Gebruikerslogin

Brazilië betreedt dapper nieuwe wateren

Jean-Paul Marthoz

Bron: The Broker

Brazilië’s nieuwe status als economische grootmacht en bemiddelaar bij conflicten heeft geleid tot twijfel aan de motieven van het land. President Dilma Rousseff zal naar manieren moeten zoeken om beschuldigingen van eigenbelang en regionale hegemonie te weerleggen.

De overwinning van Dilma Rousseff bij de presidentsverkiezingen van Brazilië in oktober en haar beëdigingceremonie op 1 januari 2011 werden intensief gevolgd door de nieuwsmedia, buitenlandse ministeries, multinationals en intergouvernementele organisaties over de hele wereld. De reden hiervoor was niet dat Rousseff de eerste vrouwelijke president is van het grootste Latijns-Amerikaanse land, maar de realpolitiek van dit land.

Brazilië doet ertoe

De laatste twee decennia, met name sinds de intrede van de linkse president Luiz Inacio ‘Lula’ da Silva in 2003, is Brazilië een economische grootmacht en een belangrijke diplomatieke speler op het internationale toneel geworden. Het is een land, zo schrijft correspondent Alexei Barrionuevo van de New York Times, “vol van grootspraak, dat erop is gebrand om zijn nieuw verworven welvaart en invloed in binnen- en buitenland te doen gelden”.

Met 200 miljoen inwoners en een landoppervlakte van 8,5 miljoen vierkante kilometer is Brazilië de reus van Latijns-Amerika. Het land staat op de achtste plaats van economische grootmachten en is de op drie na grootste voedselexporteur van de wereld. Naast landbouw en mineralenwinning, is zijn economische ontwikkeling gebaseerd op een groeiende zware en technologische industrie. Bovendien werd er een omvangrijk olieveld op 240 kilometer van de zuidkust ontdekt.

Volgens analisten in de rest van de wereld doet Brazilië ertoe. Elke belangrijke koerswijziging van dit land kan wereldwijd van invloed zijn op de economische, diplomatieke en politieke stand van zaken.

Vriendschap met de grote jongens
Lula’s grootste prioriteit was het aanknopen en opbouwen van sterke en stabiele banden met leidinggevende internationale machten, met name de Verenigde Staten, China en de Europese Unie.

Oorspronkelijk probeerde Lula daarom de Verenigde Staten te vriend te houden. Hoewel de twee landen regelmatig van mening verschillen over belangrijke thema’s, ging Brazilië een hartelijke relatie met deze ‘noordelijke reus’ aan. In 2007 tekende Lula zelfs een samenwerkingsovereenkomst met George W. Bush over het doen van onderzoek naar biobrandstof en de productie hiervan. Ook hielp hij de VS meermaals om spanningen met Venezuela of Bolivia te verlichten.

Ook tekende Brazilië in 2007 een strategische samenwerkingsovereenkomst met de Europese Unie. Hiermee kreeg het land een belangrijke plaats op de politieke en economische kaart van Europa – in dezelfde divisie als de Verenigde Staten, India en Rusland.

De laatste jaren is China de belangrijkste economische speler geworden in de Braziliaanse economie. Als belangrijke importeur van natuurlijke hulpbronnen en grote investeerder, werd China in 2010 de belangrijkste handelspartner van Brazilië in plaats van de Verenigde Staten. De laatste tijd maakt Brazilië zich echter steeds meer zorgen over China, aangezien het China niet alleen als handelspartner, maar ook als groeiende concurrent ziet.

Geen-problemen-diplomatie
Om het aanzien van Brazilië in de wereld te versterken, heeft het land zich ingespannen voor een economisch en diplomatiek bevoorrechte positie in Zuid-Amerika. In zijn streven om problemen met de buren te voorkomen, probeert het uit de buurt te blijven van ideologische conflicten in het continent.

