Gebruikerslogin

Een stille machtsgreep in Haïti

Blog van Ton Vriens

Ingezonden door Ton Vriens op wo, 2009-11-11 15:01

In de afgelopen week werd in een vloek en een zucht een eerste minister naar huis gestuurd door een meerderheid in de senaat en stelde de president nog dezelfde dag meteen een nieuwe voor. Het leek wel afgesproken teamwerk! En misschien was het dat ook. De senatoren die de eerste minister onderuit haalden, waren allen van dezelfde partij, Espwa (Hoop!), als president René Préval.
 
 
Afgelopen zaterdag, 7 november, stemde het Huis van Afgevaardigden met vrijwel algemene stemmen voor Jean-Max Bellerive als de nieuwe eerste minister. Er zijn nog drie stemmingsrondes te gaan maar het lijdt geen twijfel dat de voormalige minister van planning benoemd wordt. Bellerive (51) is een veteraan en een overlever in de Haïtiaanse politiek.
 
Wat had de vorige eerste minister, Michele Pierre-Louis misdaan? De aantijgingen, geuit door de senatoren, waren weinig specifiek en concreet. Mevrouw Pierre-Louis werd verantwoordelijk gesteld voor het gebrek aan vooruitgang in Haïti in het algemeen en de senatoren suggereerden dat ze buitenlandse hulpfondsen verdonkeremaand had. Maar dat klinkt onwaarschijnlijk. Hoe je ook denkt over haar stijl van regeren – niet erg open naar de pers en zonder veel contact met de bevolking – als nieuwkomer in de Haïtiaanse politiek was ze juist een verfrissende criticus geweest van de gangbare corruptie in tal van overheidsdepartementen.
De politieke crisis in Haïti verontrustte de internationale gemeenschap. Net nu alle zeilen waren bijgezet om het land boven jan te helpen, dreigde er weer instabiliteit.
De bevelhebber van MINUSTAH, de VN-macht ter plaatse, waarschuwde dat op deze manier de negenduizend blauwhelmen nog lang niet naar huis kunnen. “I don't see any signs that point to an end to the mission here." Ook het Amerikaanse Ministerie van BZ uitte zijn zorgen over het vertrek van eerste minister Pierre-Louis. De dag nadat de senatoren haar ontslag eisten, belde Hillary Clinton persoonlijk met president Préval. Haar perschef wees erop dat Haïti zich op dit moment minder dan ooit politieke instabiliteit kon permitteren.
 
Maar president Préval negeerde Hillary en alle andere buitenlandse adviezen en hij weigerde zich uit te spreken over de aantijgingen van de senatoren tegen Pierre-Louis. Zoals gebruikelijk, profiteerden de putchisten van Haïti’s onaanzienlijkheid. De persagentschappen hebben er geen bureau en je moet het maar treffen dat een stringer wat informatie weet te vergaren. De wisseling van de macht kreeg weinig of geen aandacht in de Amerikaanse media. De Washington Post berichtte slechts summmier dat Bellerive een internationaal gewaardeerde econoom is. In andere kranten werd Bellerive vaak een “technocraat” genoemd – een typering die we graag gebruiken als iemand collaboreert met een regime dat niet pluis is (vgl.: Jorge Zorreguieta…) en we willen geloven dat die persoon geen bindingen met het regime heeft.
 
Evelyne Margron — een vriendin in Port au Prince die zich begeeft in doorgaans goed geinformeerde kringen -- gelooft niet zo in het label van technocraat voor Bellerive. Ze kent hem persoonlijk –een jeugdvriend van haar man -- en ze wijst erop dat Bellerive deelnam aan tien zeer uiteenlopende regeringen, en zich thuisvoelde zowel in de uiterst linkse regering onder president Aristide als het schrikbewind van de miliitaire dictatuur. Kortom, in de eerste plaats is hij een zeer behendige politicus.
 
Los van de vraag of Bellerive een handige opportunist is en daarom naar voren werd geschoven, wat motiveerde de aanval van de achtien senatoren op Pierre-Louis en waarom nu?
 
Evelyne had de coup zien aankomen. De eerste minister werd benoemd nadat haar voorganger het veld moest ruimen na felle demonstaties in april 2008 tegen de radikale verhoging van voedselprijzen. Pierre-Louis was niet president Rene Préval’s eerste keus. Maar twee andere kandidaten werden door het parlement afgewezen. Ook tegen Pierre-Louis werd oppositie gevoerd en er ontstond een lastercampagne over haar lesbianisme. Maar in september vorig jaar, na de ramp van vier elkaar opeenvolgende tropische stormen en orkanen, kon ze eindelijk een nieuwe regering formeren. Ironisch genoeg, Bellerive die haar nu opvolgt, werd haar minister van planning.
 
Mevrouw Pierre-Louis deed het goed – althans in het buitenland. Een serieuze, welbespraakte dame van middelbare leeftijd met een onbesproken staat van dienst. Ze was eerder directeur geweest van Fokal, een stichting die onder andere bibliotheken opricht, gefinancierd door de Soros Foundation. Maar Pierre-Louis had geen politieke ervaring. Haar enige connectie was die met de president – ooit hadden zij samen geprobeerd een broodfabriek op te zetten. Maar vanaf haar aantreden was duidelijk dat er weinig of geen samenwerking zou zijn tussen president en eerste minister. Genegeerd en buitengesloten door de machtige Préval, bleef ze onbekend en onbemind in eigen land.
 
