Gebruikerslogin

Solidair toerisme

Interview met Philippe Falbet

Adrien Trocmé

Bepaalde landen in Latijns-Amerika, zoals Costa Rica, hebben een nieuwe vorm van toerisme ontwikkeld onder de naam ecotoerisme. Solidair toerisme richt zich op een kleine groep toeristen en is gecreëerd vanuit de wil om directe contacten tot stand te doen komen brengen tussen de gemeenschap en de toerist, gebaseerd op de grondbeginselen van uitwisseling en respect. LA Ruta had een ontmoeting met Philippe Falbet, Centraal-Amerika specialist bij de organisatie Routes Solidaires.

U promoot een andere vorm van toerisme: solidair toerisme. Kunt u ons een definitie geven?

Solidair toerisme omvat twee principes: verantwoordelijk toerisme en rechtvaardig toerisme.
De verantwoordelijkheid ligt in de directe overdracht van het geld, van de toerist naar de gemeenschap.

Het aspect van rechtvaardigheid betekent dat men streeft naar opbrengsten die het mogelijk maken om salarissen toe te kennen die overeenkomen met lokale salarissen en het lokale welzijnsniveau. Dat is het principe van verplichte gelijkwaardigheid bij solidair toerisme.”

Het specifieke van solidair toerisme is dat het zich richt op een groep, een gemeenschap of een vereniging. Het kan bijvoorbeeld gaan om een NGO die werkt met de lokale bevolking, om een groep dorpsbewoners die zich heeft gevormd rondom een initiatief voor de ontvangst van toeristen of om een lokale landbouwcoöperatie.
De opbrengsten worden direct geïnvesteerd in de vereniging of gaan naar diegenen die in het project werken of die eigenaar zijn van het restaurant of de huisvesting. Een ander deel van de opbrengst gaat naar een collectief project zoals een school of een verzorgingscentrum.

Solidair toerisme vormt nauwelijks 1% van het wereldwijde toerisme. En een deel ervan is zelfs niet werkelijk solidair. Zoals een die werkt met de hotelketen Barcelo en dit kwalificeert als solidair toerisme omdat 5% van de prijs naar de bouw van de lokale school gaat.”

Hoe heeft het idee van toerisme in gemeenschappen zich ontwikkeld?

Ieder land heeft een andere geschiedenis wat betreft solidair toerisme. Zo zijn Costa Rica en Mexico bijvoorbeeld koplopers op dit vlak. Deze landen kunnen gekarakteriseerd worden door een geschiedenis van sterke samenwerking op het gebied van landbouw en samenwerking binnen inheemse groepen. Deze groepen hebben ook het toerisme zien opbloeien in toeristische plekken aan de kust vlakbij waar zij leefden. Zij begonnen een klein restaurant dat lokale toeristen aantrok. En toen de zaken gaandeweg beter gingen, hebben ze zich gerealiseerd dat er in hun gemeenschap van 10.000 hectare de mogelijkheid was om wandelingen in het bos te maken en dat er een paar watervallen waren, kortom dat er natuurlijk en cultureel erfgoed aanwezig was.
Hierna hebben zij een aantal huisjes of bungalows gebouwd en langzaam maar zeker zijn zij begonnen zich te “professionaliseren”.  Het zijn vaak de vrouwen die de restaurants beheren en de mannen die opgeleid zijn als gids, wat een alternatief vormt voor het werk op de velden en de exodus van het platteland. Dit is dus vooral positief....
Verder hebben ze toenadering gezocht tot netwerken of zelf deze netwerken opgericht, met óf een persoon die hen vertegenwoordigt om te onderhandelen met buitenlandse touroperators óf ze hebben zelf een klein reisbureau opgericht.

Bijvoorbeeld in Costa Rica vinden we Cooprena die een tiental coöperatieven verenigd. Er is Actuar die is opgericht door coöperatieven en die op dit moment 23 leden heeft. Deze 23 leden zijn inheemse coöperatieven, lokale inheemse landbouwcollectieven. Deze netwerken maken een betere samenwerking vanuit Europa mogelijk. Zij beschikken over een “secretariaat” dat een rekening heeft geopend in dollars en makkelijk bereikbaar is per email of telefoon.”

Wat is de reactie van de autoriteiten en van het nationaal bureau voor toerisme op deze innovatie ?

In 2008 heeft de minister van Toerisme van Costa Rica een bezoek gebracht aan Europa en heeft hij tijdens verschillende meetings met professionals in de toerismesector voor Centraal-Amerika met name gepraat over solidair toerisme. Hoewel het daar slechts 5% vertegenwoordigt, is het een onderdeel van het totaal. In andere landen zoals Panama is het het tegenovergestelde. Ik herinner me Rubén Blades te hebben ontmoet, de zanger die toentertijd minister van toerisme was in Panama. Een behoorlijk rebelse persoonlijkheid die had geprobeerd om gemeenschapstoerisme te introduceren en bekend te maken in Panama. Maar het ministerie gaf er de voorkeur aan om deze vorm van toerisme niet verder te ontwikkelen om buitenlandse touroperators te bevoordelen.

Kan de massieve aankomst van toeristen in een geïsoleerd gebied de lokale cultuur niet aantasten?

Ik ga uit van het volgende principe: de gemeenschappen discussiëren met alle leden in een algemene vergadering om een beslissing te nemen over de vorm van toerisme die ontwikkeld zal worden en over de verdeling van de opbrengsten. In deze algemene vergaderingen beslist men dus over de eigen toekomst.
Zou het zo zijn dat zij besluiten om compleet afhankelijk te worden van toerisme of om vormen van toerisme te ontwikkelen die ons niet bevallen, dan zullen we dat zeggen of de samenwerking zullen beëindigen. Maar tot op heden is dat nog niet gebeurd.

Er is een zeer positief voorbeeld in Bolivia. Er is een ecolodge genaamd Chalalán, in de buurt van Rurrenabaque, die volledig bestuurd wordt door de inheemse gemeenschap, die er de eigenaar van is. Zij heeft fondsen ontvangen van de regering en subsidies. Met deze ecolodge beschermt zij het Nationale Park Madidi en de lokale inheemse cultuur. Op enkele honderdduizenden hectaren heeft zij bereikt dat het kappen van de caoba, een boom die veel onderzocht wordt, beëindigd werd. Zij heeft de illegale houtkap van bomen doen stoppen. Veel families die waren vertrokken zijn teruggekeerd. Ik denk dat er nu 80 families rondkomen van het project van de ecolodge omdat zij fruit leveren en leven van de indirecte opbrengsten die het genereert. De gemeenschap is de eigenaar.

Is er een keurmerk nodig voor ecotoerisme, zoals Max Havelaar die toch veel kritiek heeft ontvangen?

Ik ben geen groot voorstander van een keurmerk omdat deze vaak voortkomt uit een samenwerking tussen touroperators die privébelangen beschermen. Handelswaar is een stuk makkelijker te labelen omdat het te maken heeft met producten, maar toerisme heeft te maken met mensen die andere mensen ontmoeten. Een keurmerk is beperkend en zo niet, dan blijft het vaag.
Tot nu toe lijkt het alsof men eerst keurmerken  maakt en pas daarna probeert om de projecten daaronder te scharen. Dat is het tegenovergestelde van wat er zou moeten gebeuren. Eerst moet zoveel mogelijk projecten kennen om daarna samen na te denken over de creatie van zo’n label.
Beter dan labels zijn handvesten of manifesten die zowel de reiziger als de gemeenschap ter plekke verantwoordelijk maken.

Nieuwe reactie inzenden

Door gebruik van dit formulier accepteert u Mollom's privacybeleid.