Interview met Christiaan Rebergen, millenniumdoelenambassadeur
Ineke Kraus
De heer Rebergen is door de Nederlandse regering in augustus jl. aangesteld als ambassadeur voor de Millenniumdoelen en publiek-private partnerschappen. Hij volgde mevrouw Ronner-Grubacic op, die in september 2008 aantrad als eerste ambassadeur voor de millenniumdoelen. LA Ruta sprak met hem over zijn belangrijkste taken en doelstellingen.
De heer Rebergen is als ambassadeur voor de millenniumdoelen vooral extern gericht en brengt in Nederland en in het buitenland het belang van de millenniumdoelen onder de aandacht. Waar mogelijk brengt hij initiatieven samen om meer resultaten te boeken in ontwikkelingslanden. Binnen het ministerie is zijn belangrijkste taak om, binnen de nieuwe prioriteiten zoals die door de politiek gesteld zijn, de millenniumdoelen een goede plek te geven.

De millenniumdoelentop van september jl.
Zijn meest bijzondere ervaring, sinds zijn recente aantreden, noemt de heer Rebergen de millenniumtop in New York en in het bijzonder de afspraken over de rol van het bedrijfsleven en het actieplan ten aanzien van millenniumdoel 5(moedersterfte); beide zaken stonden voor Nederland hoog op de agenda. Gevraagd naar de specifieke rol van het bedrijfsleven zegt hij: ‘Het bedrijfsleven heeft een rol naast maatschappelijke organisaties en multilaterale organisaties zoals de Verenigde naties en de Wereldbank. Het bedrijfsleven is actief in ontwikkelingslanden en als ze dat op een verantwoorde manier doen, kan dat ook bijdragen aan de ontwikkeling. Maar ook bij de uitvoering van ons beleid is het bedrijfsleven soms veel efficiënter of hebben ze ideeën die wij niet hebben.’ Deze samenwerking moet volgens hem een vorm vinden in publiek private partnerschappen. Op de top werd dit belang onderschreven in een gezamenlijke verklaring van donoren en bevestigd door de Secretaris Generaal.
Het actieplan gericht op het verminderen van moedersterfte vindt Rebergen ook een belangrijk succes: ‘Er is nu een actieplan gemaakt door Bank Ki Moon. Er wordt voor het eerst integraal gekeken. Je moet als je iets wilt doen aan moedersterfte en aan het versterken van de positie van de vrouw zowel kijken naar opleiding als naar het voorzieningenniveau, de algemene gezondheidszorg en naar culturele dingen. Daar is een heel pakket van maatregelen voor nodig en nu is voor het eerst door de VN integraal onderschreven dat dat van belang is. Een aantal landen heeft ook nog nieuwe financiële toezeggingen gedaan, in totaal tot 40 miljard.’ ‘Nederland’, vertelt Rebergen, ‘is, omdat we al koploper zijn en een van de grootste donoren aan allerlei organisaties, geen nieuwe verplichtingen aangegaan, ook omdat we daar met een demissionair kabinet waren.’
Publiek private partnerschappen
Als voorbeeld van een Nederlands publiek private partnerschap tussen overheden en bedrijfsleven noemt de heer Rebergen het initiatief duurzame handel: ’dat is een samenwerkingsverband tussen ruim 80 bedrijven, maatschappelijke organisaties, vakbonden en de overheid waaronder ook het ministerie van economische zaken en landbouw om te kijken hoe je die hele handelsketens waar Nederland actief in is - of het over koffie, cacao, natuursteen of soja gaat - meer duurzaam kunt maken. Duurzamer in de zin dat de mensen in de ontwikkelingslanden die de koffie produceren, het hout kappen, de soja verbouwen dat onder fatsoenlijke omstandigheden doen en daar ook nog een fatsoenlijk loon aan overhouden en een beetje normale arbeidsomstandigheden en dat noemen we dan duurzaam.’
