Gebruikerslogin

Ecotoerisme onder druk

Lien De Coster

Wie Costa Rica zegt, zegt ecotoerisme. Ondanks dit sterke imago kunnen regio’s die hiervan leven niet op de onvoorwaardelijke steun van de regering rekenen. Een reportage uit de Costa Ricaanse Caraïben.

In Costa Rica zet de regering Arias volledig in op het groene imago van het land en wil niets liever dan een voortrekkersrol spelen in de wereld op ecologisch gebied. In 2008 verklaarde de president dat het land tegen 2021 CO2-neutraal zal zijn. Die belofte maakt deel uit van het programma Paz con la Naturaleza (Vrede met de Natuur) dat verder onder meer als doel heeft (her)bebossing en milieueducatie te stimuleren. Daarnaast zette Arias alle gesprekken met de olie-industrie stop, op contacten met Chinese bedrijven in de sector na, na een intense lobbycampagne van de ecologische beweging.

Een fikse steun aan de regio’s van het land waar ecotoerisme uitgebouwd wordt, hoort echter niet in het groene rijtje thuis. In de Costa Ricaanse Caraïben waar veel ecopioniers hun uitvalsbasis hebben, valt vooral de afwezigheid van de regering op. ‘De regio is van lage prioriteit voor de regering. In de Pacifische kust worden massa’s geld gepompt om grootschalig luxetoerisme dat verre van eco is mogelijk te maken. Maar voor dit deel van de Atlantische kust waar een andere visie op toerisme heerst, wordt de neus opgehaald’, vertelt gemeenschapsleider en ex-parlementslid Edwin Paterson Bent. ‘Er doen heel veel vooroordelen de ronde over onze streek. Vraag maar willekeurig rond; mensen zullen je vertellen dat hier veel drugs, veel regenbuien, en veel negers zijn en dat je hier bijgevolg beter wegblijft.’

Verlicht toerisme

Nochtans hebben de (deels primaire) regenwouden en stranden van de Cariben alles om de bezoeker te bekoren. Met hun palmbomen en surfgolven zijn de stranden zo weggeplukt uit een exotische film. Dat de kuststrook er nog steeds zo bijligt, is vooral te danken aan de plaatselijke bevolking die waakt over haar natuurschoon. De komst van het toerisme is zeer recent, maar is tot nu toe van dien aard dat het de lokale natuur en cultuur beschermt in plaats van bedreigt. Paterson Bent, derde generatie in de regio, begon in 1981 het tweede restaurant van de stad Puerto Viejo aan de Caribische kust. ‘De zaak had amper meer dan een tafel en twee stoelen. ’s Morgens kwamen de vissers langs om te ontbijten en ’s avonds was het een plek waar jongeren domino kwamen spelen. Echt toerisme, hippies met de rugzak op zoek naar avontuur, is pas begonnen na 1986 met de komst van de elektriciteit hier. En kijk, nu ligt mijn restaurant in de hoofdstraat met twintig andere zaken op een steenworp afstand.’


Intussen staat de Caribische streek van Talamanca bekend om zijn ecotoerisme en ruraal toerisme, dat tegelijkertijd de culturele en biodiversiteit ondersteunt. 88 % van het grondgebied is beschermd. Er is het nationale park van Cahuita, het wildlife park Gandoca Manzanillo, het inheemse reservaat van Kekoldi, en de maritieme zone bestemd voor publiek gebruik. Een van de ngo’s die in deze specifieke context op een duurzame manier toerisme in goede banen weet te leiden is de Associatie voor Ecotoerisme en Conservatie van Talamanca (ATEC).

Tirza Morales Sanchez: ‘Een van de peilers van onze werking, is het opleiden van lokale gidsen uit de verschillende bevolkingsgroepen, zowel inheemsen als Afro-Caribiërs - nergens in het land wonen die verschillende culturen zo dicht bij elkaar. Door met hen op stap te gaan, zien bezoekers meer de link tussen cultuur en natuur. We proberen verder ook bij te dragen aan de socio-economische ontwikkeling van de lokale bevolking door de verkoop van artisanale producten en het ondersteunen van microkredietprojecten. Een laatste aandachtpunt voor ons is milieueducatie op scholen. We doen bijvoorbeeld projecten rond recyclage in samenwerking met de organisatie Recicaribe om zo de bewustwording te verhogen.’

