Lien De Coster
De ideeën van de president, zelf een voormalig academicus, worden niet op applaus onthaald door de rectors. Zij beschuldigen hem ervan de autonomie van de universiteiten, die in de Grondwet staat, in het gedrang te brengen.
De controversiële punten van het voorstel zijn de vereiste een mastergraad te hebben als professor of rector, het oprichten van een nieuw academisch accreditatieagentschap en een strakkere controle van de universiteiten door de regering via een gemoderniseerde Nationale Raad voor Hoger Onderwijs.
‘Als we het hoger onderwijs niet veranderen, zal het land niet vooruit gaan’, verklaarde de president in april toen zijn regering de laatste versie van het wetsvoorstel voor debat voorlegde. ‘Er is geen weg terug. Deze wet moet er komen.’
Om de wet goedgekeurd te krijgen in het parlement heeft de regeringspartij PAÍS (die met 124 zetels een meerderheid heeft) stemmen van buitenaf nodig. Terwijl weinig mensen verbonden aan de universiteiten vragen stellen bij de noodzaak van een hogere kwaliteit van het onderwijs, waarschuwen velen dat het voorstel de academische vrijheden in gevaar brengt.
Zij hebben het afgelopen jaar onderhandeld over aanpassingen aan het voorstel, dat voor het eerst voorgelegd werd aan het parlement in augustus. De laatste versie bevat verschillende tegemoetkomingen aan de universiteiten.
Controle
Op één punt wil de regering niet toegeven; de president zou de macht krijgen om de leider en cruciale leden van de Nationale Raad voor Hoger Onderwijs te benoemen. De raad zou dienen als belangrijkste coördinatieorgaan in het universitaire systeem en als bemiddelaar tussen de universiteiten en de regering.
‘Het is een kwestie van controle’, zegt José Barbosa Corbacho, voorzitter van de Technische Privé Universiteit van Loja. ‘De president wil zijn eigen mensen in het universitaire systeem plaatsen.’ President Correa, die zelf een Ph.D. in economie van de universiteit van Illinois heeft, doet de kritiek af als ‘kwaadaardige roddels’ van academici die hun privileges niet willen verliezen.
Daarnaast zou een professor volgens de nieuwe wet minstens in het bezit moeten zijn van een mastergraad, en binnen tien jaar van een Ph.D.
Volgens Barbosa, een Spanjaard met een Ph.D. in Filosofie en Pedagogie van de Autonome Universiteit van Madrid zijn zulke vereisten niet realistisch. Hij wijst erop dat Ecuador maar 250 voltijdse professoren met een doctoraat heeft, allemaal van buitenlandse instituten. ‘Stel je voor dat we hen allemaal rector maakten. Dan zou er niemand over blijven om onderzoek te doen.’
Ondanks inspanningen de voorbije tien jaar zijn er tot op vandaag geen doctorale programma’s aan Ecuadoraanse universiteiten. In plaats daarvan, aldus Barbosa, betalen veel universiteiten ervoor om hun professoren naar het buitenland te sturen of vallen terug op gedeelde programma’s met buitenlandse instituten.
Dergelijke programma’s zouden hard getroffen worden door de nieuwe wet die subsidies aan private instellingen als Loja zou stopzetten. De universiteit, met iets meer dan 22.000 studenten, werd opgericht in de jaren zeventig tijdens een regeringscampagne voor het verhogen van toegang tot hoger onderwijs op het platteland.
Oprechte bezorgdheid
Het huidige voorstel wil ook de toegang verhogen door zes nieuwe publieke universiteiten op te richten en twee andere onder staatscontrole te brengen. Critici benadrukken dat de huidige universiteiten volstaan om aan de vraag te voldoen en dat het oprichten van nieuwe alleen maar de beperkte overheidssubsidies zullen verspreiden.
