Gebruikerslogin

Maquila-werkers eisen betere werkomstandigheden

Anna Ensing

Trots laat Erica de werkvloer zien van Istmo Textil Nicaragua, het bedrijf waar ze werkt. Istmo is een Koreaanse multinational in de belastingvrije zone van Masaya, een stad dichtbij Managua, en Erica is naast arbeidster ook actief lid van de vakbond. Sinds de aanwezigheid van de vakbond in de fabriek in 2006 zijn veel werkomstandigheden verbeterd.

In enorme hallen zitten 2.500 mannen en vrouwen acher naaimachines, strijkplanken en inpaktafels. Opgesteld in lange rijen verwerken ze lappen stof tot t-shirts en broekjes van de merken GAP, Cherokee of Faded Glory. Zonder de open ramen en ventilators zou de hitte in de fabriek onhoudbaar zijn. Om zich te beschermen tegen het rondvliegende stof dragen de meeste arbeiders mondkapjes.

Goedkope productie

Istmo Textil Nicaragua verscheept alle kleding die het produceert naar de Verenigde Staten. Het is één van de vele multinationale bedrijven in Nicaragua die gebruik maken van de voordelen van de belastingvrije zone. Deze zone werd in 1976 onder dictator Anastasio Somoza opgericht. Amerikaanse bedrijven kunnen sindsdien in Nicaragua produceren met goedkope arbeidskrachten en zonder belastingen te betalen. Een belastingparadijs voor bedrijven, noemt Pedro Ortega van de Sandinistische Arbeiderscentrale (CST) het.

‘De bedrijven, of maquilas, betalen hier minder dan 1% van de waarde van een kledingstuk voor arbeidskosten, terwijl ze in de VS 10% daarvan zouden moeten betalen. En omdat ze hier voor werkgelegenheid zorgen, hoeven ze geen belastingen te betalen. Hun inkomsten worden niet door de Nicaraguaanse staat gecontroleerd.’

Ondertussen hebben ook veel Aziatische bedrijven een productieafdeling in Nicaragua. Vakbondslid Oscar werkt voor Formosa Textil, een maquila met een Taiwanese directie in Managua. Hij knipt stoffen die verwerkt worden tot jassen en andere kleding van het merk North Face. Volgens hem wordt de outdoor kleding naar Europa geëxporteerd.

Ortega: ‘In deze geglobaliseerde wereld zijn arme landen de goedkope producenten. Volgens een afspraak met de Wereldhandelsorganisatie moeten bedrijven belastingen gaan betalen wanneer een land het Bruto Nationaal Product per capita substantieel weet te verhogen. Arme landen zoals Nicaragua lukt dat niet en de belastingvrije zone blijft daarom bestaan.’

Vrouwenwerk

Ruim 80% van de fabrieksarbeiders zijn vrouwen. De meeste van hen zijn alleenstaande moeders en dus de voornaamste kostwinner van het gezin. Door genderdiscriminatie in Nicaragua is het voor vrouwen zonder hoge opleiding moeilijk om een baan te vinden. De maquilas bieden deze vrouwen een uitkomst.

Het minimumloon in Nicaragua staat nu vastgesteld op 124 dollar per maand. Door productiedoelen te halen en extra uren te werken kunnen de maandelijkse inkomsten met geluk bijna verdubbelen. Toch is dat voor de meeste arbeidsters niet toereikend, zeker niet voor een alleenstaande vrouw met kinderen. ‘Ik heb zes dochters en een zoon, zegt Erica bijna beschaamd, ‘en ik heb geen man. Maar ik stuur al mijn kinderen naar school, ze werken niet. Het is moeilijk, maar het lukt ons om van mijn inkomsten te leven.’ Volgens Pedro Ortega heeft een familie van gemiddeld vijf leden minstens 415 dollar nodig om naar redelijke standaard te leven.

De vakbond blijft onderhandelen om een hoger minimumloon. En langzaamaan gaat het vooruit. Ortega: ‘Onder vorige regeringen lag het loon tussen 55 en 70 dollar. Sinds de eerste onderhandelingen tussen de vakbond, het Ministerie van Arbeid en de bedrijven in 2007 is het minimumloon met 50 dollar gestegen. Vanaf januari 2010 zal het met nog eens 12% omhoog gaan.’

Trots op voetenbankje

Erica laat met trots de verbeteringen op de werkvloer zien. Achter een grote tafel zit een jonge vrouw met een stapel t-shirts. Ze heeft een ruimere zitplaats met voetenbankje omdat ze zwanger is. ‘Ik ben heel trots op de positie van zwangere vrouwen in onze fabriek,’ zegt Erica. ‘Dit hebben wij met steun van de vakbond weten af te dwingen.
In veel andere fabrieken wordt er geen rekening gehouden met de situatie van zwangere vrouwen, en soms worden ze ontslagen.’

Erica moet even nadenken voor ze antwoord geeft op de vraag wat er nog moet verbeteren in de fabriek. Maar dan weet ze het: kinderopvang! Bijna alle vrouwelijke werknemers zijn alleenstaande moeders. Ze moeten opvang zien te regelen tijdens werktijd. In sommige fabrieken bestaat kinderopvang. De kosten worden gedeeld door de werkgever, de regering en de werknemers. Hier wil Erica zich met de andere actieve vakbondsleden, bijna allemaal vrouwen, de komende periode voor inzetten.

Zwarte lijst

Verwacht werd dat de ratificatie van het regionale Vrijhandelsverdrag CAFTA in 2003 voor meer werkgelegenheid zou zorgen. Door de economische crisis verloren veel maquila- werkers echter hun baan. Dit waren voornamelijk vrouwen.

Door de hoge werkloosheidscijfers in Nicaragua zijn arbeiders huiverig om lid van de vakbond te worden. Hoewel niet zo veel als voorheen, gebeurt het nog steeds dat vakbondsleden door middel van een zwarte lijst niet meer aan werk komen. Volgens Pedro Ortega een duidelijke schending van het recht op werk en het recht om zich te organiseren.

Oscar zegt over het vakbondslidmaatschap in zijn fabriek: ‘Van de 1500 arbeiders in Formosa zijn er 450 lid van de vakbond. Soms dreigen de managers van bedrijven met gedwongen ontslagen als gevolg van vakbondsacties. Werknemers beklagen zich dan bij ons, omdat wij eisen stellen. Ze zijn bang hun baan te verliezen. Maar over het algemeen zien we vanaf het jaar 2000 weer een toename in het aantal vakbondsleden.’

Op straat

Voor Pedro Ortega is de ideale toekomst met betrekking tot de belastingvrije zone duidelijk: deze moet ophouden te bestaan. Voor hem is druk op de maquilas essentieel, en in het uiterste geval is ook een boycot te overwegen om betere arbeidsomstandigheden af te dwingen. Maar gezien de werkloosheid in het land, is het vertrek van de multinationals niet wenselijk.

Erika is voorzichtiger omdat ze van haar werkgever afhankelijk is. Ze wil de arbeidsomstandigheden verbeterd zien, maar de belastingvrije zone niet te hard aanvallen: ‘Als de bedrijven belasting moeten betalen zullen ze vertrekken, en dan sta ik weer op straat!’

Nieuwe reactie inzenden

Door gebruik van dit formulier accepteert u Mollom's privacybeleid.