Ingezonden door Bart Jaap Verbeek op do, 2009-05-28 20:21
Twee weken geleden heeft President Alan Garcia, samen met premier Yehude Simon en de ministers van Defensie, Justitie, Buitenlandse Zaken en Energie en Mijnbouw, voor zestig dagen de staat van beleg afgekondigd in de Amazone districten van vier departementen in oost Peru waaronder Loreto, Amazonas, Ucayali en Cuzco. Dit houdt in dat voor deze periode constitutionele rechten als de vrijheid tot publieke bijeenkomsten en vrije doortocht worden opgeschort. Daarbij zijn staatsofficieren geautoriseerd om huizen en andere privé eigendommen te doorzoeken zonder bevel. Het besluit tot de afkondiging van de staat van beleg in deze regio’s is een antwoord op de reeds maandenlange voortdurende protestacties van de inheemse bevolking. Ongeveer 65 verschillende stammen hebben meer dan 30.000 mensen gemobiliseerd om wegen, bruggen, waterwegen en pijpleidingen te ontwrichten. Recentelijk hebben Awajun Indianen in het noordoosten bij Petroperu’s Nr 5 pompstation aan de Noord Peru Pijplijn water- en electriciteitsleidingen afgesloten. In het departement van San Martin is de Fernando Belaunde Terry snelweg voor bijna twee weken afgesloten, en tientallen trucks gevuld met rottend fruit en andere etenswaren zijn gestrand in een lijn van meer dan 10 km. Op de Urubamba rivier hebben meer dan 500 Ashanika Indianen riviertransport tegengehouden, waaronder 12 boten van oliebedrijven als Petroperu, Petrobras en Repsol.
De actievoerders protesteren in het bijzonder tegen twee presidentiële decreten – 1015 en 1073 – die gericht zijn op bosbouw- en waterproblematiek op Indiaans grondgebied. Deze twee decreten waren vereist voor het vrijhandelsverdrag en bedreigen de Indiaanse soevereiniteit. De decreten liggen namelijk recht in lijn met het discours dat heerst in Peru. In de laatste twee jaar heeft de neoliberale centrum-rechtse regering contracten met multinationals afgesloten – waaronder een miljarden deal met het Brits-Franse olieconcern Perenco – om grote stroken oerwoud te openen voor de exploiratie en extractie van natuurlijke hulpbronnen. De regering benadrukt dat deze ontwikkelingen nodig zijn om de economische groei en staatswinsten te stimuleren in een van de armste landen in Latijns Amerika. In zijn typerende retoriek vertelt President Garcia dat de staat het recht en de verantwoordelijkheid heeft om met mijn-, olie- en gaswinning een welvaart ter gunste van alle Peruanen te ontwikkelen. Intrekking van de decreten zou betekenen dat de Indianen tot nog een eeuw in armoede gedoemd zijn. Hij gaat zelfs zo ver door te menen dat “natuurlijke hulpbronnen als olie, gas en hout niet alleen behoren tot de mensen die het geluk hebben gehad in deze streken geboren te zijn. Dit zou betekenen dat meer dan de helft van Peru’s territorium tot slechts enkele duizenden zou behoren”. Deze laatste zin staat in een perverse verhouding tot het feit dat het vrijhandelsverdrag grote bedrijven het recht geeft land op te kopen en te privatiseren. Zo was Grupo Romero, beheerd door Peru’s machtigste zakenman Dionisio Romero, al voor en tijdens de onderhandelingen over het vrijhandelsverdrag druk bezig om gronden in de binnenlanden te kopen. Op deze manier komen Peruaanse gronden in handen van minder dan enkele duizenden.
Een ander proces wat in de Amazone bezig is, is dat door de ruimtelijke herindelingen van de Velasco revolutie verkleinde en ver uit elkaar liggende kaveltjes nu op grote schaal worden verhuurd aan multinationals. Deze bedrijven stellen, onder de reguleringen van het vrijhandelsverdrag, vervolgens de eis dat ze hun eigen personeel en technologieën mee mogen nemen, de eigenaars van de gronden werkeloos achterlatend. Daarbij vervuilen de bedrijven de gronden zodanig dat na verloop van het huurcontract de grond totaal uitgeput is, hierdoor slechts denkend aan de korte termijn en de boeren met dode grond en dus zonder inkomsten achterlatend. Het verdrag heeft overigens de mogelijkheid voor de Peruaanse overheid om multinationals sancties op te leggen wanneer niet aan milieueisen wordt voldaan afgeschaft. Ook zijn de lijntjes tussen multinationals en de overheid korter gemaakt, door in staat te stellen dat multinationals nu direct aan de overheid schadevergoedingen kunnen eisen, volgens het NAFTA model.
Zo kreeg ik laatst het drankje Camu Camu aangeboden, een in Peru moeilijk te krijgen goedje van een speciaal soort kers wat alleen in een bepaald gebied in de Amazone groeit. Dit drankje wordt gebrouwd en geëxporteerd door een Japans bedrijf en is bedoeld voor de Japanse markt. Hoe bizar is het dat een product, waarvan beweerd wordt dat het 50 keer zoveel vitaminen bevat als sinaasappelsap, gemaakt wordt in een land en niet eens op de eigen nationale markt verkrijgbaar is!
De Amazone gebieden zijn dermate afgelegen dat er nauwelijks infrastructuur aanwezig is. Veel gebieden zijn slechts per boot of per vliegtuig te bereiken, wat het dus uiterst ontoegankelijk maakt. Vele projecten om de gebieden beter te ontsluiten zijn vooral veelbelovend, maar hebben tot nog toe weinig resultaat opgeleverd. Een politiek analyticus, schrijvend voor onder andere de krant El Comercio, vertelde me dat het not-done is om over het IIRSA project te schrijven en dat kritische stukken gecensureerd worden door de paranoide overheid. Dit grootschalige infrastructurele project, gesteund door voornamelijk de Braziliaanse overheid en de Inter-American Development Bank (IDB), roept nogal wat controversies op. Om deze wegen aan te leggen, moeten de gronden namelijk geprivatiseerd worden en privatiseringen van de in hun ogen voorvaderlijke gronden is nu juist wat de Indigenas zo tegen de borst stuit. Gesteund door milieuactivisten en Katholieke bisschoppen protesteren zij tegen deze ontwikkelingen, in versnelling gebracht door het vrijhandelsverdrag, die de ecologie en cultuur van deze gebieden zullen verwoesten.
Het Peruaanse regenwoud is de grootste Amazone strook buiten Brazilië. Volgens studies bedekken olie-, gas- en houtdeals een geschatte 70% van het regenwoud. Deze projecten zullen Peru in een netto olie-exporteur veranderen, liggend in lijn met het vrijhandelsverdrag met de VS. Alberto Pizango, een Indiaans leider, zegt dat de volken niet per se tegen ontwikkelingsprojecten zijn: “Wat we willen is ontwikkeling vanuit ons perspectief”. En dit wordt ze voor alsnog onmogelijk gemaakt, wanneer grote bedrijven genoeg macht, geld en mogelijkheden hebben om zich te organiseren ten opzichte van de getroffen Indiaanse bevolking. Het enige wat ze rest is het gooien van stenen en bezetten van bruggen en wegen, wat vervolgens met dodelijk vuurgeweld wordt beantwoord.
Bronnen:
The Guardian
Peruvian Times
Peruanista.blogspot.com
Centro Peruano de Estudios Sociales (CEPES)
Ingezonden door Bart Jaap Verbeek op do, 2009-05-28 20:21







Nieuwe reactie inzenden