De heuvel La Papa ligt in de wijk El Salvador, in de provincie Lima. Dit gebied werd in de jaren tachtig bezet door arme families die van het platteland naar de stad migreerden. Tot op de dag van vandaag zijn de leefomstandigheden er ronduit slecht. Terwijl politici valse beloftes doen, strijden georganiseerde bewoners voor basisvoorzieningen.

Brazilië krijgt er flink van langs in het jongste jaarrapport van Amnesty International. Het land, dat in 2014 het WK voetbal en in 2016 de Olympische Spelen ontvangt, heeft aanzienlijke vooruitgang geboekt in het terugdringen van de armoede, zegt de mensenrechtenorganisatie. Toch blijft er sprake van "zware ongelijkheid", staat in het rapport, dat vrijdag is voorgesteld.
Volgens Amnesty International blijven armen in Brazilië met een reeks mensenrechtenschendingen kampen, onder meer gedwongen verhuizing en het ontbreken van basisdiensten.
In sommige steden is het aantal moorden gedaald, maar in armere wijken (favela's) blijft het geweld, ook het politiegeweld, groot. Dat scherpt de ongelijkheid nog aan, stelt de mensenrechtenorganisatie.
Amnesty wijst op het succes van de vredespolitie-eenheden (UPP), die in Rio de Janeiro de misdaad in de favela's deden slinken. Maar in gebieden die buiten dit beleid vallen, blijft politiegeweld "algemeen". Volgens officiële cijfers doodde de politie in 2010 855 mensen bij "daden van verzet", dat zijn gewapende confrontaties tussen burgers en veiligheidsagenten.
Milities
Veel armenwijken worden geteisterd door geweld van drugsbendes, doodseskaders en paramilitaire milities.
Amnesty herinnert eraan dat de aanbevelingen die een onderzoekscommissie van het regionale parlement van Rio de Janeiro in 2008 formuleerde, nog steeds niet zijn uitgevoerd.
"We hebben 58 aanbevelingen gedaan in het eindrapport, die fundamenteel zijn voor de aanpak van, en de strijd tegen, de milities", zegt regionaal parlementslid Marcelo Freixo (Partido Socialismo y Libertad), die voorzitter was van de commissie. "Zo goed als geen voorstel werd uitgevoerd door de federale regering of door de regionale en lokale besturen." Het ontbreekt niet aan middelen, zegt hij, wel aan "politieke wil."
Volgens Freixo zijn nu al milities actief in driehonderd gemeenten, een aantal dat nog zal stijgen omdat de overheid niets doet. "Het volstaat niet de delinquenten op te pakken om de milities het hoofd te bieden."
Amnesty signaleert ook mensenrechtenschendingen in de Braziliaanse gevangenissen: foltering, overbevolking, vernederende leefomstandigheden. Volgens de mensenrechtenorganisatie heeft de overheid de controle over veel gevangenissen verloren.
President Álvaro Colom heeft namens de Raad van Ministers een sociaal programma goedgekeurd, genaamd ‘Mi Familia Mejora en Salud’ (De Gezondheid van mijn Familie Verbetert). Het programma zal donderdag 21 april in werking treden. Voor het programma is een fonds van 100 miljoen quetzal (9 miljoen euro) beschikbaar gesteld.
Het programma richt zich op de levenskwaliteit van de bevolkingsgroepen die in armoede of extreme armoede leven, met als doel het verbeteren van hun gezondheid en hun algemene ontwikkeling. Een groot aantal kinderen in Guatemala is ondervoed. Vijfduizend kinderen hebben dringend aandacht nodig wegens het gebrek aan voedingsstoffen. Nog eens tienduizend kinderen bevinden zich in een risicogroep.
De details voor het programma zijn nog onbekend, zei viceminister Rafael Espada woensdag 20 april, een dag nadat het akkoord ondertekend was. Het is dus nog onduidelijk welke acties de regering gaat ondernemen om de doelen van het programma te behalen.
