Gebruikerslogin

VN-millenniumtop: de opbrengsten en twijfels

Ineke Kraus

Eerder deze week eindigde in New York de millenniumtop. In de aanleiding naar de top verschenen er al allerlei sombere berichten in de pers, maar wat heeft de top nu uiteindelijk opgeleverd?
 
De meeste berichten over de opbrengst zijn somber. De conclusie is dat we, wat de meeste doelen betreft, niet op koers liggen. NRC Next stelt in een artikel op 22 september: ‘40 procent van de weg is nu afgelegd, maar dat heeft ons wel 70 procent van de tijd gekost. We hebben dus nog 60 procent af te leggen in de resterende 30 procent van de periode tot 2015.’
Er is op een aantal punten, zoals bestrijding van armoede en ziektes en de verbreiding van onderwijs, weliswaar duidelijk vooruitgang geboekt sinds 2000, maar op andere (moedersterfte,  gelijkheid van mannen en vrouwen, internationale samenwerking) nauwelijks. En daar waar gemiddeld genomen vooruitgang geboekt is verhullen de gemiddelden grote individuele verschillen. Zo maakte een aantal Aziatische landen in het afgelopen decennium een sterke economische ontwikkeling door, terwijl er in andere gebieden, met name in Afrika onder de Sahara, landen zijn die eigenlijk nauwelijks voortgang laten zien.
 
Extra inzet en toezeggingen
Alle reden dus voor een extra inzet en voor heldere maatregelen en toezeggingen. En juist dat ontbrak op de top. Alide Roerink, Adviseur Internationaal bij het NCDO (Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling) was bij de top aanwezig. Zij schrijft in haar weblog: “Terwijl de VN-Millenniumverklaring uit 2000 blijk geeft van een hoge urgentie (“we will spare no effort”), ademt het slotdocument van deze top nauwelijks ambitie”. Als lichtpuntje noemt ze: “de erkenning in het slotdocument dat waarden en principes als rechtvaardigheid en gelijkheid essentieel zijn. Dit is van belang, omdat armoede en honger eerder voortkomen uit onrechtvaardigheid en ongelijkheid, zoals het kastenstelsel, genderongelijkheid of etnische discriminatie. Armoede in isolatie bestrijden zal daarom nooit succesvol zijn”.
 
Nederland
Balkende gaf in zijn speech aan tevreden te zijn over het behalen van een aantal doelen, maar hij stelde ook vast dat met name voor doel 3 en 5 (gelijke rechten voor mannen en vrouwen en moedersterfte) de doelen nog niet bereikt zijn. Hij benoemde echter geen concrete maatregelen of toezeggingen op deze punten. Zijn voornaamste boodschap was dat het bereiken van de millenniumdoelen inzet vraagt van het bedrijfsleven in publiek-private ‘partnerships’ . Volgens Balkende is de kennis en ervaring van het bedrijfsleven de bron van werkgelegenheid, duurzame ontwikkeling en economische groei een motor achter het verminderen van armoede.
Dit belang van partnerships kwam later die dag terug in een door Balkende voorgezeten ‘side event’ dat georganiseerd werd door Nederland en de VS en waar Hillary Clinton en prinses Maxima aanwezig waren. Een belangrijk onderwerp hier was de ‘inclusieve financiering’ dat een financieel systeem wil zijn waarin ook mensen en huishoudens met lage inkomens via hun mobiel toegang hebben tot financiële diensten. Deze toegang blijkt een kritieke factor voor economische groei en ontwikkeling. Hillary Clinton deelde mee dat president Obama hiervoor vorig jaar een nieuw fonds van meer dan 100 miljoen dollar had opgericht, maar dat ook particuliere investeerders gezocht werden om ‘mobiel bankieren’  mogelijk te maken.
Bij inclusieve financiering is vertrouwen essentieel, daarom zal de overheid een rol moeten spelen om deze ontwikkelingen te faciliteren en in banen te leiden. Prinses Máxima stelde dat het een infrastructuur voor de MDG’s biedt en net zo belangrijk is als het aanleggen van wegen. Tijdens de top stelde VN secretaris generaal Bank Ki-Moon Prinses Maxima aan als zijn speciale gezant voor inclusieve financiering.
 
De Verenigde Staten
Ook de Amerikaanse president Obama wil diplomatie, investeringen en handel
inzetten om arme landen te helpen; hij wil de samenwerking richten op landen die ondernemerschap stimuleren, verantwoordelijkheid nemen om corruptie tegen te gaan en fondsen ook daadwerkelijk aan de bevolking ten goede willen laten komen. Vooral landen die eigen initiatieven nemen in die richting kunnen rekenen op samenwerking. 


