Gebruikerslogin

Zestig procent minder kindersterfte in Latijns-Amerika

Ingezonden door Lien De Coster op di, 2010-06-22 16:44

Bron: www.un-ngls.org, www.nortecastilla.es, www.eclac.cl

De laatste jaren is het aantal gevallen van kindersterfte in Latijns-Amerika en de Cariben met meer dan zestig procent gedaald ten opzichte van de periode 1970-1975. Dat blijkt uit een studie van de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en de Cariben (CEPAL).
 
De cijfers komen uit het rapport ‘Población y salud en América Latina: retos pendientes y nuevos desafíos’. Dat werd in mei voorgesteld op de bijeenkomst van het Speciaal Comité van CEPAL over bevolking en ontwikkeling in Chili. Het document bevat een analyse van de belangrijkste uitdagingen die spelen in Latijns-Amerika op vlak van gezondheid en schuift een aantal aanbevelingen naar voor.
 
Tussen 1970-1975 stierven 81 op duizend kinderen in de regio, tussen 1990 en 1995 waren dat er nog 38, van 2005 tot 2010 klokt de regio voorlopig af op 22. De daling is te danken aan een combinatie van factoren: de vooruitgang van medische programma’s voor moeders en kinderen, waaronder vaccinaties, socio-economische vooruitgang zoals een betere toegang tot drinkwater, een groter deel van de bevolking dat opgeleid is en een daling van de vruchtbaarheid. Toch is het vierde millenniumdoel, dat het dodental bij kinderen onder de vijf jaar met twee derde wil verminderen tegen 2015 ten opzichte van 1990, verre van bereikt.
 
Ongelijkheid
 
Uit de studie blijkt verder dat de regio belangrijke vooruitgang heeft geboekt op vlak van levensverwachting, kindersterfte en de bestrijding van hiv/aids. Toch zijn de resultaten over moedersterfte en vruchtbaarheid bij adolescenten ontmoedigend. De vruchtbaarheid in de regio is in het algemeen gedaald met 63 procent tegenover het midden van de vorige eeuw tot het begin van de huidige. Bij adolescenten ligt de daling echter maar op 37 procent.
 
Het grootste probleem waar de regio mee af te rekenen heeft, is de grote ongelijkheid in gezondheidszorg. Die zorg verschilt erg per land, regio, sociale groep, etnische afkomst en opleidingsniveau. Volgens de studie is de grootste uitdaging voor de regio ‘de vermindering en uitroeiing van de ongelijkheid in toegang tot gezondheidszorg en seksueel-reproductieve gezondheid. Dat betekent nu een constante ondermijning van de uitoefening van de rechten van uitgesloten bevolkingsgroepen zoals plattelandsbevolking, laagopgeleiden en mensen van inheemse of Afrikaanse oorsprong’.
 
Als aanbevelingen worden in het document het wegwerken van ongelijkheid en een verhoging van publieke uitgaven gedurende de komende dertig jaar genoemd. Daarnaast staan de versterking en veralgemening van de gezondheidszorg en een grotere focus op preventie en promotie op het verlanglijstje.

Nieuwe reactie inzenden

Door gebruik van dit formulier accepteert u Mollom's privacybeleid.