Schoen- en kledingproducent Nike heeft verklaard 1,5 miljoen dollar aan de 1800 medewerkers van Hondurese fabrieken te zullen betalen. De fabrieken werden in januari 2009 onverwacht gesloten. Nike is hiermee gezwicht voor de druk van Hondurese vakbondsleden en Amerikaanse studenten die felle actie voerden tegen het beleid van de sportfabrikant.
Volgens de vakbonden en activisten overtrad de sportfabrikant de arbeidsrechten van de werknemers door ze niet op tijd te informeren over de sluiting van de werkplaatsen. Daarnaast klaagden veel Hondurese werknemers over de erbarmelijke arbeidsomstandigheden binnen de fabrieken. Naar aanleiding van de acties dreigden veel universiteiten hun contracten met Nike op te zeggen.
Uniek
Nike heeft, naast de financiële compensatie, tevens beloofd om een jaar lang de ziektekostenpremies van de arbeiders en hun familie te vergoeden en een programma financieren waarmee de arbeiders omgeschoold en geholpen kunnen worden en geholpen bij het zoeken naar een nieuwe baan.
Het is voor Midden-Amerikaanse begrippen uniek dat een westerse multinational bereid is om gedupeerde arbeiders volledig te compenseren voor de geleden financiële schade. Een woordvoerder van de Amerikaanse organisatie Workers Rights Consortium verklaarde daarom uitermate tevreden te zijn met de toezeggingen van Nike.
Bron: LlinkDe Galapagoseilanden staan sinds woensdagavond niet langer op de lijst voor Werelderfgoed in gevaar. Ecuador, waar de eilandengroep bij hoort, heeft de omstandigheden op de eilanden zodanig verbeterd dat het erfgoed goed behouden kan blijven. Dat concludeerde VN-commissie voor werelderfgoed op de jaarlijkse vergadering in Brazilië.
De Galapagoseilanden waren in 1978 de eersten die een plekje kregen op de Werelderfgoedlijst van Unesco. De eilandengroep staat vooral bekend om het rijke zeeleven. De eilanden in de Stille Oceaan zijn een ,,levend museum'' en een ,,tentoonstelling voor de evolutie'', aldus Unesco. Charles Darwin bezocht de eilandengroep in 1835 en kreeg daar inspiratie voor de evolutietheorie.
Door toerisme, immigratie en nieuwe diersoorten kwam het paradijs echter in gevaar, besloot Unesco in 2007. Het aantal dagen dat cruisegangers op de eilanden verbleven, steeg in 15 jaar tijd met 150 procent. Ook trokken steeds meer mensen naar de eilanden om in het toerisme te gaan werken en nam het verkeer over het water tussen de eilanden explosief toe.
Plaatsing van erfgoed in de gevarenzone kan, zoals bij de Galapagoseilanden, een gunstig effect hebben. Unesco hoopt met de beslissing overheden te dwingen meer te doen aan het behoud en de bescherming van het gebied. In sommige gevallen helpt het niet. Zo werd vorig jaar het Elbedal bij Dresden 'onterfd' door de aanleg van een brug. Eerder schrapte Unesco ook een natuurgebied in Oman toen de diersoort die men met de erfgoedstatus wilde beschermen, desondanks uitstierf.
De commissie vergadert nog tot en met 3 augustus. De komende dagen wordt bepaald welke nieuwe locaties zich voortaan werelderfgoed mogen noemen. Amsterdam dingt mee met de 17e eeuwse grachtengordel in de binnenstad.
Bron: www.rnw.nlKlimaatopwarming zal er voor zorgen dat tegen 2080 er 7 miljoen Mexicanen naar de Verenigde Staten emigreren vanwege mislukte oogsten. Dat beweren vooraanstaande wetenschappers van de Princeton University.
Michael Oppenheimer, een van de wetenschappers, voorspelt dat een merendeel van de Mexicaanse migranten uit boeren zal bestaan. 'Volgens de Mexicaanse census data met betrekking tot klimaatverandering en oogstproductie vertrekken boeren als hun grond onvoldoende landbouwproducten oogst om van te leven", verklaart Oppenheimer.
Oppenheimer vervolgt: "Rekening houdend met de verschillende scenario's rond de opwarming en de verschillende niveaus van aanpassing, denken we dat de opwarming van de aarde 1,4 tot 6,7 miljoen Mexicanen, ofwel 2 tot 10 procent van de bevolking tussen 15 en 65 jaar, zal doen emigreren vanwege de dalende landbouwproductiviteit."