Ecuador heeft met 23 procent volgens Unesco de hoogste toegangscijfers op universitair niveau in de regio. Het regionale gemiddelde is achttien procent. Rond de 500.000 studenten zijn ingeschreven in het Ecuadoriaanse hoger onderwijs.
Veel van die studenten gaan naar privé-universiteiten die van lage kwaliteit zijn en werden opgericht in de jaren negentig toen er een toenemende vraag was naar universitaire diploma’s. De wet op hoger onderwijs van 2000 probeerde het probleem te verhelpen door met harde hand op te treden tegen zogenaamde garageuniversiteiten en het parlement te verbieden nieuwe onderwijsinstellingen te creëren.
‘Ik denk dat de bezorgdheid van de regering oprecht is en gedeeld wordt door de meeste Ecuadorianen’, zegt Adrián Bonilla, directeur van de Latijns-Amerikaanse Faculteit van Sociale Wetenschappen, een van de topinstellingen van het land.
‘Het echte debat is politiek. De universiteiten zien dit als de ultieme stap van een regering die gekarakteriseerd wordt door haar inspanningen om de rol van de staat te verhogen.’
Bonilla is het niet eens met de analyse dat Correa het onderwijsbeleid van Venezolaanse president Hugo Chávez achterna gaat. Die gaf de regering volledige controle over toelatingen en salarissen en richtte de Bolivariaanse Universiteit van Venezuela op met als doel vrij onderwijs voor een miljoen studenten.
‘De Venezolaanse situatie is erg verschillend’, vindt Bonilla. ‘De universiteiten waren van bij het begin erg duidelijk over hun oppositie tegen de regering. Daarom wil Chávez de universiteiten controleren. In Ecuador is de focus van Correa op hoger onderwijs eerder gebaseerd op persoonlijke overtuigingen. De president ziet zichzelf als een academicus en promoot de idee dat hoger onderwijs een basisvoorwaarde is voor ontwikkeling. Het is een soort van presidentiële obsessie.’
Bronnen
www.chronicle.com
De controversiële punten van het voorstel zijn de vereiste een mastergraad te hebben als professor of rector, het oprichten van een nieuw academisch accreditatieagentschap en een strakkere controle van de universiteiten door de regering via een gemoderniseerde Nationale Raad voor Hoger Onderwijs.
‘Als we het hoger onderwijs niet veranderen, zal het land niet vooruit gaan’, verklaarde de president in april toen zijn regering de laatste versie van het wetsvoorstel voor debat voorlegde. ‘Er is geen weg terug. Deze wet moet er komen.’
Om de wet goedgekeurd te krijgen in het parlement heeft de regeringspartij PAÍS (die met 124 zetels een meerderheid heeft) stemmen van buitenaf nodig. Terwijl weinig mensen verbonden aan de universiteiten vragen stellen bij de noodzaak van een hogere kwaliteit van het onderwijs, waarschuwen velen dat het voorstel de academische vrijheden in gevaar brengt.
Zij hebben het afgelopen jaar onderhandeld over aanpassingen aan het voorstel, dat voor het eerst voorgelegd werd aan het parlement in augustus. De laatste versie bevat verschillende tegemoetkomingen aan de universiteiten.
Controle
Op één punt wil de regering niet toegeven; de president zou de macht krijgen om de leider en cruciale leden van de Nationale Raad voor Hoger Onderwijs te benoemen. De raad zou dienen als belangrijkste coördinatieorgaan in het universitaire systeem en als bemiddelaar tussen de universiteiten en de regering.
‘Het is een kwestie van controle’, zegt José Barbosa Corbacho, voorzitter van de Technische Privé Universiteit van Loja. ‘De president wil zijn eigen mensen in het universitaire systeem plaatsen.’ President Correa, die zelf een Ph.D. in economie van de universiteit van Illinois heeft, doet de kritiek af als ‘kwaadaardige roddels’ van academici die hun privileges niet willen verliezen.
Daarnaast zou een professor volgens de nieuwe wet minstens in het bezit moeten zijn van een mastergraad, en binnen tien jaar van een Ph.D.
