Enviado por Ton Vriens el Mar, 2012-01-24 14:49.

Een bewoner uit een tentenkamp in de voorstad Carrefour laat op de vooravond van de herdenking van de aardbeving weten dat er ontruimd gaat worden. In de vroege ochtend pakt een ploeg van de filmschool ‘Haiti Reporters’ stilzwijgend de camera’s in. Ze hebben reden in de rats te zitten. Al eerder zijn ze in dit kamp geconfronteerd met schietende en rond meppende agenten die tenten kwamen vernietigen.
De landeigenaar, een kerkorganisatie, ziet op het laatste moment af van ontruiming nadat de studenten de bisschop een email stuurden met de vraag hoeveel geld hij heeft ingezameld voor de kampbewoners die hij nu op straat wil zetten. Ze geven elkaar high-fives voor hun ferme aanpak.
Op de filmschool vinden dagelijks verhitte debatten plaats over de nieuwe regering, de buitenlandse hulp, en hoe iedereen het probleem van een half miljoen daklozen voor zich uitschuift. De studenten worden opgeleid in onderzoeksjournalistiek, een novum in Haïti. Maar de camera richten op een autoriteit en een directe vraag stellen kost de meesten nog steeds moeite.
In een land waar geen recht heerst wordt angst gevoed van generatie op generatie. Er is de angst voor aardbevingen, orkanen en cholera. Maar men is vooral bang voor gezagsdragers - en hun onderwereld.
Tekenend is een rechtszaak die afgelopen november werd geopend tegen 34 politieagenten, aangeklaagd voor moord op tenminste twaalf gevangenen. Het precieze aantal is niet bekend want mensen verdwijnen en driekwart van de gevangenisbevolking zit jarenlang in voorarrest. Autoriteiten probeerden de slachting te verdonkeremanen maar de New York Times bracht de zaak aan het licht. Amerikaanse senatoren dreigden hulp aan Haïti te blokkeren als er geen onderzoek zou komen.
Een studententeam versloeg het proces (zie o.a.: http://vimeo.com/32536806). Hun reportages en artikelen werden gepubliceerd door Le Nouvelliste, de enige kwaliteitskrant in het land. De rest van de Haïtiaanse media maakten zelfs geen melding van de rechtszaak. Gerda Leroi, één van de studenten van de filmschool, besloot vervolgens Richard Morse te interviewen. Morse, speciale gezant van president Martelly, en eveneens een bekende zanger, was bij de opening van het proces en noemde het een historisch moment: Haïti was nu eindelijk een rechtsstaat, aldus Morse.
“Vanwaar het gebrek aan aandacht van de Haïtiaanse media?”, vroeg Leroi. “Geld. Puur een kwestie van geld”, luidde het antwoord van Morse. De overheid had volgens hem een onkostenvergoeding moeten bieden aan journalisten. “Maar de staatstelevisie en Le Nouvelliste konden toch wel iemand sturen?”, gaat Leroi verder. Morse gaat er niet op in.
Morse – ooit zelf ontsnapt aan een aanslag -- weet best waarom. Journalisten vonden het te gevaarlijk. De rechter is inmiddels uit veiligheidsoverwegingen naar het buitenland vertrokken. Ook de procureur had gezegd met de dood bedreigd te worden.
Buitenlandse journalisten noemen hun Haïtiaanse collega’s vaak bangig en weinig ondernemend. Maar in een discussie met de studenten geeft Amélie Baron, correspondent voor de Franse televisie, toe: “als ik hier bedreigd word, zit ik nog dezelfde dag in het vliegtuig.”
De democratie in Haïti wordt bewaakt door ruim tienduizend blauwhelmen. De internationale gemeenschap geeft miljarden uit aan humanitaire noodhulp. Maar een fatsoenlijk politieapparaat en een functionerende justitie lijkt noch voor de regering, noch voor de buitenlandse partners, een prioriteit. Zo wordt de vrijheid van de pers beperkt en zo blijft iedereen bang.
Auteur Ton Vriens is werkzaam voor Haiti Reporters en leidt jonge Haïtianen op in camerawerk en verslaggeving. Het project wordt gefinancierd door o.a. ICCO en Buitenlandse Zaken.
Meer informatie:
http://haitireporters.info/
vriens@haitireporters.info
Aanverwante items: Haïti | HaitiReporters | media | persvrijheid







Enviar un comentario nuevo