Ingezonden door Saskia Paulissen op di, 2009-11-10 16:12
Ik ben nu al bijna 2 maanden in Bolivia, waar ik full time werk voor de NGO Chakana. Er blijkt helaas vrij weinig tijd en ruimte voor de LA Ruta blog, terwijl ik toch echt met veel ideeën in mijn hoofd loop die ik graag kwijt wil in deze blog. Het is nu echter de hoogste tijd mijn gedachten op papier te zetten.
Ik heb me lange tijd afgevraagd welke millenniumdoelen nu echt toepasbaar zijn op Bolivia. Het meest voor de hand liggende hier is de grote armoede, zowel in de stad als op het platteland, en het feit dat vooral mannen hier de dienst uitmaken en vrouwen vrij weinig invloed lijken te hebben om hun leven wat aangenamer te maken. Nooit keek ik echt verder, want er valt helaas genoeg te melden over bovenstaande thema´s. Totdat ik een week terug meer betrokken raakte bij het project Medical Checks for Children, een nieuw project van Chakana dat een andere insteek heeft dan de andere, veelal rurale projecten. Chakana gaat voor dit project samenwerken met zo´n 10 Nederlandse artsen. Zij zullen eind april een week lang zoveel mogelijk kinderen in de afgelegen plattelandsgemeenschappen op de hoogvlakte van Bolivia medisch checken.
Ik besloot me meer te verdiepen in de feiten en cijfers die de aanleiding vormen om een dergelijk medisch project op te zetten. En ik schrok. Niet alleen van de harde cijfers, maar ook van het feit dat ik het vanuit mijn veilige kantoortje in La Paz nooit had opgemerkt. De kindersterfte in Bolivia ligt hoog, op Haïti na het hoogste van heel Latijns-Amerika. In 2008 stierven meer dan 49 op de 1000 kinderen binnen het eerste levensjaar. Bolivia scoort hiermee plaats 59 op de mondiale lijst van kindersterfte en laat hiermee veel andere ontwikkelingslanden achter zich. Alle Latijns-Amerikaanse landen scoren een stuk lager wat betreft kindersterfte –met Haïti als uitzondering daargelaten, waar de kindersterfte met 60 extreem hoog ligt. Na Bolivia heeft Peru het hoogste aantal, met 29 van de 1000 baby´s die niet ouder worden dan 1 jaar. Cuba, Chili en Costa Rica scoren het beste en blijven onder de 10, waardoor zij zich wat betreft kindersterfte kunnen scharen tussen de rijke, westerse landen. Nu hoeven deze cijfers natuurlijk niets te zeggen over de daadwerkelijke gezondheidstoestand van kinderen, maar het is nu eenmaal een veelgebruikte indicator van de onderzoeksbureaus waar de VN zich op baseren.
Opvallender nog zijn de verschillen in kindersterfte binnen Bolivia. Er kan vrijwel met een lineaal een grens door het land worden getrokken: het oosten, inclusief het oostelijk deel van de noordelijke en zuidelijke departementen zoals Santa Cruz en Tarija, hebben een veel lagere kindersterfte dan de hooggelegen departementen in het westen zoals Potosí, Oruro, Altiplano, La Paz. Het gemiddelde van Bolivia wordt hiermee flink omlaag gehaald, waardoor de ernst van de situatie op het eerste gezicht verborgen blijft. Of zoals de Human Development Index het mooi in statistieken weet te vangen: de kindersterfte van de armste 20 procent van Bolivia ligt op 105; van de rijkste 20 procent op 32. Met het getal 105 zou Bolivia plaats acht innemen op de wereldranglijst van kindersterfte, waarmee het vrijwel geheel Afrika achter zich laat.
Het project van Chakana zal zich richten op enkele gemeenschappen in de Altiplano. Er bestaan geen exacte cijfers over de gezondheidsomstandigheden in de meest afgelegen gebieden, aangezien in sommige gemeenschappen nog nooit medische campagnes zijn gevoerd. Ondanks vele overheidscampagnes en de komst van gratis Cubaanse doktoren: een politieke ´solidariteitsafspraak´ tussen Cuba en Bolivia, waar Bolivia volgens alle vindbare bronnen hier absoluut geen tegenprestatie voor hoeft te leveren aan Cuba. Helaas ben ik niet in de achterkamertjes geweest waar Evo en Raúl wellicht details hebben besproken, maar goed, feit is wel dat de gezondheidszorg zonder de Cubaanse artsen voor het gros van de Bolivianen onbetaalbaar zou zijn.
De Cubaanse doktoren zitten echter niet in de geïsoleerde gemeenschappen op de Altiplano. Deze liggen ver van de ´bewoonde´ wereld en zijn soms totaal afgesloten van medische voorzieningen. De inwoners moeten vaak uren lopen naar de dichtsbijzijnde medische post, als deze al voorhanden is. Met zieke kinderen is dit nog een veel grotere opgave. Als ouders toch de stap nemen een dokter te bezoeken, worden ze vaak geconfronteerd met hoge kosten voor consult en medicijnen. Het geld voor de noodzakelijke behandeling van hun kind kan helaas maar al te vaak niet worden opgehoest, met alle gevolgen vandien.
Samen met de projectcoördinator heb ik me verdiept in het project en de praktische zaken die de uitvoering hier zo lastig maken. In april, net voor de komst van de Nederlandse artsen, zijn er burgermeestersverkiezingen van de betreffende gemeente waar de gemeenschappen toe behoren. De huidige burgemeester wil zich best inspannen voor het project, maar alleen als wij kunnen garanderen dat hij herkozen wordt. Een politiek verhaal dus.
Naast de politiek, de gebruikelijke bureaucratische rompslomp en de Boliviaanse manier van werken (mailen of bellen werkt hier nauwelijks en je brieven raken kwijt. Langsgaan is de enige optie.), kwam ik er achter dat dit niet de enige obstakels zijn die een voorspoedige uitvoering van het project in de weg staan. Het regenseizoen komt er aan en als de Nederlandse artsen eind april in Bolivia aankomen, zullen de wegen naar de meest afgelegen gemeenschappen zijn weggevaagd. Er is nog geen definitief besluit genomen, maar waarschijnlijk zullen deze gebieden van het project worden uitgesloten, omdat het te veel tijd kost naar deze gemeenschappen te reizen.
Het is een moeilijke afweging: zoveel mogelijk kinderen helpen in afgelegen, maar wel bereikbare gebieden waar al eerder een medische campagne is gevoerd en waar er beperkte toegang is tot medische voorzieningen. Of reizen naar de geïsoleerde gemeenschappen, met de consequentie dat je 2 van de 7 dagen kwijt bent aan reizen. Dagen die je ook had kunnen benutten om meer kinderen te onderzoeken. 2 kostbare dagen, maar als zelfs voor ontwikkelingsprojecten sommige gemeenschappen te ´moeilijk´ zijn, wie komt er dan wel? Zeker geen Cubaanse dokter, hoe solidair ze ook zijn met de Bolivianen.
Ingezonden door Saskia Paulissen op di, 2009-11-10 16:12








Nieuwe reactie inzenden