Volgens Barbosa, een Spanjaard met een Ph.D. in Filosofie en Pedagogie van de Autonome Universiteit van Madrid zijn zulke vereisten niet realistisch. Hij wijst erop dat Ecuador maar 250 voltijdse professoren met een doctoraat heeft, allemaal van buitenlandse instituten. ‘Stel je voor dat we hen allemaal rector maakten. Dan zou er niemand over blijven om onderzoek te doen.’
Ondanks inspanningen de voorbije tien jaar zijn er tot op vandaag geen doctorale programma’s aan Ecuadoraanse universiteiten. In plaats daarvan, aldus Barbosa, betalen veel universiteiten ervoor om hun professoren naar het buitenland te sturen of vallen terug op gedeelde programma’s met buitenlandse instituten.
Dergelijke programma’s zouden hard getroffen worden door de nieuwe wet die subsidies aan private instellingen als Loja zou stopzetten. De universiteit, met iets meer dan 22.000 studenten, werd opgericht in de jaren zeventig tijdens een regeringscampagne voor het verhogen van toegang tot hoger onderwijs op het platteland.
Oprechte bezorgdheid
Het huidige voorstel wil ook de toegang verhogen door zes nieuwe publieke universiteiten op te richten en twee andere onder staatscontrole te brengen. Critici benadrukken dat de huidige universiteiten volstaan om aan de vraag te voldoen en dat het oprichten van nieuwe alleen maar de beperkte overheidssubsidies zullen verspreiden.
Ecuador heeft met 23 procent volgens Unesco de hoogste toegangscijfers op universitair niveau in de regio. Het regionale gemiddelde is achttien procent. Rond de 500.000 studenten zijn ingeschreven in het Ecuadoriaanse hoger onderwijs.
Veel van die studenten gaan naar privé-universiteiten die van lage kwaliteit zijn en werden opgericht in de jaren negentig toen er een toenemende vraag was naar universitaire diploma’s. De wet op hoger onderwijs van 2000 probeerde het probleem te verhelpen door met harde hand op te treden tegen zogenaamde garageuniversiteiten en het parlement te verbieden nieuwe onderwijsinstellingen te creëren.
‘Ik denk dat de bezorgdheid van de regering oprecht is en gedeeld wordt door de meeste Ecuadorianen’, zegt Adrián Bonilla, directeur van de Latijns-Amerikaanse Faculteit van Sociale Wetenschappen, een van de topinstellingen van het land.
‘Het echte debat is politiek. De universiteiten zien dit als de ultieme stap van een regering die gekarakteriseerd wordt door haar inspanningen om de rol van de staat te verhogen.’
Bonilla is het niet eens met de analyse dat Correa het onderwijsbeleid van Venezolaanse president Hugo Chávez achterna gaat. Die gaf de regering volledige controle over toelatingen en salarissen en richtte de Bolivariaanse Universiteit van Venezuela op met als doel vrij onderwijs voor een miljoen studenten.
‘De Venezolaanse situatie is erg verschillend’, vindt Bonilla. ‘De universiteiten waren van bij het begin erg duidelijk over hun oppositie tegen de regering. Daarom wil Chávez de universiteiten controleren. In Ecuador is de focus van Correa op hoger onderwijs eerder gebaseerd op persoonlijke overtuigingen. De president ziet zichzelf als een academicus en promoot de idee dat hoger onderwijs een basisvoorwaarde is voor ontwikkeling. Het is een soort van presidentiële obsessie.’
Bronnen
www.chronicle.com
Ingezonden door Lien De Coster op ma, 2010-07-19 07:00
Aanverwante items: 2: Gaat iedereen in 2015 naar school? | Zuid-Amerika
Aanverwante items: 2: Gaat iedereen in 2015 naar school? | Zuid-Amerika








Nieuwe reactie inzenden