Mette Groen
Na de VS (in werking getreden januari 2009) en China (in werking getreden januari 2010) wil ook de EU een handelsverdrag met Peru. Het handelsverdrag en een open economie zal volgens de EU bijdragen aan de vermindering van armoede in Peru. In februari 2010 werden de onderhandelingen voor het handelsverdrag afgerond. Critici wijzen op de negatieve gevolgen van het verdrag, bijvoorbeeld voor de melk- en zuivelproductie in Peru. Door het toelaten van de goedkope gesubsidieerde Europese zuivelproducten komen de inkomsten en daarmee het bestaan van de Peruviaanse boer onder grote druk te staan. Tegelijkertijd ondersteunt de EU een gezamenlijk ontwikkelingsprogramma voor het verminderen van ondervoeding bij kinderen. Het EU handelsbeleid en de door de EU geboden ontwikkelingshulp lijken hiermee tegenstrijdig.Handelsverdrag
De Europese Commissie en Peru verwachten dat het handelsverdrag begin 2012 in werking zal treden. Voordat het verdrag inwerking treedt moet het echter nog wel goedgekeurd worden door het Europees Parlement, en ook zullen de 27 lidstaten van de EU het verdrag moeten ratificeren. In december zijn door het parlement aan de Commissie vragen gesteld over positieve en negatieve aspecten van het verdrag. Het Parlement is nog in afwachting van de antwoorden op deze vragen.
Critici van het verdrag hopen dat het parlement of de lidstaten het verdrag nog tegenhouden. Eén van de kritiekpunten is het verlagen van importtarieven voor bijvoorbeeld bananen en het openen van de markt voor producten als suiker en rundvlees. Door de verlaging van de tarieven en het openen van de markt voor bepaalde producten zullen boeren geneigd zijn alleen die producten te gaan produceren die zij goed kunnen exporteren. Indirect stimuleert het verdrag hiermee dus de agrarische monocultuur in Peru.
In ruil voor de verlaagde importtarieven aan de zijde van de EU, zal Peru de Europese zuivelproducten geleidelijk aan vrije toegang tot het land verlenen. Naast de gesubsidieerde Europese zuivelproducten krijgt de Peruviaanse boer door eerder gesloten handelsverdragen ook te maken met concurrentie vanuit Noord Amerika. Om de prijsschommeling op de wereldvoedselmarkt enigszins op te vangen heeft Peru zich verbonden aan het “Sistema Andino de Franja de Precios”. Hiermee worden de prijzen van een aantal agrarische producten gestabiliseerd waardoor extreme prijsschommelingen op de wereldvoedselmarkt worden opgevangen. Wanneer de prijs van een product zoals bijvoorbeeld melk daalt onder een bepaald prijsniveau worden de importtarieven verhoogd zodat de prijs voor de binnenlandse boeren niet daalt onder het minimum prijspeil. De EU heeft in het handelsverdrag echter bedongen dat Peru afstand doet van dit systeem. De prijs van melk op de Peruviaanse markt zal hierdoor enorm onder druk komen te staan. Immers wanneer de prijs op de wereldmarkt dan daalt kunnen de gesubsidieerde Europese producten aangeboden worden voor een prijs lager dan de minimumprijs. Deze concurrentieslag zal de kleine Peruviaanse boer dan waarschijnlijk ook niet kunnen winnen.
2007-2013 ontwikkelingsprogramma
Het EU ontwikkelingsprogramma richt zich behalve op de modernisering van de staat en ondersteunen van goed bestuur met name op sociale cohesie en ontwikkeling van de verschillende regio's in Peru. Het verminderen van armoede en het behalen van de millenniumdoelen staan hierbij centraal. Voor de periode 2007-2013 is een bedrag van €132 miljoen beschikbaar voor het ontwikkelingsprogramma.
De tussentijdse evaluatie (juli 2010) geeft aan dat inmiddels een aantal projecten geïnitieerd is maar slechts één project pas volledig is opgestart; dit betreft een project ter ondersteuning van het ministerie van economische zaken. Het grootste project in het ontwikkelingsprogramma is een voedselprogramma voor een bedrag van 60,8 miljoen euro. Het EU programma wordt gestart onder het overkoepelende nationale programma “CRECER” met als doel; het verminderen van ondervoeding van kinderen (millenniumdoel 4). Het Europese programma heeft als specifieke doel de kwaliteit van leven van de plattelandsbevolking te verbeteren en verminderen van ondervoeding van kinderen onder de 5 jaar.
Het handelsverdrag lijkt deze doelstelling te ondergraven. Een groot gedeelte van de rundveebedrijven in Peru bevinden zich in de hooglanden. Juist deze regio heeft te kampen met de grootste armoede in het land. Het is dan ook moeilijk te begrijpen dat de boeren in deze regio onder druk worden gezet en de concurrentie met de Europese gesubsidieerde zuivelproducten aan moeten gaan. Vooral wanneer men bedenkt dat de EU aan de andere kant programma's opstart om mensen in de rurale gebieden juist uit de armoede te helpen.
Peru probeert middels het programma “Vaso de Leche” honger te bestrijden en jonge kinderen en zwangere vrouwen gratis van melk te voorzien. Op hetzelfde moment ziet zij af van de regionale prijsafspraken voor onder andere melk omwille van het handelsverdrag met Europa.Het handelsverdrag moet echter nog worden goedgekeurd door het Europese parlement en de lidstaten. Daarmee bestaat er nog een mogelijkheid dat het verdrag geen doorgang zal vinden en het ontwikkelingsprogramma tot een positief resultaat leidt.
Het verhaal in Peru is een goed voorbeeld van de manier waarop ontwikkelingshulp en protectionistische economische maatregelen elkaar kunnen tegenwerken: aan de ene kant streeft de EU naar ontwikkeling van Peru en daarmee ook het behalen van de millenniumdoelen maar aan de andere kant laat de EU niet toe dat dit gebeurt ten koste van de eigen economie. Om de effectiviteit van ontwikkelingshulp te vergroten moet het eigenbelang soms ondergeschikt worden gesteld.
Bronnen
Europa
Aprodev
EU
TNI
Europees Parlement
Ingezonden door Mette Groen op di, 2011-02-08 14:47
Aanverwante items: 8: Is er in 2015 een mondiaal samenwerkingsverband voor ontwikkeling? | Zuid-Amerika | Europese Unie | handel | Peru
Aanverwante items: 8: Is er in 2015 een mondiaal samenwerkingsverband voor ontwikkeling? | Zuid-Amerika | Europese Unie | handel | Peru






Nieuwe reactie inzenden