Oppenheimers onderzoeksteam roept beleidsmakers op onder ander meer te investeren in technieken die de landbouw weerbaarder maken tegen eventuele temperatuurstijgingen. Indien de gemiddelde seizoenstemperatuur de komende tijd met 1 a 3 graden stijgt en er geen maatregelen worden genomen, zal het rendement van Mexicaanse gewassen met 39 tot 48 procent dalen.
Bron: LlinkMexicaanse boeren in het noorden van de staat Querétaro verdienen meer geld met natuurbescherming dan met de traditionele veeteelt en houtkap. Via een unieke samenwerking tussen plaatselijke overheden en milieuorganisaties stroomt er geld binnen voor elke hectare bos die ze ongemoeid laten.
"Ik heb alle bomen op dat hele perceel omgehakt", zegt Esteban Martínez en wijst op een open plek in het bos in het noorden van Querétaro. "Ik ging ook achter de jaguars aan die mijn vee opaten, en ja: ik heb er één geschoten. Maar nu beschermen we de jaguars. Het loont niet langer het bos schade toe te brengen."
Martínez is een van de zestien boeren van San Juan de los Durán, een landbouwcoöperatie die overgeschakeld is op ecotoerisme. De boeren beheren nu een kampeerplaats voor bezoekers die de rijke natuur in de omgeving willen bewonderen.
Biosfeerreservaat
San Juan de los Durán ligt in de Sierra Gorda, een uitgestrekt natuurgebied dat in 2001 door de Unesco werd uitgeroepen tot wereldbiosfeerreservaat. De Sierra Gorda omvat halfwoestijnen, hooggelegen nevelwouden en dichte laaglandjungle. Er leven 360 vogelsoorten, 130 soorten zoogdieren en 71 verschillende reptielen.
De natuurpracht van de Sierra Gorda werd bewaard dankzij jarenlange inspanningen van Mexicaanse milieuorganisaties. In 1997 erkende de Mexicaanse regering het gebied als reservaat. De erkenning door de Unesco vier jaar later maakte internationale financiering van het beheer mogelijk. De Global Environment Facility (GEF), een internationaal fonds dat onder meer projecten tegen de klimaatverandering financiert, pompte tussen 2001 en 2009 5,3 miljoen euro in het reservaat.
Het beheer van de Sierra Gorda is dan ook uniek voor Mexico. De regering, milieuorganisaties en de plaatselijke bevolking werken samen aan het behoud van het natuurgebied. En die aanpak levert steeds meer op. De organisatie Bosque Sustentable (Duurzaam Bos) zorgde ervoor dat het reservaat via de internationale koolstofmarkt aanspraak kan maken op uitstootcertificaten voor meer dan 28.000 ton CO2. Zoveel CO2 werd immers al geabsorbeerd door de herbebossing van kaalgekapte delen van het reservaat. Met de opbrengst zal verder beschermingswerk door lokale gemeenschappen gefinancierd worden.
Prijs
Martha Isabel Ruiz Corzo, de directeur van het reservaat, ontwikkelt samen met haar medewerkers ook economische, sociale en ecologische indicatoren die moeten toelaten te meten hoeveel de bescherming van het gebied nu eigenlijk waard is. Ook op de bescherming van de natuurlijke rijkdom en op de successen in de strijd tegen de armoede kan immers een prijs worden gekleefd. "De mensen die hier wonen moeten vergoed worden voor de bescherming", zegt Ruiz Corso. "Hoe kunnen we van mensen die tot de allerarmsten van de wereld behoren, vragen dat ze hun omgeving in stand houden?"
De natuurrijkdom van de Sierra Gorda wordt bedreigd door veranderende neerslagpatronen, insectenplagen en ontwikkelingsprojecten. De elektriciteitsmaatschappij CFE zou bijvoorbeeld 47,5 kilometer hoogspanningsleidingen doorheen het gebied willen leggen, en is er al mee begonnen langs het traject gronden op te kopen.
Het is dus belangrijk zoveel mogelijk boeren deel te laten hebben aan de opbrengst die ongeschonden wouden kunnen opleveren. De meeste boerengemeenschappen zijn te klein en te slecht georganiseerd om de weg naar dat geld te vinden. Medewerkers van Bosque Sustentable pleiten voor de oprichting van een staatsfonds dat plaatselijke landeigenaars compensatie betaalt voor elke hectare van hun bossen die ze ongerept laten. Als dat genoeg oplevert, kunnen de veeteelt en de houtkap in het gebied afnemen.
Er lopen ook al initiatieven om boeren te helpen hun vee uit de bossen te houden en zelf meer veevoeder te telen. Op die manier neemt de druk op de beschermde bosgebieden af zonder dat de boeren in het gebied hun vertrouwde levensstijl moeten opgeven.
Bron: IPS (Daniela Pastrana)