Verschillende oppositiepartijen uitten hun kritiek op het akkoord. Zij vinden het opvallend dat dit programma geïnitieerd wordt ten tijde van de verkiezingscampagne. ‘De regering zegt geen geld te hebben, maar voor dit programma zijn wel middelen beschikbaar gesteld. Dat betekent dus dat er wél geld is’, aldus Nineth Montenegro van de partij Encuentro por Guatemala.
Javier Zepeda, directeur van de Kamer van Koophandel in Guatemala benadrukt hoe belangrijk het is dat de programma’s transparant zijn. ‘Een programma als deze, dat wordt opgestart in verkiezingstijd, roept vragen op, omdat men niet duidelijk is over het beheer van de fondsen’, aldus Zepeda. ‘Wij zijn als instantie niet tegen de sociale programma’s, integendeel, wij ondersteunen ze, maar wel op voorwaarde dat ze transparant zijn en niet opgezet worden in de context van een politiek proces’.
Bronnen: Adital en Prensa Libre
Kleine vissers moeten vechten om te overleven in Centraal-Amerika
Danilo Valladares
Duizenden kleine vissers in Centraal-Amerika moeten vechten om te overleven. Vrijhandelsakkoorden, multinationals, grote toeristische projecten en vervuiling maken hen het steeds moeilijk om voldoende inkomsten te verwerven.
"We verdwijnen langzaam", zegt Oscar Marroquín, voorzitter van de Confederación de Pescadores Artesanales de Centroamérica (Confederatie van Kleine Vissers van Centraal-Amerika).

15 Februari j.l. verklaarde president Alan García Pérez dat Peru voor een groot gedeelte voldaan heeft aan de millenniumdoelen van de Verenigde Naties. Ook zei hij te verwachten dat de armoede in Peru nog voor juli dit jaar met 30% zal afnemen. Het Peruaans Instituut voor Statistiek en Informatica (INEI) bestudeert de leefomstandigheden van de Peruaanse bevolking. In oktober 2010 won het INEI een prijs van de Wereldbank: hun Nationale Enquête van Peruaanse Huishoudens werd bestempeld als een van de meest innovatieve programma’s van Latijns-Amerika.
De metingen die leidden tot deze zogenaamde positieve resultaten worden echter in twijfel getrokken. In een artikel dat in juli 2010 gepubliceerd werd door het Centrum voor Studie en Promotie van Ontwikkeling (Desco), bekritiseert econoom Raul Mauro het INEI en wijst daarbij op de bestaande paradox tussen de sterke economische groei en de stijging van zowel het aantal sociale conflicten als het aantal personen dat naar het buitenland migreert. Deze laatste twee indicatoren zouden wijzen op de ontevredenheid die momenteel in het land heerst. “Hoe is het mogelijk dat de Peruaanse bevolking elke keer meer conflicten heeft en in grotere getale naar het buitenland migreert, terwijl er op economisch en sociaal terrein zoveel winst is behaald?”. Deze vraag staat centraal in het artikel van Mauro, waarin hij laat zien hoe het vertrouwen van de bevolking van Lima jegens het INEI is afgenomen tijdens de huidige regering (het is de stad Lima waar de armoede het meest is afgenomen). Daarbij stelt hij zich ook de vraag, waarom tegenwoordig de Wereldbank wordt gezien als het simbool van betrouwbaarheid als het gaat om statistisch onderzoek betreffende armoede statistieken.
Mauro onderschrijft uiteindelijk de noodzaak van het aannemen van een meer kritische houding ten opzichte van instanties als de Wereldbank. Hij wijst erop dat men de realiteit meer voor ogen moet houden. In deze context is de kritiek van andere presidentskandidaten beter te begrijpen, zij bevestigen dat de structurele armoede blijft bestaan en dat verschillende stedelijke en landelijke gebieden verwaarloosd worden (de provincie van Huancavelica kent een stijging in het armoede percentage van meer dan 75%).
Bronnen: Mauro, Raúl (Julio 2010) ' Paradojas de la política aprista.' In: Pradel S., Mónica (Coord.): Perú Hoy. Desarrollo, democracia y otras fantasías.Centro de Estudios y Promoción del Desarrollo (Desco). Lima: Roble Rojo Grupo de Negocios S.A.C. P. 179-207, Andina, LaRepublica.






