewerkers van Bosque Sustentable pleiten voor de oprichting van een staatsfonds dat plaatselijke landeigenaars compensatie betaalt voor elke hectare van hun bossen die ze ongerept laten. Als dat genoeg oplevert, kunnen de veeteelt en de houtkap in het gebied afnemen.

Er lopen ook al initiatieven om boeren te helpen hun vee uit de bossen te houden en zelf meer veevoeder te telen. Op die manier neemt de druk op de beschermde bosgebieden af zonder dat de boeren in het gebied hun vertrouwde levensstijl moeten opgeven.

Bron: IPS (Daniela Pastrana)
Ingezonden door Lien De Coster op 20/05/2010 - 11:27
Tien van de meest bekende diersoorten van Ecuador, waaronder de condor en de jaguar, worden met uitsterven bedreigd. Dat blijkt uit het rapport ‘Mondiaal Perspectief op Biodiversiteit’ van de Verenigde Naties.
 
Het risico op uitsterven stijgt voor op zijn minst tien van de meest representatieve diersoorten van Ecuador. Verdedigers van de dieren trekken aan de alarmbel. Uit het rapport blijkt dat vijftien gewervelde diersoorten al uitgestorven zijn. Daarnaast zijn 65 andere soorten in ernstig gevaar en lopen nog eens 129 verhoogd risico.
 
Die vaststelling staat in schril contrast met het feit dat Ecuador een van de zeventien meest biodiverse landen ter wereld is. Nu worden echter diersoorten zoals de condor en de jaguar, die als symbolisch worden beschouwd voor de Ecuadoriaanse Andes, met uitsterven bedreigd. Publieke en private organisaties doen inspanningen om de dieren te redden, maar hebben tot nu toe nog geen resultaten geboekt.
 
Nefaste landbouw
 
Vogelspecialist Francisco Sornoza en biologe Gabriela Montoya zijn het erover eens dat de mens de grootste verantwoordelijke is voor deze bedreiging. Hij vernielt onder meer habitatten door ontbossing. In het rapport wordt gesteld dat de bossen en de kustgebieden onder de meest bedreigde regio’s zijn als het op bedreigde diersoorten aankomt.
 
De uitbreiding van landbouwgebied vormt onder anderen een bedreiging voor de brilbeer. Dat concludeert Luis Suárez van Conservación Internacional. Het geval van de brilbeer is een van meest dramatische gevolgen van het verminderen van ongecultiveerd terrein. Hetzelfde gebeurt met de condor. Die wordt aangevallen door eigenaars van landgoed, die hem als een bedreiging voor hun winst beschouwen.
 
De situatie wordt nog erger wanneer de territoria gefragmenteerd raken. Zo raken diersoorten geïsoleerd in groepen en verandert de genetische variëteit. Op die manier ontstaan er problemen zoals mutaties die hun bestaan aantasten.
 
Vervuilde rivieren
 
Het rapport over biodiversiteit verwijst ook naar de vervuiling van rivieren en lagunes in Ecuador. Aan de kust is dat bijvoorbeeld het gevolg van het gebruik van bemestingsmiddelen op bananenplantages en pesticiden op de palmplantages. Hetzelfde gebeurt in de Amazone met het gebruik van kwik in de mijnbouw en olielekken.
 
 
Bron: www.elcomercio.com
Inhoud syndiceren