Om dit te certificeren en daar normen voor af te spreken, daarvoor heb je het bedrijfsleven nodig, die moeten dit belang onderschrijven. Gelukkig, vertelt de heer Rebergen, loopt het Nederlands bedrijfsleven daarin ook wel voorop: bij een recente verkiezing van de ‘Dow Jones sustainability index’ waren er onder de 20 winnaars zes Nederlandse bedrijven.
Ik merk op dat het binnen deze ontwikkeling wat vreemd is dat de voorlopers van deze duurzame handel zoals Solidaridad en Max Havelaar in de eerste ronde voor de nieuwe ontwikkelingsgelden 2011-2015 (MSF2) buiten de boot gevallen zijn. De heer Rebergen legt uit dat dat komt omdat in de beoordeling van de aanvragen ervoor gekozen is niet op thema toe te kennen maar vooral organisaties te beoordelen op de mate waarin ze ‘het middenveld versterken’. Dit was een besluit van de vorige minister dat door de kamer omarmd is.
De heer Rebergen vertelt over dit proces: ‘Er is niet beoordeeld op thema, maar op kwaliteit van de voorstellen. Hoewel ik volledig achter dit beoordelingproces sta, vind het jammer dat we met organisaties als Solidaridad, die koploper zijn op het terrein van duurzame handel, niet meer een reguliere subsidierelatie hebben. Dat wil overigens niet zeggen dat we niet nog op andere manieren met Solidaridad kunnen samenwerken. En vergeet ook niet dat andere MFS2 ontvangers veel van de grote organisaties, zoals Oxfam-Novib en Cordaid, ook actief zijn op dit gebied door middel van het verstrekken van microkrediet.’
‘Dat lijkt me toch iets anders..ligt microkrediet niet op een ander niveau?’
‘Nou uiteindelijk heeft die koffieboer, die duurzaam moet produceren, microkrediet nodig om zijn zaden te kopen. (….) Die microfinanciering is ook belangrijk en in het initiatief duurzame handel zitten ook NGO’s zoals Oxfam-Novib, maar er zijn er een aantal afgevallen, dat is waar.’
Het regeerakkoord
Op mijn opmerking dat ik in het nieuwe regeerakkoord de nadruk die Nederland - voor de top - legde op het belang van met name doelen 3 en 5 niet zo kan terug vinden, stelt de heer Rebergen het nog te vroeg te vinden daar iets over te zeggen: ‘we zitten nu in een ingewikkelde fase. Eind november gaan we een brief naar de kamer sturen over hoe we het regeerakkoord vertalen naar het te voeren beleid en hoe we 450 miljoen bezuinigen denken te gaan realiseren in 2011. Deze bezuinigingen zullen consequenties hebben voor een aantal millenniumdoelen. Wat is daar nu over kan zeggen is het volgende: we zullen onze inzet vooral gaan richten op de terreinen waar Nederland echt een meerwaarde heeft, maar hoe precies, daar wordt nu aan gewerkt en dat zal op 6 december met de kamer besproken worden.
De heer Rebergen heeft niet het idee dat dit onze positie als gidsland zal beïnvloeden: ‘Ik denk dat we nog steeds die positie wel hebben. Als je terug gaat van 0,8 procent naar 0,7 procent dan houd je je nog steeds aan de internationale afspraken en behoor je tot de vijf landen in de wereld die zich daar aan houden, dus daar hoeven we ons niet voor te schamen. Of je de regels gaat vervuilen, daarvan is gezegd we gaan kijken bij de OESO, die de regels bepaalt, of we daar wat soepeler mee om kunnen gaan. Maar we gaan pas vervuilen als die regels zijn aangepast, als de donoren het onderling met elkaar eens zijn dat die regels te streng zijn’.
