Ingezonden door Adrien Trocmé op ma, 2010-04-19 12:35
Het is een woensdagavond in Managua. We zijn naar een theatervoorstelling met zingende en dansende Nicaraguaanse kinderen gegaan. In de volle zaal zitten een of twee lokale journalisten, de ouders lijken behoorlijk aangedaan aan het eind van de voorstelling. Gelijkaardige scènes spelen zich af op schoolfeesten in talloze Nederlandse dorpen. Alleen is de simpele maar krachtige boodschap hier het weigeren van de uitsluiting. De uitsluiting die het publiek voor een avond vergeten is tussen het spektakel van decors en vermommingen. Dan keren ze weer naar huis terug, naar hun dorp aan de rand van la Chureca, de publieke stortplaats van het land. Hun plek van leven en werken.
De volgende ochtend komen we aan in het kantoor van de organisatie Dos Generaciones (Twee
Generaties), die al een aantal jaren de voorstelling met de kinderen van la Chureca op poten zet. Een hele groep jonge meisjes staat in de schaduw voor de deur, de organisatie werkt ook veel met adolescenten. Edwin Bermúdez komt te voorschijn. Hij gaat ons op de motor meenemen tot aan de vuilnisbelt, eerst mij, daarna Pablo. Ter plekke vergezelt hij ons heel de voormiddag.
Terwijl we in de richting van de publieke stortplaats rijden krijgen de wegen een steeds dikkere laag van papier gemengd met aarde. Mensen staan gebogen afval bij elkaar te zoeken bij gestopte vuilniswagens. We nemen een laatste bocht. Daar verschijnt een heuvelachtige horizon grijs van afval, met aan de rechterkant de uitgestrekte watermassa van het meer van Managua en met links een ander kleiner meer. Twee doorweekte jongens lopen langs. Hebben ze gebaad? Boven ons wordt de blauwe lucht verscheurd door een gordijn van rook en stof dat opgetild wordt door de kracht van de wind, afkomstig van ronddollende vogels. We stoppen op een van de wegen van het dorp van hout en golfplaten.
Ramona López ontvangt ons hartelijk bij haar thuis, onder de planken en platen. Er hangen verschillende hangmatten, kippen pikken in de grond. Maar we vertrekken snel weer. Ramona wandelt het dorp in, machette in de hand. Het is haar werktuig dat haar toelaat de aarde weg te krabben. Iedereen kent Ramona, ze is lid van de commissie van het dorp. Het bezoek leidt naar de school waar de kinderen niet altijd te vinden zijn omdat ze werken, daarna naar de verpleegpost waar de inwoners van la Chureca met zijn allen heen snellen. Ze hebben ademhalingsproblemen, het gevolg van de ongezonde omstandigheden hier waarin ongeveer duizend mensen wonen en meer dan tweeduizend werken.
Dit onverdraaglijke kader dat de gezondheid vernielt en een normaal leven voor de kinderen en volwassenen hier onmogelijk maakt, neemt plotseling nog duidelijker vorm aan wanneer de horizon geblokkeerd wordt door een berg van vuilnis. In de verte onderzoeken twee wezens de stapel op zoek naar metaal, aluminium, plastiek, glas, en als ze heel veel geluk hebben, koper. Lager gelegen, meer huizen.
We beklimmen de bergen en praten met de mensen. In het midden van de bulten van vuilnis dolen mensen, sommigen graven, anderen dragen zakken, nog anderen sorteren.
Dan ontmoeten we iemand die ons eigenaardig genoeg komt groeten. We hebben hem niet herkend in zijn ‘werkkleren’. Het is de vader van de hoofdrolspeelster van het toneelstuk.
Daar staan we dan bovenop de afvalberg. Er is een vallei die voortdurend wordt uitgeveegd door
windstoten van stof. De bergen vallen langzaam uit elkaar door het effect van de warmte en de druk, een nieuwe rook veert op en komt naar binnen langs neus en mond. Alle werkers bedekken hun gezicht met een sjaal, soms dragen ze een bril om hun ogen te beschermen. We zien een grazende koe vlakbij afval dat in brand staat. De raven zijn het enige gezelschap van de churequeros. Ze zijn vrienden geworden en noemen hen de condors.
Wanneer de rook vervolgens dichter wordt, verschijnen er verschillende ongewone personen. Een met het gezicht gecamoufleerd onder verschillende stoffen, geeft ons uit het niets een geschiedenisles over de Franse Revolutie.
We passeren iemand die zijn afval laat vallen, ons toeroept en vanonder drie planken een juten zak vol met boeken tevoorschijn haalt. Hij geeft er een aan Pablo. Verderop zegt een andere naakte torso me ‘Neem een foto van me, ik ben Fidel Castro!’.
Geïntimideerd maak ik me uit de voeten. Het bewustzijn van sommige churequeros lijkt naar andere plekken te zijn gevlogen. Het wilde hier niet meer daar blijven.
Later praten we met de zoon van Ramona. Hij legt ons uit hoe zijn moeder door haar machete te heffen een Spaanse fotograaf had gered die zich in la Chureca had gewaagd zonder begeleiding. Logischerwijze waren de mensen gebrand op de apparaten die meerdere jaren salaris voor hen, die niet meer dan een euro per dag verdienen, betekenen. Edwin vertelt ook hoe sommige churequeros de aankomst van de vuilniswagens die van de rijke wijken komen afwachten om er resten in te vinden. Of hoe ze uitkijken naar de vrachtwagens die van de slachthuizen komen, om soep te koken van de botten tussen het afval.
Gedreven door de armoede en werkloosheid die in Nicaragua regeert, hebben de churequeros zich gevestigd aan de rand van de vuilnisbelt. Op initiatief van de Spaanse coöperatie zal er in de nabije toekomst een dorp van bakstenen gebouwd worden. Daarnaast zou er een recyclagefabriek komen. Voor een keer lijkt de belofte waarheid te worden, er zou geld in kas zijn. Al maken sommigen zich zorgen dat ze niet meer in de fabriek zullen kunnen werken omdat ze te oud zullen zijn…
Als de Chureca, symbool van uitsluiting, het voelbare en onverdraaglijke bewijs is van de realiteit van de Millenniumdoelen, zouden we echt niet willen dat deze mensen nog vijf jaar moesten wachten.
Kijk ook naar de video








Nieuwe reactie inzenden