Zo onderhoudt Brazilië een respectvolle relatie met Colombia, hoewel het vindt dat dit land overdreven intiem is met de Verenigde Staten en Lula het langdurige drugsgerelateerde wapenconflict de bron noemt van instabiliteit in de Andes- en Amazoneregio.

Verder heeft Lula zich, ondanks een linkse solidariteit met de Venezolaanse president Hugo Chavez, ook ingespannen om hem in toom te houden. Dit deed hij door enerzijds Chavez ‘te aanvaarden’ en anderzijds zijn politieke invloed in Zuid-Amerika te beperken, vooral in Bolivia, waar Braziliaanse bedrijven belangrijke investeringen hebben gedaan.

Ook investeerde Brazilië in regionale integratie. In de negentiger jaren van de vorige eeuw en het begin van deze eeuw streed het voor de ontwikkeling van de Mercosul, de vrijhandelsovereenkomst tussen Argentinië, Brazilië, Paraguay, Uruguay en sinds kort Venezuela. Maar toen het onderhandelingsproces tot stilstand kwam, zocht Brazilië een bredere horizon in het gebied. In 2000 leidde dit tot de ontwikkeling van het Initiatief voor Regionale Infrastructuur in Zuid-Amerika, de IIRSA.

In 2008 nam Brazilië het initiatief tot de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties. In 2009 hielp het met de vorming van de Zuid-Amerikaanse Defensie Raad die bemiddelde bij het conflict tussen Venezuela en Colombia. En in 2010 steunde het de oprichting van de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caribische Staten, een nieuwe Latijns-Amerikaanse organisatie, waar ook Cuba lid van is, maar niet de Verenigde Staten en Canada.

‘Hard power’ en ‘soft power’

Het laatste decennium heeft Brazilië twee rollen tegelijkertijd gespeeld. Het probeerde zichzelf enerzijds te presenteren als belangrijke speler in de grote werelddivisie van industriële grootmachten en anderzijds als spreekbuis voor het Zuiden.

Om zijn rol als wereldspeler te versterken, gebruikte Brazilië zijn zogenaamde ‘hard power’, met name zijn sterke economie en de macht van multinationals. Van een land dat geld leende, is Brazilië veranderd in een land dat zelf leningen verstrekt aan het Internationale Monetaire Fonds. Het heeft 10 miljard dollar geboden bij de topconferentie van de G-20 in 2009 voor de bestrijding van de wereld kredietcrisis.

Maar in de eerste plaats tracht Brazilië over te komen als een behulpzame macht. Zo hecht het veel belang aan humanitaire, vredelievende en bemiddelende initiatieven. Braziliaanse blauwhelmen zijn onder andere aanwezig in Haïti, Liberia, Centraal-Afrika, Ivoorkust en Oost-Timor.

Ook promoot het zijn imago als ‘leverancier van nieuwe ontwikkelingshulp’ in de context van een Zuid-Zuid samenwerkingsstrategie. Brazilië ontwikkelde hiervoor verscheidene hulpprojecten, vooral in landbouw- en volksgezondheidssectoren. Als bewijs van zijn internationale goodwill, maakte Brazilië binnenlandse sociale en economische successen internationaal kenbaar.

En inderdaad, onder de presidenten Cardoso en Lula is het Brazilië gelukt om grillig economisch bestuur en extreme armoede uit te bannen. Het systeem heeft 13 miljoen Brazilianen uit de armoede en 12 miljoen uit de extreme armoede getild. Het sociale welzijnsprogramma van de regering, Bolsa Família, voorziet arme gezinnen van een beurs als ze hun kinderen naar school sturen en ervoor zorgen dat ze gevaccineerd worden.

Dubbelzinnige spelletjes
Het was voor Brazilië echter niet altijd makkelijk om de rol van bemiddelaar op zich te nemen. Terwijl het land verwachtte dat iedereen zijn welwillendheid zou prijzen, werd Brazilië vaak verdacht van dubbelzinnige spelletjes.

