Kanttekeningen bij de standaarden van Fair Trade
Anna Ensing
Het wereldwijde aanbod aan fair trade producten is in de afgelopen twintig jaar door de groeiende vraag sterk toegenomen. Naast kleine producenten en coöperaties kunnen nu ook transnationale bedrijven een Fair Trade label van een certificeerder toegekend krijgen. Volgens Cooperativas sin Fronteras uit Costa Rica dragen niet alle fair trade producten bij aan ontwikkeling.
Koffie, bananen, suiker, cacao, noten en honing. Het zijn allemaal producten die Costa Rica met het Fair Trade certificaat exporteert. Dit certificaat garandeert de koper van een product dat arbeids-en milieunormen respecteerd worden. De producent is verzekerd van een minimum prijs voor zijn product en krijgt een premie waarmee nieuwe investeringen gerealiseerd kunnen worden.
Koffie, bananen, suiker, cacao, noten en honing. Het zijn allemaal producten die Costa Rica met het Fair Trade certificaat exporteert. Dit certificaat garandeert de koper van een product dat arbeids-en milieunormen respecteerd worden. De producent is verzekerd van een minimum prijs voor zijn product en krijgt een premie waarmee nieuwe investeringen gerealiseerd kunnen worden.
Investeren in fair trade
Fair Trade Labelling Organizations (FLO) onstond in 1997 om de verschillende Fair Trade initiatieven die op nationaal niveau bestonden, zoals Max Havelaar in Nederland, te verenigen. Aanvankelijk produceerden alleen kleine producenten of coöperaties fair trade producten. Met behulp van het FLO werden zij gesteund in het verder ontwikkelen van hun productie. Naast FLO ontstonden ook andere fair trade initiatieven, zoals UTZ Certified of Rainforest Alliance, die producten certificeren met behulp van hun eigen standaarden. FLO is nog altijd één van de meest erkende certificeerders.
Het is niet makkelijk voor de kleine producentenorganisaties om het Fair Trade certificaat te verkrijgen. Het voldoen aan de normen van Fair Trade, en het produceren voor de internationale markt vereist een grote investering. Voor de certificatie moet apart betaald worden.
Het is niet makkelijk voor de kleine producentenorganisaties om het Fair Trade certificaat te verkrijgen. Het voldoen aan de normen van Fair Trade, en het produceren voor de internationale markt vereist een grote investering. Voor de certificatie moet apart betaald worden.
Certificeerders zoals FLO zien toe op het respecteren van alle productienormen. Producenten moeten hun productie registreren en inzichtelijk maken voor inspectie. Vaak krijgen zij technische en marktgerichte steun van ngo’s bij dit proces en bij het verder ontwikkelen van fair trade productie.
Nestlé en Dole gaan Fair
Hugo Valdez was lange tijd nauw betrokken bij FLO. Nu is hij coördinator van Cooperativas Sin Fronteras (CSF), een organisatie die producenten van fair trade producten aan nationale en internationale bedrijven koppelt. Hij is zeer kritisch ten aanzien van de laatste ontwikkelingen op het gebied van Fair Trade. Volgens hem is de oorsponkelijke idee van Fair Trade, het verbeteren van de marktpositie van kleine producenten, aan het verdwijnen, en dragen niet alle producten die tegenwoordig het Fair Trade certificaat hebben bij aan ontwikkeling.
‘Door de groeiende vraag naar Fair Trade producten is FLO haar aanbod gaan uitbreiden. Standaarden voor certificatie zijn verruimd en ook grootschalige bedrijven komen nu in aanmerking voor het certificaat.’ Multinationale ondernemingen Dole en Nestlé zijn zulke bedrijven. Ze exporteren ananassen en cacao met het Fair Trade certificaat uit Centraal Amerika.
Valdez twijfelt niet dat transnationale bedrijven de arbeids-en milieunormen respecteren. Maar ontwikkeling betekent volgens hem meer dan dat. Het oorsponkelijke doel, kleine producenten een vaste plaats laten veroveren op de markt, is volgens Valdez na alle jaren dat FLO bestaat, nog niet bereikt. ‘Voor ontwikkeling is het nodig dat kleine producenten in staat zijn winst te maken. Dan kunnen ze hun productie uitbreiden en uiteindelijk afgewerkte producten verkopen in plaats van ruwe grondstoffen die na export verder verwerkt worden in andere landen.’
