Inicio de sesión

Iquitos

Blog van Ineke Kraus

Enviado por Ineke Kraus el Mié, 2010-07-21 06:00.

Sinds een paar weken ben ik in Iquitos, waar ik 7 weken als vrijwilliger werk voor een vrouwenorganisatie die zich van oudsher richt op seksueel geweld tegen vrouwen en de laatste tijd toenemend op de implementatie van de wet gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Ze doen dit vooral door het scholen en ondersteunen van plaatselijke belangenorganisaties en het scholen van ambtenaren en politieke bestuurders op het niveau van gemeente en regio.
 
Iquitos ligt in het district Loreto, dat in het uiterste noordoosten van Peru ligt en grenst aan Colombia en Brazilie. Iquitos schijnt de grootste stad ter wereld te zijn die niet via de weg te bereiken is. De stad is aan alle kanten omringd door water. Twee brede rivieren die iets buiten de stad samen komen om de Amazone te vormen. De stad werd in de 18e eeuw gesticht door de Jezuïeten maar de ‘boom’ van Iquitos kwam precies 100 jaar geleden toen door de uitvinding van het vulkaniseren van rubber een grote vraag naar rubber ontstond. Omdat het Amazonegebied de enige plek ter wereld was waar rubberbomen voorkwamen, leidde dit tot de eerste exploitatieronde van de Amazone. Nadat echter de rubberzaden geëxporteerd werden naar Congo en het verre oosten verplaatste de rubberexploitatie zich en verdween alle rijkdom uit Iquitos om er niet meer terug te keren.
 
Het is nog steeds een arm gebied, armer dan de rest van Peru. 50 % Van de bevolking leeft onder de armoedegrens en meer dan 20% is extreem arm. Het bruto nationaal product (BNP) van deze regio is maar 2% van het landelijke BNP. Er is wat export van hout en palmolie. Maar dit zijn geen producten die veel arbeid en dus inkomen opleveren.
De vele natuurlijke rijkdommen in de Amazone komen de plaatselijke bevolking niet ten goede. In tegendeel, de ontginning daarvan leidt tot ontbossing en chemische vervuiling van water en grond. Hierdoor ziet men vanuit de Amazonegemeenschappen steeds meer migratie naar de stad en naar de armoede van krottenwijken aan de buitenkant van de stad. Deze groei van de stedelijke bevolking legt vervolgens een zware druk op de stedelijke voorzieningen in deze toch al arme stad.
 
De meeste mensen proberen een inkomen bij elkaar te schrapen in de dienstverlening en handel op vaak zeer kleine schaal: als bestuurder van de vele motortaxi’s (er schijnt een motortaxi per 5 inwoners te zijn), met een typemachine op de stoep om officiële brieven te schrijven, als schoenmaker met vaak alleen wat handgereedschap op een krukje langs de straat. Vrouwen hebben vaak de informele handel: verkopen wat groente of geschilde vruchten op de hoek van een straat. Of zitten voor hun deur met een bak geklopt gezoet eiwit dat ze verkopen in kleine bekertjes, hebben kleine winkeltjes in hun huis, of verkopen maaltijden op de stoep met een ton als barbecue twee tafeltjes en wat stoelen.
 
Je ziet überhaupt overal in de stad kleinschalige productie en handel: iemand die van betonijzer en plasticdraad de schommelstoelen maakt die in vrijwel alle huizen staan of iemand die onduidelijke motoronderdelen repareert en weer verkoopt. De meest bijzondere handel die ik gezien heb is iemand met zelfgemaakte whiteboards in alle maten die hij langs de weg probeert te verkopen. Ik kan me niet bedenken voor wie dat hier een levensbehoefte zou kunnen zijn. Ik zag hoe hij probeerde een jong echtpaar over te halen tot aankoop, maar zonder succes.
 
Dat mensen weinig geld hebben merk je op de markt en in de kleine winkeltjes, waar je allerlei levensmiddelen herverpakt kunt vinden, een onsje linzen of rijst of bonen voor een paar centimos. Je merkt het ook in de enige grote supermarkt hier, waar het nooit druk is en je nooit het ons zo  vertrouwde beeld ziet van mensen met karren vol voor de kassa. De enige keer dat ik dat zag was het een ‘gringa’.

Blog van Ineke Kraus
Enviado por Ineke Kraus el Mié, 2010-07-21 06:00.
Aanverwante items: armoede | Peru

Enviar un comentario nuevo

By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.