Obama stelde dat bij de hulp aan arme landen in de afgelopen jaren vooral aandacht is besteed aan resultaten op korte termijn. Als voorbeelden noemde hij de grote bedragen die zijn vrijgemaakt voor het verstrekken van voedsel en medicijnen. Volgens de president heeft de hulp op de korte termijn niet altijd bijgedragen aan de ontwikkeling van landen.
 
De doelen 4 en 5: kinder-en moedersterfte
VN-secretaris-generaal Ban-Ki Moon heeft voor de top al gewerkt aan een ‘ globale strategie voor de gezondheid van vrouwen en kinderen’; een plan waarvoor hij tijdens de top maximale steun probeerde te krijgen. Dit plan is nodig om de levens van zestien miljoen vrouwen en kinderen te redden. De strategie is erop gericht vrouwen centraal te stellen in beleid en praktijk, de lokale gezondheidszorg te versterken en deskundigheid te bevorderen op lokaal niveau. Om de doelen te bereiken is volgens Ban-Ki Moon jaarlijks tussen de 26 en 42 miljard dollar nodig.
Ban-Ki Moon kwam op grond van de maatregelen en financiële middelen die werden toegezegd in de speeches van regeringsleiders en in de ‘side events’ tot een lange lijst van landen en bijdragen aan een mondiale strategie voor MDG 4 en 5. Niet al deze beloftes zijn nieuw, maar de bedoeling is dat alle bijdragen in een coherent kader staan om de uitvoering effectiever te maken.
 
Tevreden?
In de commentaren overheerst toch de ontevredenheid. Zo toont Paul Hoebink, hoogleraar Ontwikkelingssamenwerking zich in een interview voor Radio 1 teleurgesteld over de vaak ongeïnspireerde verhalen van regeringsleiders en het ontbreken van echte toezeggingen, zoals door president Obama, die weliswaar de internationale handel belangrijk noemt, maar geen toezeggingen doet over het weer vlot trekken van de Doha-onderhandelingen op het gebied van handel die al twee jaar muurvast zitten.
 
Alide Roerink (NCDO) citeert Roberto Bissio, directeur van het Third World Institute, die vindt dat de selectieve aandacht voor de millenniumdoelen over kindersterfte en moedersterfte een afleidingsmanoeuvre is.  Het verdoezelt volgens hem de slechte resultaten van de rijke landen op millenniumdoel 8, het mondiale partnerschap voor internationale samenwerking.
Wel vindt hij het initiatief van de Franse president Sarkozy om te komen tot een belasting op internationale financiële transacties belangrijk. Alle bezwaren die hiertegen werden opgeworpen vóór de financiële crisis zijn inmiddels gepareerd in een gezaghebbend rapport en Sarkozy zal deze innovatieve bron van financiering voor ontwikkelingsdoelen bij de eerstvolgende top van rijke landen op de agenda zetten.
 
Eline Gordts geeft haar commentaar voor Mondiaal Nieuws onder de kop: “Mooie woorden, veel goede wil… en weinig nieuwe engagementen”. Ze stelt vast dat de slotverklaring voornamelijk een herbevestiging is van de doelstellingen: “Er is dan wel meer aandacht voor gendergelijkheid en voor onrecht binnen landen en regio’s, de tekst verplicht landen nog steeds nergens toe. Extra geld voor ontwikkeling kwam er eveneens niet”.
 
Emma Seery (Oxfam) zegt in een artikel van IPS te twijfelen aan de gedane toezeggingen om de problemen van kinder- en moedersterfte op te lossen. Het is altijd de vraag hoeveel er van het toegezegde geld ook werkelijk komt en daarbij is volgens haar het nu toegezegde niet voldoende. Volgens haar is zeker 88 miljard dollar extra nodig.
 

Tot slot een wat cynische quote uit het Nederlands Dagblad van 22 september: “Mondiaal wordt nog altijd meer geld uitgegeven aan ijsjes dan aan het bestrijden van armoede”. 

lwww.millenniumdoelen.nl
www.unmultimedia.org
www.uncdf.org
www.blogsstate.gov
www.mo.be
www.ipsnews.net

Nieuwe reactie inzenden

Door gebruik van dit formulier accepteert u Mollom's privacybeleid.