Geen gebrande koffie
‘Wie graan verbouwt, wil ook meel verkopen, en daarna brood. Net zoals koffieboeren het liefst gebrande koffie willen verkopen, en cacaoboeren chocolade. Voor de arbeiders in dienst van een groot bedrijf is dit niet mogelijk. Zij zijn geen eigenarenen en hebben geen zeggenschap over de productie. Het is de plantageeigenaar die hier uiteindelijk over beslist. Natuurlijk is het positief dat de arbeiders een loon volgens de wet krijgen en hun kinderen dankzij de premie naar school kunnen, maar de situatie verandert niet en zij blijven in een staat van onderontwikkeling.’
Een organisatie zoals FLO zou volgens Valdez een belangrijke rol kunnen spelen in het stimuleren van een dergelijke ontwikkeling. Maar de standaarden zoals die momenteel gesteld worden, dragen hier niet aan bij. ‘Er is geen enkele standaard die stimuleert dat ruwe grondstoffen op de plek van oorspong worden verwerkt tot afgewerkte producten. Alleen in de cacaosector stelde FLO al in de begindagen een standaard die het kopen van cacaoboter aantrekkelijk maakte.’
Op gebrande koffie worden in Europa invoerrechten geheven terwijl het importeren van koffiebonen belastingvrij is. Bovendien zijn geavanceerde technieken nodig voor het verder verwerken van koffie. Dat zijn de twee grootste belemmeringen voor kleine koffieproducenten die zich verder willen ontwikkelen.
Valdez: ‘Als ik kijk naar de coöperaties die vanaf het begin deelnamen aan Fair Trade, en ik zie dat ze nog steeds geen gebrande koffie verkopen, dan vraag ik me af: wat zijn we opgeschoten?’
Mooie woorden
De fair trade beweging is veranderd, concludeert Valdez. ‘Het is commerciëler geworden. De kosten voor certificatie zijn ontzettend gestegen. Wij exporteren chocolade koffieboontjes naar Italië. Boerencoöperaties verbouwen de koffie en een lokaal bedrijf in Costa Rica verwerkt het product. Maar dit jaar konden we niet exporteren. Omdat we zo weinig exporteren wegen de kosten niet op tegen de verdiensten.’
Grote bedrijven hebben meer kapitaal en daarnaast soms een sterke lobby achter zich. De standaarden voor het certificeren van suiker zijn onder druk van zo’n lobby verruimd. ‘Nu hoeven afnemende bedrijven alleen nog maar een premie aan suikerrietverbouwers te betalen om suiker met een Fair Trade certificaat te verkopen,’ klaagt Valdez. ‘Suiker is voor mij geen fair trade product meer. Er wordt geen minimumprijs meer betaald, dat is een stap terug. Als dit met meer producten gebeurt, wordt Fair Trade een fantasie, niet meer dan mooie woorden.’
Als reactie op deze veranderingen zijn organisaties van kleine producenten zich binnen het Fair Trade label gaan onderscheiden. Het Netwerk van Kleine Fair Trade Producenten in Latijns Amerika en de Caraiben (CLAC) verenigt alleen kleine producenten en heeft een eigen symbool ontwikkeld dat hun producten onderscheid van fair trade producten van grote bedrijven. Ook CSF kenmerkt haar producten door naast het Fair Trade label een symbool van CSF te plaatsen.
Hugo Valdez is teleurgesteld in FLO maar wil de Fair Trade beweging nog niet afvallen. ‘Fair Trade is positief voor producenten en arbeiders, vanwege de minimum prijs en de vaste klanten. Maar de vooruitgang naar een hoger doel is nog niet bereikt, daar moeten we ons voor inzetten. Ik wil niet weggooien wat we hebben. Het zal een interne strijd binnen de Fair Trade beweging worden, om échte eerlijke handel te bereiken.’
Ingezonden door KM2015 op zo, 2010-01-10 10:53
Aanverwante items: 8: Is er in 2015 een mondiaal samenwerkingsverband voor ontwikkeling? | Wereld | arbeidsomstandigheden | Costa Rica | economische groei | fair trade | handel | multinationals
Aanverwante items: 8: Is er in 2015 een mondiaal samenwerkingsverband voor ontwikkeling? | Wereld | arbeidsomstandigheden | Costa Rica | economische groei | fair trade | handel | multinationals








Nieuwe reactie inzenden