Brazilië is het thuis van een van de grootste ecosystemen van de planeet, het Amazonewoud. Hoewel het land op de achtste plaats staat van landen met de grootste broeikasgasuitstoot, heeft het de leiding genomen in de ontwikkeling van duurzame energie. Dit beleid stuit echter ook op grote bezwaren. Na in eerste instantie een positieve respons gekregen te hebben, hadden vooral milieubeschermers kritiek op de biobrandstofmethode, met name op de productie van ethanol in ontwikkelingslanden.

Ook zijn armere landen er niet altijd van overtuigd dat Brazilië opkomt voor de belangen van landen in het Zuiden tegenover de Verenigde Staten of de Europese Unie, vooral wat betreft de landbouw. Afrikaanse katoenproducenten verweten Brazilië bijvoorbeeld dat hun belangen en die van traditionele boeren werden verwaarloosd.

Tevens uiten veel landen in Latijns-Amerika hun bezorgdheid over een ‘rijzende macht’ die zijn buren als ondergeschikten beschouwt. Landen met ambities in het gebied, zoals Mexico, Argentinië en Bolivia, storen zich maar al te vaak aan Brazilië’s diplomatieke invloed en economische bemoeienis. De IIRSA, en vooral het streven om de havens en de landbouwcentra van Brazilië met de Pacific te verbinden, wordt gezien als een project dat hoofdzakelijk voor Brazilië gunstig is. Daarnaast wordt Brazilië, met name door Argentinië, ervan beschuldigd het meeste te profiteren van de Mercosul vrijhandelsovereenkomst.

Ook in het buitenland werd Lula soms stevig ondervraagd, omdat hij mensenrechten in zijn buiten- en binnenlandpolitiek volledig negeert. Zo gaf hij onder andere opdracht aan Braziliaanse diplomaten in de Verenigde Naties om autocratische regimes zoals Myanmar, Soedan en Noord-Korea niet te veroordelen. Ook zat hij openlijk te smoezen met de Libische leider Muammar Kadaffi en de Iranese president Mahmoud Ahmadinejad en omarmde hij het Castro-bewind. Bovendien verbeterde Lula weinig aan de mensenrechten in Brazilië zelf. Vooral politiegeweld en corruptie verminderden nauwelijks onder zijn bewind.

Kom thuis, Brazilië
Dilma Rousseff is zich ervan bewust dat ze haar aanpak op een aantal punten moet verbeteren ten opzichte van haar voorganger. Daarom kiest zij zorgvuldig haar prioriteiten in de buitenlandpolitiek. Als nieuwe president lijkt zij naar de waarnemers te luisteren die Brazilië waarschuwden tegen overmoed. Ze weet dat ze voor grote uitdagingen staat in een sterk concurrerende wereldeconomie.

Hoewel de echte toetsing van Brazilië als serieuze en verantwoordelijke wereldmacht op het gebied van de economie en diplomatie ligt, zijn er drie symbolische deadlines die het land in de internationale schijnwerpers zullen zetten: de Rio +20 milieutop in 2012, de Wereldkampioenschappen Voetbal in 2014 en de Olympische Spelen in 2016.

Niettemin zal de nieuwe president waarschijnlijk een pauze inlassen bij de internationale inspanningen. Ze zal een zogenaamde ‘kom thuis, Brazilië’-benadering aannemen die gefocust is op het oplossen van structurele binnenlandse mankementen en sociale dilemma’s. Onder de twee voorgaande regeringen werden deze niet aangepakt als gevolg van de invoering van een hoofdzakelijk economisch ontwikkelingsmodel. Een model dat grotendeels bestaat uit slecht onderwijs, onvoldoende infrastructuur, zwakke rechtspraak, ernstige corruptie, sociale ongelijkheid, geweld en buitensporige ecologische achteruitgang.

 
Dit artikel is een verkorte en vertaalde versie van een Engels artikel op de website van The Broker.

Nieuwe reactie inzenden

Door gebruik van dit formulier accepteert u Mollom's privacybeleid.