Als voorbeeld noemt de heer Rebergen een fonds om valutarisico’s voor Nederlandse investeerders af te dekken. Dit fonds valt nu niet onder ontwikkelingssamenwerking maar is daar wel heel relevant voor: ‘.. als je daar de regels voor op wilt rekken dan kan ik me daar iets bij voorstellen. Ik kan me minder goed voorstellen als je zegt: ‘onze hele militaire operatie in Afghanistan is ontwikkelingsrelevant’, maar er zijn wel delen die echt bijdragen aan ontwikkelingssamenwerking. Het is niet zo dat we een enorme breuk willen hebben met het verleden maar dit kabinet heeft het wel besloten. Tegelijkertijd, we gaan het alleen maar doen als daar overeenstemming over is in Parijs.’
Millenniumdoel 8
Op mijn vraag wat Nederland vooral zou moeten nastreven in het kader van doel 8 zegt de heer Rebergen dat het belangrijk is ons te blijven inzetten op de 0,7-procentnorm en daar andere landen op blijven aanspreken. Nederland deed dit al op de top en hij zal dit blijven doen ook in Europa. Een goede ontwikkeling ziet hij bij de Britten, die hun bijdrage duidelijk verhogen.
Als tweede doel noemt de heer Rebergen: ervoor zorgen dat ontwikkelingslanden toegang hebben tot de westerse markten en tegelijk ervoor zorgen dat je met je eigen producten niet die markten daar verstoord. Daar zijn afspraken over gemaakt: de armste landen kunnen hun producten afzetten op de Europese markt, zonder dat ze daar nog een keer een heffing over krijgen. Hij vindt daar nog wel een verbeterslag nodig . Dat doet Nederland in Europees verband en vervolgens weer in WTOverband. ‘Veel landen’ benadrukt hij ‘hebben niet de capaciteit om goederen te produceren waarmee ze toegang kunnen krijgen tot onze markten. Je moet dus ook zorgen dat er productiecapaciteit is, ‘aid for trade’ noemen we dat, en landen helpen met het trainen van exportorganisaties. Daarvoor zijn verschillende programma’s.’
Na 2015
Tot slot vraag ik de heer Rebergen hoe het verder moet na 2015: ’We hebben op de top gezegd we gaan daar nu nog niet over praten, we gaan vooral de aandacht, energie en kennis inzetten op de doelen die nog achterlopen zoals MDG5. Tegelijkertijd begin het debat over hoe we verder moeten. Daarom is er afgesproken jaarlijks te rapporteren over de voortgang, maar ook over de initiatieven die nu genomen worden om na te denken over de doelen na 2015. De MDGs zijn belangrijk omdat ze herkenbaar zijn en mobiliserend. Iedereen heeft zich eraan gecommitteerd, dat is echt uniek. Maar er zitten ook een paar nadelen aan, omdat er zaken niet in zitten. De MDGs hebben een behoorlijke focus op de sociale kenmerken van ontwikkeling, maar ze missen dingen over de economische of humane rechten, of goed bestuur. En door de globalisering krijgen, wat we noemen, de mondiale publieke goederen als klimaat en het financiële systeem steeds meer invloed op wat er gebeurt in ontwikkelingslanden. Ook dat zou meer zijn weerslag moeten krijgen in die doelen. De WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) heeft begin dit jaar een rapport geschreven, waarin ze aangeven dat we meer terug moeten naar de mondiale issues. Dat zal niet makkelijk zijn, maar we moeten het toch doen.’
De heer Rebergen sprak met ons ook over de millenniumgemeente, dat zie je in deze video:
Ingezonden door Ineke Kraus op wo, 2010-11-24 11:00
Aanverwante items: 8: Is er in 2015 een mondiaal samenwerkingsverband voor ontwikkeling? | Nederland | internationale samenwerking | millenniumdoelen | millenniumgemeente | politiek | Verenigde Naties
Aanverwante items: 8: Is er in 2015 een mondiaal samenwerkingsverband voor ontwikkeling? | Nederland | internationale samenwerking | millenniumdoelen | millenniumgemeente | politiek | Verenigde Naties







Nieuwe reactie inzenden