Van Overheid naar Samenleving
Mette Groen
In de aanloop naar de Tweede Kamer verkiezingen werd er veel gesproken over de hoogte van de ontwikkelingsgelden. De verschillende verkiezingsprogramma’s liepen op dit thema flink uiteen. Met name de PVV en VVD willen fors op het bestaande budget van 0,8% van het BNP gaan korten. Nu de VVD de grootste partij is geworden en er mogelijk een kabinet met de PVV tot stand zal komen kan dit grote gevolgen hebben voor de toekomst van de ontwikkelingsgelden.
Gelijktijdig gaat de ontwikkelingssamenwerking met Suriname na 35 jaar een andere fase in. Een nieuwe vorm van samenwerking, vormgegeven in de zogenaamde twinning-faciliteit wordt dit jaar geëvalueerd en besloten moet worden of deze faciliteit zal worden gecontinueerd.
Van overheid naar samenleving
De 4 miljard euro ontwikkelingshulp die Nederland aan Suriname toezegde bij de onafhankelijkheid in 1975 is na 35 jaar uitgegeven. Daarbij wordt Suriname door de Nederlandse overheid inmiddels gekwalificeerd als ‘weak state’, de steun aan dit type landen is gericht op een ‘brede samenwerking op voet van gelijkheid’. Dit in tegenstelling tot de ‘fragile state’ waarbij de ontwikkelingssamenwerking gericht is op humanitaire hulp. Suriname zal daarmee ook niet meer kunnen rekenen op bilaterale ontwikkelingshulp. Van de 40 partnerlanden van Nederland zijn er in Latijns-Amerika twee landen aangemerkt als ‘fragile’ te weten Bolivia en Nicaragua en alleen Suriname als ‘weak’. Tenslotte is in de derde categorie partnerlanden onder de noemer ‘veiligheid en ontwikkeling’ nog twee Latijns- Amerikaanse landen als partner aangemerkt; Guatemala en Colombia.
Suriname en Nederland kwamen in 2005 overeen om de huidige ontwikkelingshulp in 2010 af te bouwen. In 2009 stond Suriname met 57,4 miljoen euro niettemin nog op plaats zes in de top tien van landen waar het Nederlands ontwikkelingsgeld naar toe gaat. Ter vergelijking, in 2009 werd aan Bolivia 39,7 en Nicaragua 19,5 miljoen euro uitgegeven.
Om invulling te geven aan een nieuwe vorm van samenwerking tussen Suriname en Nederland is in 2008 de twinning-faciliteit in het leven geroepen. Deze faciliteit, waarvoor voor de periode 2008-2011 in eerste instantie een bedrag van 8 miljoen euro en na een half jaar nog eens 4 miljoen euro beschikbaar werd gesteld, is gericht op samenwerking tussen de Nederlandse en Surinaamse samenleving. Dit in tegenstelling tot de ontwikkelingshulp die het verleden met name werd vormgegeven door de overheden van Nederland en Suriname.
Projecten
De twinning-faciliteit heeft als doel het financieren van gezamenlijke activiteiten van Surinaamse en Nederlandse maatschappelijke organisaties. De activiteiten moeten op een duurzame wijze bijdragen aan een verdieping en verbreding van de huidige samenwerking. Door de grote interesse was na de laatste indieningronde in 2009 het totale beschikbare bedrag al vergeven. In 2010 is de faciliteit dan ook gesloten en zal een evaluatie moeten bepalen of de faciliteit in 2011 zal worden voortgezet, mogelijk in aangepaste vorm.
In 2008 werden 67 grote en kleinere projecten goedgekeurd en voor 2009 zijn er 38 projecten goedgekeurd. De projecten worden beoordeeld door het uitvoeringsteam UTSN bestaande uit Nederlandse en Surinaamse adviseurs. De uitvoeringsorganisatie is opgericht onder leiding van het Nederlandse adviesbureau Berenschot en in samenwerking met het Surinaamse instituut Nikos (NGO instituut voor kaderontwikkeling en onderzoek in Suriname). Volgens vooraf vastgestelde beleidscriteria zijn de aanvragen door de uitvoeringsorganisatie beoordeeld. De goedgekeurde projecten betreffen zeer uiteenlopende initiatieven; een project ter versterking van de rijstsector in Suriname, een initiatief tot ontwikkeling en marketing van traditionele handicraft producten tot de opstart van een ICT MBO Opleiding.
Kritiek
Ondanks het ogenschijnlijke succes van de faciliteit gericht op samenwerking tussen maatschappelijke organisaties, in plaats van samenwerking tussen de overheden, is er ook kritiek op deze nieuwe vorm van samenwerking. Met name de Surinaamse overheid lijkt moeite te hebben met de verschuiving van overheid naar het maatschappelijk middenveld. President Venitiaan benadrukte vorig jaar het belang van het waarborgen van de soevereiniteit van Suriname bij het aangaan van nieuwe vormen van (ontwikkelings)samenwerking. De president bekritiseerde met name de Nederlandse inmenging in het onderwijs middels de verschillende goedgekeurde educatie projecten. Minister Ricardo van Ravenswaay van Planning & Ontwikkelingssamenwerking heeft naar aanleiding van de toegekende projecten van 2009 formeel een verzoek tot meer afstemming met de regering gedaan. Men heeft bezwaar tegen mogelijke overlapping met het Surinaamse beleid. Daarnaast vreest men op te moeten draaien voor mogelijke negatieve gevolgen van de projecten. Het duurzaamheidcriterium van de projecten wordt hiermee ter discussie gesteld. Het verzoek tot afstemming met de regering gaat echter in tegen het idee van samenwerking op maatschappelijk niveau, niet zijnde overheden. In april organiseerde het ministerie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking (PLOS) en de Vereniging van Economisten in Suriname (VES) een seminar in Suriname om voorstellen aan te dragen ter invulling van de hernieuwde samenwerking tussen Nederland en Suriname. Econoom Anthony Caram pleitte op het seminar voor voortzetting van de ontwikkelingssamenwerking en dit vorm te geven in een nieuw verdrag. Aldus Caram is er nog te weinig ruimte voor afbouw van de Nederlandse ontwikkelingshulp.
Het is duidelijk dat de nieuwe vorm van (ontwikkelings)samenwerking nog nader gestalte moet krijgen. De evaluatie van de twinning-faciliteit zal moeten aantonen of er inderdaad sprake is van duurzame en efficiënte samenwerking en deze kan bijdragen aan een nieuwe vorm van samenwerking.
Hieruit zal blijken of een dergelijke verschuiving van samenwerking van overheidsniveau naar maatschappelijk niveau een toekomst heeft. Evenwel zal de nieuwe Nederlandse regering mogelijk een geheel andere koers gaan varen ten aanzien van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid.
Bronnen
UTSN
NOS
Starnieuws
FHR Institute
WRR
Waterkant
Ministerie van Buitenlandse Zaken
Ingezonden door LA Ruta op vr, 2010-06-18 10:32
Aanverwante items: 8: Is er in 2015 een mondiaal samenwerkingsverband voor ontwikkeling? | Nederland | Zuid-Amerika | internationale samenwerking | Nederland | ontwikkelingslanden | Suriname
Aanverwante items: 8: Is er in 2015 een mondiaal samenwerkingsverband voor ontwikkeling? | Nederland | Zuid-Amerika | internationale samenwerking | Nederland | ontwikkelingslanden | Suriname








Nieuwe reactie inzenden