Verguisde megaprojecten

De voorbije jaren stond het duurzame model van kleinschalig gemeenschapstoerisme van Talamanca verschillende keren ernstig onder druk. In 1997 kende de regering een concessie voor olie-exploratie in de Zuid-Cariben toe aan het Amerikaanse MKJ Xplorations. Dat verkocht de rechten aan Harken Energy Company, een oliebedrijf met banden met ex-president George W. Bush. Wanneer het bedrijf in 1999 explosies uitvoert voor de kust na het binnenhalen van het contract, reageert de lokale bevolking fel. Meer dan 60 lokale organisaties verenigen zich in de Actie van de Strijd tegen Olie (ADELA).

Advocate Emily Yozell van de ngo Justicia para la Naturaleza (Rechtvaardigheid voor de Natuur) en ADELA was er van in  het begin bij en leidde onder meer een succesvolle bewustmakingscampagne. ‘We gaven de lokale bevolking een idee van wat er kon gebeuren als er olie-exploitatie kwam. Voordien dachten mensen hier dat ze stinkend rijk gingen worden. Dat was het beeld dat de regering en het oliebedrijf ophingen: olie zal een eind maken aan alle armoede.’

Tegelijkertijd werden ook twee zaken voor het Hooggerechtshof gebracht en gewonnen. Yozell: ‘Een eerste zaak was gebaseerd op het feit dat de inheemse bevolking niet geconsulteerd was ondanks de overlapping van de concessie met hun reservaat. De andere ging over een nieuwe wet die onder meer zou toelaten dat milieu-impactstudies zouden uitgevoerd worden na het toekennen van een concessie in plaats van ervoor. Dat werd ongrondwettelijk verklaard.’

Ondanks deze overwinningen is de oliestrijd nog niet gestreden. Na de definitieve afwijzing van de impactstudies verviel het contract van Harken. Als reactie klaagde het bedrijf de regering aan voor het schrappen van concessies. Er wordt een schadevergoeding geëist van 13 miljoen dollar (ter vergelijking: het Bruto Nationaal Product van Costa Rica is 48 miljoen dollar). De zaak loopt tot op vandaag.

Het ene megaproject was nog niet afgeslagen, of het volgende stond al in de steigers. In 2007 komt het bedrijf Grupo Caribeño Internacional S.A. op de proppen met het idee om een jachthaven aan te leggen voor het strand van Playa Negra, pal voor het centrum van Puerto Viejo. De plek is ideaal aangezien ze buiten de orkaanzone in diep water ligt. Eens te meer vormde de lokale bevolking een front om het project te stoppen. De haven zou een ander soort toerisme naar de regio brengen en het unieke ecosysteem aantasten, zo klonk de motivering voor het njet. Al stellen plaatselijke activisten zoals Edwin Paterson Bent en Emily Yozell dat de jachthaven op geen enkel moment een echte bedreiging is geweest, maar veeleer een manier om de bevolking uit te putten. De infrastructuur voor het aanleggen van een jachthaven ontbreekt immers compleet in Puerto Viejo.

Moeizaam certificeren

Voorlopig lijkt het duurzame model van toerisme van de Caribische regio dus stand te houden. In vele initiatieven wordt zelfs geprobeerd het nog verder uit te bouwen. Buitenlandse investeerders met een duidelijke ecologische instelling zoals Nederlander Edsart Besier spelen hierin een belangrijke rol. Besier baat sinds vijftien jaar het hotel Tree House uit en leidt de Iguana Verde Stichting die de lokaal met uitsterven bedreigde groene leguaan kweekt en uitzet.

Een van de dingen die Besier snel hoopt te bereiken, is het verkrijgen van het Certificado de Turismo Sostenible (Certificaat van Duurzaam Toerisme) dat wordt uitgegeven door het Ministerie van Toerisme (ICT). Afhankelijk van een aantal factoren als de interactie met de natuurlijke omgeving en de omgang met water en licht kunnen hotels of touroperators een tot vijf sterren krijgen. Besier wacht intussen al een jaar op zijn certificaat. ‘Na de aanvraag is er niets meer gebeurd. Het ICT is een logge machine die niet genoeg capaciteit heeft om keuringen te doen.’ Als het erop aankomt, krijgt het grootschalige toerisme zoals dat aan de Pacifische kust voorrang. Maar Besier blijft niet bij de pakken neerzitten. Op dit moment werkt de Tree House samen met de agrarische universiteit van Guápiles aan een eigen reeks van certificaten, met als ultiem attest een bewijs van CO2-neutraliteit. Geen overbodige luxe als Costa Rica leider in ecotoerisme wil blijven en tegen 2021 CO2-neutraal wil zijn.

Met dank aan Astrid Cremers van Ecole Experience.