Tijdens haar bezoeken aan de Verenigde Staten viel op hoe goed ze het kon vinden met de nieuwe minister van buitenlandse zaken, Hillary Clinton. De twee vrouwen hadden niet alleen een gemeenschappelijk belang – het verbeteren van Haïti’s imago om meer internationale fondsen aan te trekken. Maar ze lagen elkaar, dat was zonneklaar. En misschien doet het er niet toe maar ook Hillary was ooit het mikpunt van een roddelcampagne over haar lesbische neigingen (Ik ben nog zo gek geweest daar een onderzoek naar in te stellen toen Bill Clinton aan zijn eerste presidentscampagne begon. In de lesbische gemeenschap van Arkansas – een verschanste underground groep altijd belaagd door dronken cowboys die bierflesjes naar ze gooiden -- was het antwoord: ‘was het maar waar!’)
 
In een tap-tap busje in de hoofdstad, waar de passagiers op twee wankele bankjes tegenover elkaar zitten, probeer ik een gesprek aan te knopen over de paleisrevolutie. De mevrouw naast me wil er niet over praten. In vloeiend Engels: “I’m looking for the good things in life. Politics in Haïti, unfortunately, is not one of these…”
 
Een meneer aan de overkant maakt zich boos: “Ik ken mevrouw Pierre-Louis niet – ik weet niet of ze wat misdaan heeft. Maar één ding is zeker: Préval is bezig met alle macht naar zicht toe te trekken. Hij heeft niet het belang van het land op het oog. Hij wil gewoon op pensioen kunnen met al z’n handlangers in alle politieke sleutelposities.”
 
Een jonge man in grijs pak, waarschijnlijk op weg naar de kerk, laat weten dat er in Haïti geen enkele politicus te vinden is die het algemeen belang op het oog heeft. Kijk hoe alles steeds maar duurder wordt. We krijgen belangrijk bezoek uit het buitenland (NB waarschijnlijk bedoelt hij de Clintons en de SG van de VN) maar nog steeds kunnen onze kinderen niet naar school en is er geen gezondheidszorg.
 
In de zogeheten News Bar in het sjieke Montanahotel ontmoet ik Evelyne Margron om de rest van het verhaal te horen. Bob en Carolyn, twee nieuwe Amerikaanse vrienden heb ik meegenomen. Hun stichting Pure Water for the World heeft uitgebreide operaties in Haïti en ze maken zich zorgen over wat de machtswisseling inhoudt voor hun staf en hun veiligheid.
 
Evelyne heeft vijf jaar met Pierre-Louis samengewerkt en ziet de beschuldigingen van de senatoren als een-aanval-is-de-beste-verdediging. Als eerste minister had Pierre-Louis juist de strijd aangebonden met allerlei corrupte afdelingen in haar overheidsapparaat. Ze had daar weinig ruchtbaarheid aangegeven en was er ook niet erg ver mee gekomen. Maar wie haar kent, houdt zijn hand in het vuur voor haar integriteit.
 
Vanwaar deze plotselinge campagne tegen haar, kennelijk gesteund door de president zelf?
 “Het is het gebruikelijke liedje,” zegt Evelyne met een bitter lachje. “Volgend jaar, 2010, worden er presidentsverkiezingen gehouden. De internationale gemeenschap stelt altijd gelden ter beschikking voor de verkiezingen, en het gaat om veel geld. De partij van de president, Espwa, wil geen pottenkijkers hebben. Ze willen ongestoord de verkiezingen naar hun hand kunnen zetten en de buit verdelen. Kortom, Michele Pierre-Louis moest uit de weg geruimd worden. Bovendien was bekend dat zij een presidentskandidaat prefereert die niet tot de hofhouding van de president behoort: madame Manigat, de vrouw van een voormalige president die in 2006 verloor tegen Préval.
 
Evelyne spreekt met opwinding over hoe Manigat verloor in die verkiezingen omdat de Amerikanen er door drukten dat er geen run-off stemming (tweede ronde van stemmen als er geen absolute meerderheid is in de eerste ronde) gehouden zou worden. Daarmee liepen ze de Haitiaanse grondwet onder de voet maar het was duidelijk – zegt Evelyne -- dat de Amerikanen toen al op Préval hadden ingezet.
 
Maar Manigat had toch geen kans gehad tegen Préval in de tweede ronde? Evelyne is er niet zo zeker van. En ze blijft het een schandaal vinden dat Amerika president Préval in het zadel heeft geholpen en nog steeds houdt. Bob en Carolyn doen er beleefd het zwijgen toe. Dat Amerika zich mengt in Haïti’s politiek is hun niet onbekend. De verzwegen vraag is of Haiti kan bestaan zonder Amerika’s inmenging in haar binnenlandse politieke zaken.
 
President Préval, ooit door president Aristide gekozen als opvolger, heeft, via de weg van de democratie, en met of zonder getrukeerde verkiezingen, een ongekende macht weten te vergaren. Zijn partijleden bezetten intussen inderdaad vrijwel alle invloedrijke posities. De Amerikanen en Canadezen, Haiti’s grootste sponsors, kunnen niet meer met goed fatsoen van hem af. President Préval heeft bereikt waar iedere collega in elk ander ontwikkelingsland jaloers op kan zijn: de verantwoordelijkheid voor de vooruitgang van Haiti komt steeds meer bij de Amerikaanse en Canadese ministeries van BZ te liggen. Daar worden de plannen gemaakt – en daar komt het geld vandaan. Al wachten de Haïtianen nog steeds op resultaten van dit bondgenootschap.
 
 
 
 
 
 
 
 
Blog van Ton Vriens
Ingezonden door Ton Vriens op wo, 2009-11-11 15:01

Nieuwe reactie inzenden

Door gebruik van dit formulier accepteert u Mollom's privacybeleid.