Ingezonden door Jantine op do, 2011-12-15 13:08
Het mankeert momenteel aan vertrouwen tussen mij en het fietsenmakersgilde in Buenos Aires. Fietsenmakers zijn sowieso al dun gezaaid in deze automobilistenstad en gaandeweg begint mijn keuze ernstig beperkt te raken. Mijn voorkeursfietsenmaker die - oh zo handig - naast de faculteit zit, wilde onlangs voor de tweede keer in een halfjaar de kogeltjes van de kogellagers in mijn trapas vervangen. Hij was even vergeten dat ik hij me dezelfde “service” een half jaar geleden al eens in rekening had gebracht toen mijn trapper gebroken was. Na een onderhoudsbeurt bij één van de fietsenmakers in mijn wijk had ik ineens elke dag een lekke band. Na drie keer geduldig plakken heb ik tijdelijk de fiets voor het OV verruild en besloten de “nieuwe” (als bij toverslag tot op de draad versleten) buitenband bij fietsenmaker nummer drie te laten vervangen, in de hoop dat deze in een wat langduriger klantrelatie geïnteresseerd is. Zo niet, dan zie ik me genoodzaakt bij de volgende onderhoudsbeurt willekeurige onderdelen van mijn fiets met een opvallend kleurtje te markeren, zodat ik zeker weet weer met dezelfde onderdelen thuis te komen.
Tja, zo gaat dat als je van huis uit gewend bent op basis van vertrouwen met je medemens om te gaan en iedereen op z’n blauwe (hier vooral bruine) ogen te geloven. Nu ik regelmatig in aanraking kom met het tegenovergestelde uitgangspunt merk ik hoezeer dit principe in mijn systeem ingebakken zit. Hoezeer ik gewend ben mijn doen en laten op wederzijds vertrouwen te baseren. Dat ik niet alleen geneigd ben vertrouwen te schenken, maar ook nog eens verwacht dat anderen mij met hetzelfde vertrouwen bejegenen.
Een geheel nieuwe ervaring daarom onlangs, toen ik dacht een medestudent een dienst te bewijzen door hem aan een goed betaald vakantiebaantje te helpen als honden-oppas. Hij zou in het luxe appartement van een vriend van mij verblijven, van alle gemakken voorzien, en bovendien goed betaald krijgen om de twee Dalmatiërs te verzorgen en uit te laten. Op de dag dat ik beiden aan elkaar zou voorstellen – de vriend in kwestie wilde uiteraard graag weten wie hij in huis ging halen - belde de studiegenoot af. Zijn ouders gaven hem geen toestemming om met onbekenden in zee te gaan, ze vertrouwden ons niet. Pardon? Ik kon mijn oren niet geloven. Schuldig bevonden zonder onze onschuld te kunnen bewijzen. Het verbaasde me en tegelijkertijd intrigeerde het me; waarom toch deze negatieve houding?
Misschien hadden we onszelf moeten laten aanbevelen via het wijdverbreide aanbevelingencircuit. Ik doe als de Argentijnen en maak er inmiddels gretig gebruik van. Een kapper, een tandarts of een gynaecoloog? Zonder aanbeveling van een vriend of bekende stap je er niet op af. Zaken doe je met iemand die je via-via kent, iemand de confianza. Zo beperk je het risico om bedrogen uit te komen.
Mijn nieuwe huisgenoot ervaart ook de ene vertrouwenskwestie (eufemistisch uitgedrukt) na de andere met zijn landgenoten. Hij voelt zich continu opgelicht, en als Nederlandse Argentijn (of Argentijnse Nederlander, hij woont al jaren in ons land) mag hij hardop de ongezouten mening verkondigen dat “ze” niet te vertrouwen zijn. Het voelde echter als een belediging dat hij ook mijn betrouwbaarheid in twijfel trok. Omdat ik al meer dan twee jaar hier woon zou ik inmiddels wel met de Argentinitis (zoals hij de houding van zijn landgenoten noemt) besmet geraakt zijn? Niet dus. Ook al hecht ik erg aan wederzijds vertrouwen en weiger ik in achterdocht te leven: voorzichtiger ben ik wel geworden, oplettender. Maar ik heb nog geen enkele neiging in mezelf kunnen ontdekken anderen te willen belazeren, puur en alleen omdat ik daarvan zelf de nodige malen het slachtoffer geworden ben.
Op de dag dat ik met dit blog begon kreeg ik prompt op internet de Corruption Perception Index onder ogen. De wereldwijde index rangschikt landen op basis van het door de inwoners waargenomen niveau van corruptie van hun publieke sector, op een schaal van 0-10. Een land dat 0 scoort wordt gezien als zeer corrupt, en een 10 betekent dus dat de inwoners hun publieke sector als zeer betrouwbaar ervaren. De score is relatief, de positie in de lijst geeft aan hoe een land scoort ten opzichte van de andere landen in de lijst (wegens gebrek aan informatie ontbreken sommige landen). Het verbaasde me niets Argentinië, samen met landen als Burkina Faso, Indonesië, Mexico en Suriname op een gedeelde 100e plaats aan te treffen (met een score van 3). Politici en ambtenaren weten de inwoners van dit land bitter weinig vertrouwen in te boezemen. De Corruption Perception Index laat een enorme publieke frustratie zien, en maakt één ding pijnlijk duidelijk: we komen flink wat vertrouwen tekort. Terwijl we er zoveel van nodig hebben.
The Corruption Perception Index http://cpi.transparency.org/cpi2011/results/#CountryResults

Aanverwante items: vertrouwen betrouwbaarheid confianza corruption perception index Argentinië Buenos Aires







Nieuwe reactie inzenden